beeld Allemaal Oostendenaar

Bestuursakkoord Oostende 2019-2024: Allemaal Oostendenaar

Posted on Posted in Oostende

Bestuursakkoord 2019 – 2024

Allemaal Oostendenaar

De nieuwe bestuursploeg van Open Vld, N-VA, Groen en CD&V stelt haar ambitieuze plannen voor onder de noemen ‘allemaal Oostendenaar’. Oostende is een boeiende centrumstad die we de komende jaren, op elk beleidsdomein, naar een hoger niveau willen tillen. We staan voor grote uitdagingen op het vlak van diversiteit, armoede, vergrijzing, economie, mobiliteit, klimaat, veiligheid … Dit nieuwe bestuur kiest voor globale en integrale antwoorden op deze uitdagingen.

‘Allemaal Oostendenaar’ houdt meteen dé grootste uitdaging in. De vier partijen bouwen aan een Oostende waar elk individu maximale kansen krijgt om deel te nemen aan de Oostendse samenleving. We zweren hokjesdenken af en kiezen voor ontmoeting en dialoog. Respect, vertrouwen, verantwoordelijkheid en kansen zijn hierbij de sleutelwoorden. Het hanteren van die basiswaarden verwachten we ook van elkeen onder ons. Met deze positieve ingesteldheid bouwen we onze stad van onderuit op.

Dat vertrouwen, dat respect en die kansen geven we ook aan elkeen die in Oostende wil ondernemen en zo onze stad doet leven. Ondernemers zijn, hoe cliché dit ook mag klinken, een motor voor de stad. Die mensen ondersteunen we met een doordacht toeristisch beleid, een bestudeerd mobiliteitsbeleid, een logisch parkeerbeleid, ….

Ons sociaal weefsel wordt voor een groot stuk gedragen door verenigingen die vaak belangeloos bouwen aan mens en stad. Dat sociaal weefsel versterken en ondersteunen we. We maken Oostende jonger, zorgen voor een goede sociale mix en met veel ambitie op cultureel vlak geven we onze eigenzinnige stad verder vorm.

‘Allemaal Oostendenaar’ omvat ook de toekomstige generaties. We maken Oostende klaar onze kinderen en kleinkinderen. Dat vereist duurzame keuzes op het vlak van mobiliteit, milieu, natuur en energievoorziening. Tegelijk is hier ook een mentaliteitswijziging aan de orde.

Dit alles doen we in nauw overleg met elkaar en de burger. Communicatie en participatie zijn bouwstenen voor ons beleid. Deze openheid, in combinatie met een objectieve klachtenbehandeling, zorgt ervoor dat iedereen telt en vormt een duidelijke trendbreuk met het verleden. Kortom: allemaal Oostendenaar.

Oostende: slim besturen

1. We verlagen de fiscale druk voor bewoners en ondernemers. We zoeken naar een eerlijk systeem voor de belasting op tweede verblijven. We maken werk van de hervorming van de belastingen in aantal en efficiëntie. We schrappen de belastingen op drijfkracht voor bedrijven die fors investeren in energiezuinige maatregelen. We hervormen de belastingen op de uithangborden.

2. Een verlaging van de lasten is een haalbare kaart wanneer er rationeler wordt omgesprongen met de beschikbare middelen. We gaan voluit voor een kerntakentoets en zoeken permanent naar efficiëntiewinsten in de werking en subsidiëring door ons bestuur. Oostende werkt zuinig en efficiënt.

3. Administratieve vereenvoudiging en interne digitalisering zijn de motor van dit verhaal. De stad investeert dan ook in datageletterd personeel. Ook het e-loket is een cruciaal instrument. Overheidsdocumenten zoals Buzzy Pass handelen we maximaal af zonder verplaatsing naar het stadhuis.

4. Zonder te raken aan de kwaliteit van de dienstverlening heeft de kerntakentoets niet alleen als doel om de efficiëntie te verhogen maar eveneens om de integratie van de stad en het OCMW te optimaliseren én om de Autonome Gemeentebedrijven en stedelijke vzw’s door te lichten met het oog op transparantie en efficiënte werking.

5. De overheid stelt zichzelf permanent in vraag om zo haar werking blijvend op punt te stellen. De onafhankelijke ombudsman speelt hierbij een belangrijke rol door periodieke rapportage van de ervaren knelpunten aan het College van Burgemeester en Schepenen.

6. De overheid staat ten dienste van de burgers. Er komt een centraal contactpunt voor alle vragen, meldingen, ideeën … dat zowel telefonisch als digitaal bereikbaar is. Via datzelfde meldpunt komt er ook een gestructureerde en gecentraliseerde klachtenbehandeling. Wanneer de burger of ondernemer geen genoegen neemt met het antwoord staat de onafhankelijke ombudsman in voor de verdere opvolging.

7. We gaan voluit voor helder taalgebruik.

8. De diensten staan ter beschikking van de burgers en de bedrijven en werken oplossingsgericht. Ze vervullen de rol van adviseurs en werken constructief mee met de burger. Deskundigheid en klantvriendelijkheid zijn de sleutels.

9. Stadspersoneel heeft recht op een veilige en aangename werkomgeving. Een hedendaags inclusief personeelsbeleid en HR-management is een minimum. De overheid streeft er naar dat het personeelsbestand een weerspiegeling is van de stadsbevolking. Niettemin is de individuele kwaliteit van de kandidaat het uitgangspunt. Ook hier willen we ruimte voor innovatieve ideeën om ambtenarenkorps en stad te versterken.

10. We streven naar een unieke, eengemaakte stadscommunicatie waarbij overleg tussen de verschillende diensten en entiteiten essentieel is. We zetten in op digitale communicatie maar vergeten niet dat een groot aantal mensen de weg naar de digitale wereld nog niet heeft gevonden. Die mensen blijven we informeren en op weg helpen. We bouwen de sociale media verder uit om snel en duidelijk te kunnen communiceren.

11. We gaan voluit voor een actieve openbaarheid. Relevante documenten worden steeds online automatisch ter beschikking gesteld van de burgers. Binnen de grenzen van de privacywetgeving maken we data toegankelijk voor het grote publiek.

12. Elke Oostendenaar die de moeite doet om een bezwaarschrift in te dienen, krijgt vanaf nu een antwoord van het stadsbestuur.

13. Adviesraden en gemengde commissies vervullen een belangrijke rol. Hun adviezen worden naar waarde geschat. De werking van de adviesraden en de commissies wordt jaarlijks geëvalueerd.

14. Er worden ambitieuze participatietrajecten uitgewerkt waarbij ook een burgerbudget wordt voorzien. Hiervoor doen we beroep op experten. We starten onze participatietrajecten bij de jeugd. Via digitale weg kan elke Oostendenaar zijn of haar visie op de werking van de stad delen met het stadsbestuur. Burgers, verenigingen, vrijwilligers, ondernemers, middenveld worden gewaardeerd. Ze zijn ervaren partners met expertise die we graag betrekken bij het uitwerken van het beleid. Er komen ook spreekuren via sociale media. We herdenken het systeem van de wijkraden en zoeken naar een formule waarbij alle Oostendenaars en verenigingen actief hun stem kunnen laten horen. Hier is ruimte voor dialoog en gaan we geen enkel thema uit de weg.

15. Zowel de overheid, de cultuursector, de sportwereld, … doen beroep op vrijwilligers. We stemmen vraag en aanbod digitaal op elkaar af.

 16. Er komt een doorlichting van de stadsfinanciën met het oog op ethisch bankieren.

17. Verenigingen verdienen sterke ondersteuning zodat elke vereniging haar identiteit en eigen werking kan houden. We treden met de stad niet in de plaats van verenigingen, maar kennen en erkennen onze verenigingen als volwaardige partners in een sterk sociaal-cultureel beleid. De stad ondersteunt en stimuleert. Verenigingen varen hun eigen koers.

18. We omarmen het systeem van jobstudenten waarbij we streven naar een transparante en efficiënte manier van aanwerving en werking.

 

Oostende: slimme stad

19. Oostende wordt een smart society: slim, klantvriendelijk, ondernemend, groen en duurzaam.

20. We zetten in op technologie om Oostende te laten groeien en vlotter te organiseren. We ontwikkelen een ‘smart-city-reflex’ en bestuderen de goede voorbeelden in andere steden, ook over de grenzen. We versterken de cel strategische coördinatie zodat innovatie en ontwikkeling vanuit de organisatie zelf komen.

21. We creëren een omgeving waarin apps kunnen worden ontwikkeld die het leven in de stad eenvoudiger en aangenamer maken. We denken bijvoorbeeld aan sluikafval, kapotte voetpaden, ….

22. Autodelen, elektrische scooter- en fietsdelen zijn de toekomst. De stad faciliteert de digitale organisatie van het project deelmobiliteit.

23. De stad zet maximaal in op groene energie. We investeren in zonnepanelen, windmolens, slimme verlichting, elektrische voertuigen …. De stad schakelt een versnelling hoger.

24. Dienstwagens worden afgebouwd en vervangen door elektrische fietsen. Binnen de stad gebeuren de verplaatsingen bij voorkeur per fiets.

25. De stedelijke overheid zal in deze legislatuur het wagenpark systematisch vervangen door milieuvriendelijke voertuigen.

26. We bouwen het wifi-netwerk verder uit en evolueren mee met de nieuwste trends.

27. We zetten in op slimme bewegwijzering. Digitale borden zijn de toekomst.

28. We roepen de GSM-operatoren op om Oostende als pilootproject te gebruiken voor 5G.

Oostende: ondernemende stad

29. De kerntaken van het Economisch Huis worden vastgelegd met het oog op een dynamisch, innovatief en creatief ondernemend Oostende. Het personeelsbestand van het Economisch Huis wordt aangepast aan de nieuwe kerntaken.

30. Het Economisch Huis vervult een eenloketfunctie. Het is klantgericht en ook gericht op KMO’s en industrie.

31. We zetten in op activering waarbij werkzoekenden recht hebben op begeleiding op maat, opleidingen en tijdelijke werkervaring in lokale tewerkstellingsprojecten of als vrijwilliger. Werkzoekenden dienen wel in te gaan op een passend job aanbod. Afstemming op andere tewerkstellingscellen is hierbij onontbeerlijk.

32. Taalcompetenties, kennis van de Nederlandse taal, en andere vaardigheden zoals digitale geletterdheid, maar ook mobiliteit, attitude en maatschappelijke participatie zijn cruciaal voor succesvolle activering.

33. Het Economisch Huis gaat actief op zoek naar innovatieve ondernemingen, hippe en trendy zaken, … die Oostende als vestigingsplaats kunnen kiezen.

34. Er wordt samen met de eigenaars van leegstaande panden actief op zoek gegaan naar potentiele ondernemers die een troef kunnen zijn voor onze stad. Er komt een permanente monitoring van leegstaande panden. Deze worden kenbaar gemaakt via digitale kanalen. We geven tijdelijke kwalitatieve invullingen van panden, zoals ruimte voor starters, tentoonstellingsruimte, pop-ups, fietsstallingen, kunstatelier alle kansen.

35. Het Economisch Huis maakt lokale ondernemers wegwijs in de digitale wereld en informeert actief omtrent de opstart van online-shops, … .

36. Binnen het Economisch Huis wordt bijzondere aandacht besteed aan ‘horeca en uitgaan’.

37. Er wordt ingezet op een gestroomlijnde communicatie tussen het Economisch Huis, de dienst Cultuur en de dienst Toerisme. Alle activiteiten worden op elkaar afgestemd.

38. Het werkingsgebied van het centrummanagement wordt uitgebreid; de belangen van de handelaars en de stad staan hier voorop. Daarnaast heeft het Economisch Huis voldoende aandacht voor de andere handelskernen.

39. We zetten in op een vlotte samenwerking tussen het Economisch Huis en het stadsbestuur voor wat betreft de afhandeling van vergunningen en het verkrijgen van subsidies.

40. We streven naar een doorgedreven administratieve vereenvoudiging voor ondernemers.

41. Het stadsbestuur en de autonome gemeentebedrijven kopen zoveel als mogelijk lokaal. We zoeken in het stadscentrum en faciliteren een geschikte locatie voor een overdekte markthal voor onder andere bedrijven met korteketenproducten.

42. De beleving van markten en avondmarkten wordt herbekeken, onder andere met het oog op meer ontmoeting.

43. We zetten de bakens voor kwalitatief ondernemen uit. We zeggen niet hoe iets moet, maar wel hoe het beter kan.

44. De sociale economie is een belangrijke sector die we naar waarde schatten. Via lokale banenmarkten, invoegbanen, stageplaatsen, … zetten we in op een betere activering van werkzoekenden.

45. Op til zijnde werken worden vlotter en duidelijker gecommuniceerd aan de ondernemers. Waar mogelijk worden ze van bij de start van de plannen van werken geïnformeerd en geconsulteerd.

46. We zetten verdienstelijke ondernemers en waardevolle initiatieven regelmatig in de kijker. We pakken leegstand boven winkels aan.

47. Er is nood aan een doordacht tewerkstellingsbeleid in overleg met de partners in de lokale economie.

48. We ondersteunen en stimuleren deeleconomie; het concept en de voordelen worden in het daglicht gezet. We denken aan het delen van vervoersmiddelen, gereedschap, kennis en expertise …

49. We nemen alle lasten onder de loep en evalueren de doelstelling, het effect en de hoogte van de lasten. De belastingdruk moet dalen en de fiscaliteit wordt eenvoudiger. Het hervormen van de belastingen op uithangborden is een eerste stap.

50. We geven ondernemers beperkt toegang tot het containerpark voor zover het de hoeveelheden vergelijkbaar zijn aan deze van een particulier.

51. We vereenvoudigen en verbeteren de bewegwijzering.

52. We zorgen voor voldoende openbare toiletten die logischerwijs toegankelijk zijn voor minder mobiele mensen.

53. We leggen een sterke focus op de uitgangsbuurt. Uitgaan in Oostende promoten we actief.

54. Shoppen is een totaalbeleving. Een troef voor Oostende. We zetten resoluut in op een kraaknette stad. We investeren in voldoende kwaliteitsvol straatmeubilair zoals vuilnisbakken, zitbanken, verlichting … We zorgen voor een veiligheidsgevoel door ‘subtiel’ blauw op straat. We screenen het openbaar domein en investeren in zitbanken, afvalbakken, verlichting, speelgelegenheden voor kinderen, voldoende toiletten…. We brengen de hiaten in kaart en werken deze stap voor stap weg.

55. We blazen de Alfons Pieterslaan nieuw leven in. We onderzoeken de mogelijke herinrichting van de laan. Ook de A. Buylstraat is dringend aan heraanleg toe.

56. We streven naar maximale eerlijke concurrentie met als doel om de bonafide handelaars te beschermen tegen malafide ondernemers. Er komt een gecoördineerd actieplan met onder andere strenge controles in samenwerking met de bevoegde instanties.

57. In overleg met het Economisch Huis wordt een project opgestart met bijzondere aandacht voor de uitstraling van de winkels langs onder andere de Torhoutsesteenweg – McCleodplein.

 58. Toelevering van de handelszaken in het centrum gebeurt met milieuvriendelijke voertuigen. We gaan in overleg met de sector en werken een gedragen beleid uit. Leveren met grote vrachtwagens wordt een uitzondering. We gaan op zoek naar werkbare manieren om onze ondernemers te bevoorraden. We kijken naar goede voorbeelden in andere steden.

59. We bekijken, samen met de ondernemers, de noodzaak aan ‘handenvrij-shoppen’: boodschappen kunnen in lockers worden opgeborgen, of ter plaatse worden achtergelaten. Ze worden nadien afgehaald in de winkel of ophaalpunt of thuis geleverd.

60. Onderwijs en ondernemers vormen een as die de basis legt voor de toekomst van Oostende. Er komt een focus op duaal leren, werkplekleren en stageplaatsen. Het Economisch Huis wordt hiertoe ingeschakeld.

61. Industriezones vormen we om tot ondernemingsparken – sites waar bedrijven samenwerken rond onder andere energie, crèches, ontspanningsruimtes, ontmoetingsplaatsen, fietsdelen, … We creëren ook kleinere kmo-percelen. We zorgen voor een duidelijke bewegwijzering en een aangename inrichting van het openbaar domein. De bereikbaarheid van het ondernemingspark met het openbaar vervoer moet beter.

62. De eenloketsfunctie van het Economisch Huis zorgt voor ondernemers in nood waar ze terecht kunnen voor informatie, advies, begeleiding en ondersteuning. We informeren actief over de wet op de inkomenscompensatievergoeding bij werken.

63. Oostende moet een hotspot worden voor innovatie in technologie en duurzame energie naar analogie met bijvoorbeeld het Thor Park in Genk dat strategische onderzoekscentra groepeert en kennis en toekomstgerichte tewerkstelling verankert in de stad. Het wetenschapspark Greenbridge wordt verder uitgebreid in samenwerking met universiteiten en hogescholen.

64. We onderzoeken de inplanting van een waterstoffabriek. Waterstof is een milieuvriendelijk alternatief dat traditionele brandstof kan vervangen en leent zich bovendien uitstekend tot opslag. Ook de circulaire economie biedt mogelijkheden. Schroot- en afvalverwerking worde steeds belangrijker, recyclage-economie heeft een toekomst.

65. De haven en de luchthaven zijn economische groeipolen, ze krijgen alle kansen om deze rol te vervullen en dit met respect voor het milieu en de omwonenden.

 66. We omarmen de groei van ondermeer de helihaven, een droneport en andere innovatieve toepassingen gelinkt aan de luchthaven. We stimuleren aanverwante activiteiten zoals onderwijs, logistiek, kantoren, ….

67. We promoten de luchthaven niet enkel als vertrekpunt maar eveneens als bestemming, als kindvriendelijke luchthaven en als basis voor zakenvluchten.

68. Er is ruimte voor overleg met de buurtbewoners over de ontwikkeling van Raversijde als wijk in relatie tot de luchthaven. Er is hierbij oog voor mobiliteit (inclusief openbaar vervoer) en parkeren.

69. In de haven versterken we de focus op de bouw én het onderhoud van windmolenparken. We zetten verder in op hoe we ons op een gediversifieerde wijze kunnen profileren zonder in te boeten op de ingeslagen weg van Blue Growth specialisatie. Optimalisering van de infrastructuur zal nodig zijn. Samenwerking met andere havens beschouwen we als een opportuniteit.

70. Als stad engageren we ons om de visserij een sterke toekomst te verzekeren.

71. De vismijn krijgt na de heropbouw een nieuw elan. We zoeken naar mogelijkheden om het maritieme karakter van Oosteroever te versterken.

72. De marienekenniscluster (VLIZ, ILVO, golfslagbad, …) bekleedt een belangrijke plaats in de haven.

73. We staan positief ten opzichte van een ferrylijn. Prioriteit is de economische rendabiliteit van een toekomstige lijn. In overleg met de andere overheden wordt de veiligheid in en om de haven verzekerd.

 

Oostende: toeristische stad

74. Toerisme is een prioriteit voor de stad Oostende. Het belang van de toeristische sector, als motor van de stad, is groot. Een doordachte toeristische visie met een focus op verblijfstoerisme is een kernopdracht. We evalueren de functie en de werking van het Kursaal als belangrijke motor.

75. Zakelijk toerisme, meetings, congressen en beurzen promoten we actief.

76. De focus van toerisme dient te worden verbreed; naast shopping, hoteltoerisme en beleving dienen ook innovatieve of alternatieve overnachtingsvormen zoals bed & breakfast, glamping, hoevetoerisme te worden meegenomen in de beleidsplannen. Cultuurtoerisme en strandbeleving zijn hier belangrijke elementen.

77. Alle bestaande evenementen worden onder de loep genomen. We bekijken de meest geschikte data, locaties, evenementen, …. Jaarlijks worden alle activiteiten grondig geëvalueerd.

78. We zoeken actief naar geschikte locaties voor kampeerauto-terrein.

79. Naast het korte-termijndenken moet een toeristische toekomstvisie uitgeschreven worden die de krijtlijnen voor de stad richting 2030-2050 uit zet. Het toeristisch beleid focust zich hierbij niet enkel op het stadscentrum. We denken hierbij ondermeer aan de stranden van Raversijde en Mariakerke én aan de ontwikkeling van de groene gordel rond de stad. Cultuurtoerisme en strandbeleving zijn hier belangrijke elementen.

80. De dienst Toerisme en de dienst Cultuur realiseren synergieën waar mogelijk en stemmen altijd af op elkaar.

81. Hotel Terminus wordt het kloppend hart van de dienst Toerisme. Een antenne in het stadscentrum is wenselijk.

82. We kiezen voor toegankelijke stranden zodat ook minder mobiele mensen kunnen genieten van zon, zee en strand. Strandbars en surfclubs moeten bereikbaar zijn met een rolstoel. Mariakerke en Raversijde verdienen aandacht. Ook in deze wijken zijn strandbars mogelijk, rekening houdende met de geplande verduining.

83. Bepaalde strandstroken worden ingericht als sportstranden, met respect voor de natuurwaarden. We maken gebruik van de nieuwe reglementering rond watersporten en promoten dit actief. Dit kan een belangrijke toeristische meerwaarde worden voor de stad.

84. We zetten in op propere stranden. We werken richting gescheiden afvalophaling. We maken de omslag naar wegwerp-plastiekvrije stranden. We starten een proefproject voor een rookvrije zone.

 85. Shopping en horeca (inclusief uitgaan) vormen speerpunten binnen het toeristisch beleid. De uitgangsbuurt en horeca worden meegenomen in de toeristische concepten.

86. We zorgen voor meer openbare toiletten en brengen ze in kaart. We zorgen ook voor een voldoende groot aanbod dat rolstoeltoegankelijk is.

87. De site renbaan, Wellington, Thermen is een belangrijke toeristische as die we in stand houden en ondersteunen.

88. Oostende als bestemming voor citytrips verdient aandacht. De stad promoot dit actief.

 

Oostende: veilige stad

89. We kiezen voor een integrale aanpak van de veiligheidsproblematiek. Het gevoel van onveiligheid lachen we niet weg. We pakken dit probleem bij de wortels aan. Veiligheid is niet enkel een taak van de politiediensten alleen. Ook straathoekwerkers, maatschappelijk werkers, onderwijs, gemeenschapswachten, inwoners… spelen hier een rol. We voeren een veiligheidsbeleid dat zo dicht mogelijk bij de burgers aansluit. De wijk of buurt is het ideale niveau.

90. We werken preventief waar mogelijk en repressief waar het moet. Buurtopbouwwerk biedt mensen perspectief. De dienstencentra, de pleinen, de jeugdwerking, … moeten hieraan aangepast worden. De inrichting van het openbaar domein speelt ook hier een belangrijke rol.

91. We gaan voluit voor een gemeenschapsgerichte politiezorg waarbij de wijkagent het aanspreekpunt is. De wijkagent moet maximaal op straat aanwezig zijn. We kiezen voor een integrale aanpak waarbij een structurele samenwerking tussen de politie, de straathoekwerkers, maatschappelijk werkers, artsen, scholen, … wordt opgezet. We zetten in op dialoog met de wijkagent. Hij of zij is op elke wijkraad aanwezig en participeert aan het debat. We zorgen voor een betere bekendheid en bereikbaarheid van de wijkagent.

92. De wijkkantoren worden toegankelijker. Er komt een duidelijke aanduiding en bewegwijzering. Deze politiekantoren worden, laagdrempelige open huizen. De mogelijkheid tot de inrichting van een kantoor in de Langestraat wordt onderzocht. 

93. We bepalen samen met het korps de prioriteiten voor de komende periode. We evalueren de prioriteiten en passen het personeelsbestand aan de noden aan. We maken onze prioriteiten duidelijk en gaan dan in overleg met het parket zodat we ook het gevoel van straffeloosheid kunnen aanpakken.

94. De aanpak van fietsdiefstallen wordt opgevoerd onder andere met een lokfiets in elke grote fietsenstalling, de uitrol van scanners die gestolen fietsen snel kunnen opsporen en veilige fietsenstallingen met toegangscontrole, bijvoorbeeld in leegstaande panden.

95. De overheid streeft ernaar dat het personeelsbestand bij de politie een weerspiegeling is van de stadsbevolking. Niettemin is de individuele kwaliteit van de kandidaat-politieagent het uitgangspunt.

96. Het gevoel van straffeloosheid bestrijden we. De gemeentelijke administratieve sancties passen we wel rechtvaardig en menselijk toe. Sluikstorten, wildplassen, hondenpoep, … gaan zonder pardon op de bon. Hiervoor bestaat geen excuus. De gemeenschapswachten zijn hier de sleutelfiguren. Zij vormen een belangrijke schakel in ons veiligheidsbeleid. Ook voor hen is dialoog belangrijk. De regels worden toegepast met zin voor nuance. Administratieve sancties zijn geen middel om de stadskas te spijzen. GAS is een middel om de samenleving te organiseren.

97. We voeren een aanklampend beleid met als doel om mensen de juiste weg te wijzen. Wie voor overlast zorgt, krijgt eerst een waarschuwing. Na een evaluatie kan hij of zij een begeleidingstraject volgen en tenslotte kan bemiddeld worden om de situatie te herstellen.

98. Het drugsbeleid moet intens verder gevoerd worden in samenwerking met politie, parket, MSOC en alle actoren werkzaam in deze sector. We zetten verder in op preventie. Voor druggebruikers is het altijd het doel om hen toe te leiden naar de hulpverlening. Tussenkomst van politie en justitie is nooit een doel op zich maar een middel om hen naar de hulp toe te leiden. We treden keihard op tegen dealers.

99. We stellen stadsmariniers aan. Dat zijn ambtenaren die de wijk door en door kennen. Ze zijn een aanspreekpunt voor iedereen en werken oplossingsgericht en kort op de bal. Stadsmariniers brengen de problemen qua veiligheid, netheid, overlast, verkeer, sociale cohesie, … In kaart en zorgen voor structurele oplossingen. Burgers krijgen op die manier ook een duidelijke stem in de buurt. Het kan een aanzet zijn om de buurt te verbinden.

100. Buurtinformatienetwerken zijn een belangrijke schakel in het preventiebeleid. Dit draagt bij tot de leefbaarheid, de veiligheid en het veiligheidsgevoel en de sociale controle.

101. We gebruiken slimme camera’s, in combinatie met slimme LED-verlichting, in de strijd tegen criminaliteit. We onderzoeken de nood aan camera’s in de wijken. Deze zijn aanvullend op de fysieke aanwezigheid van de agenten.

102. Communicatie van de politie met de burger is belangrijk. Een klantvriendelijke aanpak waarbij er oor is naar de problemen, angsten, … van de burgers is een must. We zorgen ervoor dat iedereen op een vlotte manier aangifte kan doen bij de politie.

103. Er komt een campagne om de rol van de diefstalpreventie-adviseur te promoten.

 

Oostende: samenleven kan!

104. Oostende wordt geen diverse stad, Oostende ‘is’ een diverse stad. Elke Oostendenaar moet volwaardig deel kunnen uitmaken van onze Oostendse gemeenschap. Als we samenleven willen bevorderen, is een veel actiever beleid nodig. We bouwen aan een Oostende voor iedereen en zetten de rijkdom van een divers Oostende in de kijker. We focussen op wat ons bindt en niet op wat ons scheidt. We ontwikkelen projecten voor meer dialoog en ontmoeting.

105. Tegelijk zijn we niet blind voor de uitdagingen die integratie met zich meebrengt. Het beleid van de stad wordt gekenmerkt door vier woorden: respect, vertrouwen, verantwoordelijkheid en kansen. De recepten van bijvoorbeeld de stad Mechelen bewijzen dat samenleven kan.

106. Essentieel is de onaantastbaarheid van de universele fundamentele waarden. Aan de gelijkheid tussen man en vrouw, de scheiding tussen kerk en staat, wordt niet geraakt. De strijd tegen racisme nemen we ernstig. Wie dit niet respecteert wordt daar duidelijk op aangesproken. We zijn fier op onze democratische samenleving, in het volle besef hoe kwetsbaar ze kan zijn.

107. Nederlands is de voorwaarde voor integratie. We zetten sterk in op de kennis van het Nederlands. Het volgen van Nederlandse lessen is een must. We leiden de mensen actief toe richting de taallessen en zorgen zo dat de drempel laag gehouden wordt. Wie kansen krijgt moet ze grijpen.

108. Minstens even belangrijk is de combinatie tussen taal en werk: duaal leren en werkplekleren worden ontwikkeld waardoor men taal actief leert door participatie. Net zoals inzetten op informele oefenkansen Nederlands in vrijetijdsactiviteiten, ook als vrijwilliger.

109. We bouwen verder en ondersteunen het bestaande Buddy-project, ‘Compagnons’. We laten ons inspireren door het Mechelse project ‘Samen Inburgeren’, waarbij mensen op basis van een gemeenschappelijke interesse gekoppeld worden. Als ‘coach’ en ‘inburgeraar’ ontdekken ze samen de stad terwijl er ingezet wordt op taal.

110. We zetten maximaal in op participatie aan het kleuteronderwijs, deelname aan sport en cultuur. Ook de doorstroming naar de jeugdbeweging, de dienstencentra, … moet vlotter. Brugfiguren wijzen mensen actief de weg.

111. Sleutelfiguren bij de mensen met een migratieachtergrond zijn belangrijk voor een effectief beleid rond samenleven en integratie. Verenigingen, buurtwerkers, … zorgen voor een uitgebreid netwerk van sleutelfiguren waarop we beroep kunnen doen om de mensen te bereiken.

112. Elke Oostendenaar bekijken we als individu binnen de Oostendse gemeenschap. Hokjesdenken zweren we af. We focussen op de toekomst.

113. We ontwikkelen een beleid tegen racisme, discriminatie op de huurmarkt, de arbeidsmarkt en voor gelijke kansen. Van welke afkomst, geaardheid of geloofsovertuiging je ook bent.

114. We voeren een actief beleid om een betere sociale mix in de wijken te brengen. We investeren in wijken waardoor op natuurlijke wijze een nieuwe dynamiek van renovatie, buurtwerking, … ontstaat.

115. Binnen de dienst samenleving krijgt de diversiteitsambtenaar een regisseurs- en adviseursrol. Hij of zij verenigt de signalen vanuit de wijken, buurten, scholen, verenigingen, ….

116. De actie “Wijk in Beweging” wordt geëvalueerd en geoptimaliseerd; het moet een belangrijk instrument zijn om de betrokkenheid en de sociale cohesie in de wijken te verhogen.

117. We zijn alert voor radicalisering. De politie is waakzaam voor signalen.

118. We maken werk van een LGBTQIA-vriendelijk beleid en pakken discriminatie aan.

 

Oostende: mobiele stad

119. Een vlotte mobiliteit en verkeersveiligheid zijn prioriteiten voor een toeristische centrumstad als Oostende. In een nieuw mobiliteitsplan kiezen we voor een totaaloplossing en onderzoeken we de impact van elke beslissing op de ruimere omgeving. We tekenen duidelijke assen uit en leggen de structuur vast voor de komende decennia.

120. We gaan resoluut voor een autoluwe binnenstad. Langs een vast traject in het stadscentrum rijden elektrische hop-on-hop-of busjes die ook de stad met de randparkings verbinden. Slimme camera’s kunnen inwoners, zorgverstrekkers en tweede verblijvers toelaten tot de stad. Ook laden en lossen moet mogelijk blijven, weliswaar met aangepaste voertuigen.

121. Bij het autoluw maken van de binnenstad is dialoog met de ondernemers, bewoners en zorgverstrekkers belangrijk. Zwaar verkeer wordt een absolute uitzondering wordt een uitzondering. We gaan op zoek naar werkbare manieren om onze ondernemingen op een meer veilige en milieuvriendelijke manier te bevoorraden.

122. Vanaf 2019 wordt Autoloze Zondag een feest. We organiseren dit in overleg met de ondernemers, lokale verenigingen en de dienst Toerisme.

123. We zoeken een manier om het Leopoldpark met de Grote Post te verbinden, waarbij we een open ruimte creëren voor de Grote Post. Van zodra de randparkings gebouwd zijn, kan de vergroening van de bovengrondse Zeeparking starten.

124. De stad wordt fietsvriendelijk. We hebben de ambitie om ‘de fietsstad van Vlaanderen te worden’. We zetten in op infrastructuur, waaronder fietsstraten, veilige en comfortabele fietsstallingen en kindlinten voornamelijk in de nabijheid van scholen. Dit geldt niet enkel voor de binnenstad, maar ook voor de wijken.

125. We zorgen voor veilige fietsverbindingen met fietstunnels, fietsbruggen onder of boven de grote verkeersassen, onder meer de Elisabethlaan.

126. Ook sensibilisering rond onder meer het dragen van een fietshelm, diefstalpreventie, … is een taak van de overheid. Ook fietsers dienen zich aan het verkeersreglement te houden. De fietser staat niet boven de wet.

127. Bij de toekenning van bouwvergunningen wordt ruim aandacht besteed aan veilige en toegankelijke fietsstallingen. Leegstaande panden kunnen als fietsstalling gebruikt worden.

128. We brengen de fietspaden in kaart. De missing links, de onveilige paden, de ontbrekende stukken en de onleesbare stukken krijgen een kleurencode en worden systematisch weggewerkt. Schoolomgevingen krijgen voorrang.

129. Bij de aanleg of heraanleg van fietspaden is er aandacht voor de keuze van het materiaal van het wegdek.

130. Waar mogelijk scheiden we het fietspad van de rijweg.

131. Fietsen in het Leopoldpark laten we toe.

132. Een fietsambtenaar ziet erop toe dat we bij geplande infrastructuurwerken steeds rekening houden met fietsers.

133. We kiezen voor fiets- en scooterdelen. Hiertoe zetten we proefprojecten op.

134. Samen met ondernemers bekijken we het goederentransport per fiets. Leveringen aan huis van onder meer maaltijden en kleine pakketjes kan per fiets.

135. Een verkeersluwe binnenstad vraagt een nieuwe kijk op parkeren. We zetten in op randparkings onder de Verenigde Natiënlaan en een uitbreiding van de parking Velodroom, met aandacht voor beperking van visuele hinder en oog voor verkeerstoeleiding. We onderzoeken de piste om ook in Zandvoorde in een nieuwe randparking te voorzien. Van zodra de randparkings zijn gebouwd kan de vergroening van het stadscentrum, bijvoorbeeld het Mijnplein, starten. Het nieuwe mobiliteits- en parkeerplan moeten rekening houden met de toekomstige fundamentele ingrepen.

136. De parkeerproblematiek in de wijken verliezen we niet uit het oog. Voor onder andere Mariakerke en Raversijde ontwikkelen we een parkeervisie. We evalueren het bewoners-parkeren per wijk. We maken werk van een betere signalisatie van het bewonersparkeren.

137. Overdag stellen we de bewonersparkeerplaatsen niet enkel open voor zorgverstrekkers op huisbezoek maar ook voor technici die dringende herstellingen uitvoeren. Voor wie misbruik maakt van de regel geldt geen pardon.

138. De stad ontwikkelt verder een eigen parkeerbedrijf als volwaardige actor in de organisatie van het parkeren.

139. Bij openbare werken en nieuwe mobiliteitsmaatregelen en parkeerregels wordt vooraf overlegd met bewoners en gebruikers. We zorgen voor een lokaal ‘minder- hinder-beleid’ waarbij we handelaars en omwonenden maximaal informeren.

140. Bij werken en of evenementen wordt steeds gezorgd voor een veilige oversteek voor fietsers en voetgangers. Parkeerplaatsen voor mindervalide personen worden zoveel als mogelijk buiten de werken gehouden of gecompenseerd.

141. Voor de problematiek Torhoutsesteenweg onderzoeken we alle pistes bij de start van de legislatuur. Iedereen is het erover eens dat de files aangepakt moeten worden. Alle pistes worden onderzocht, inclusief de N358 als ring rond Oostende.

142. We zetten in op slimme verkeerslichten die rekening houden met de wachttijden en een geluidsignaal geven aan mensen met een visuele beperking.

143. We onderzoeken de verkeerssituatie in, op en rond de Elisabethlaan met het oog op een betere doorstroming en meer verkeersveiligheid.

144. We onderzoeken welke maatregelen een structurele oplossing bieden voor de geluids- en milieuhinder rond de A10.

145. We onderzoeken de mogelijkheid om meer zone 30 in te voeren in de wijken. We kiezen daarbij voor ‘leesbaar’ verkeer. Straten in een zone 30 moeten op elkaar aansluiten. We screenen de volledige stad en bepalen de meest wenselijke snelheid.

146. De zone-30 rond de schoolomgeving is een algemene regel en wordt meer zichtbaar aangeduid. We vereenvoudigen de procedure voor de aanvraag van schoolstraten. Samen met de scholen onderzoeken we waar schoolstraten al dan niet wenselijk is.

147. Vrachtverkeer (+ 3,5 ton) weren we uit de schoolomgeving bij begin en einde van de schooltijd.

148. In samenspraak met de scholen screenen we de schoolomgeving en maken we werk van veilige schoolroutes.

149. Ook de voetganger verliezen we niet uit het oog. Het onderhoud van de voetpaden moet beter. Bij de heraanleg van voetpaden zien we toe op het comfort van rolstoelgebruikers, senioren en kinderwagens. Hierbij hebben we oog voor de gekozen materialen. We voorzien voldoende zebrapaden met het oog op meer verkeersveiligheid.

150. De toegankelijkheid van de Visserskaai wordt verbeterd voor voetgangers en fietsers.

151. Groen in de stad is een werkpunt. Van zodra er voldoende randparkings gebouwd zijn zetten we in op de vergroening van de binnenstad. Het autovrij maken van het Mijnplein is een doel dat we zo snel als mogelijk willen realiseren.

152. We ijveren voor een doorsteek voor voetgangers en fietsers van uit het Westerkwartier naar de zee.

 

Oostende: warme en sociale stad

153. Armoede bestrijden wordt de komende bestuursperiode een prioriteit. Oostende heeft een van de hoogste cijfers qua armoederisico in Vlaanderen. Een ommekeer is nodig. We kiezen resoluut voor een integrale en transversale aanpak, want armoede heeft vele gezichten. Om een gedragen en doortastend beleid te kunnen voeren is een samenwerking tussen de verschillende actoren aan de orde. ‘Alle’ actoren, ook vrijwilligers, onderwijs, artsen, ordediensten, … spelen hierbij een belangrijke rol. We maken een einde aan de versnippering en zorgen voor de broodnodige coördinatie tussen alle actoren.

154. Alle mensen beschikken over krachten en talenten en zijn in staat om binnen hun mogelijkheden te groeien en te veranderen. Daarom zetten we in op krachtgericht werken. Hulpverlening en cliënt zijn daar samen verantwoordelijk voor.

155. De inkanteling van het OCMW in de Stad biedt een unieke kans om méér sociaal beleid te voeren. Een efficiënte organisatie zorgt voor extra ruimte. We richten een zorgbedrijf op met als doel meer en beter sociaal beleid te organiseren. De ondersteunende diensten blijven bij voorkeur gemeenschappelijk met het oog op die efficiëntiewinst. Het zorgbedrijf zal ten laatste op 1 januari 2020 volledig operationeel zijn.

156. We maken werk van een armoedeplan met duidelijke prioriteiten. Alle noden en organisaties en hun kerntaken worden in kaart gebracht. We zorgen dat elkeen die nood heeft aan hulp de weg kan vinden naar de hulpverlening. Ook wie geen recht heeft op geïnstitutionaliseerde hulp wijzen we de weg naar bestaande hulporganisaties.

157. De armoedebestrijding valt onder de bevoegdheid van één enkele schepen. Alle geledingen van het stadsbestuur ontwikkelen de reflex om de impact van het beleid op armoede af te wegen. We speuren armoede actief op. Dit vraagt een integrale en gecoördineerde aanpak. Het geëngageerde middenveld is een sterke partner.

158. We verlagen de drempel naar het Sociaal Huis en stappen zelf naar de mensen toe. We nemen het GO-project van de stad Mechelen als voorbeeld, 

dat in het verleden een prijs ontving van de Koning Boudewijnstichting.

159. Maatschappelijk werkers zijn de steunpilaren van dit beleid. We zorgen voor meer opleidingen en waarborgen hun veiligheid met een nultolerantie voor zowel fysiek als verbaal geweld. We denken hierbij ook aan flexibel inzetbare medewerkers om acute vragen weg te werken.

160. Straathoekwerk is er voor wie we erg moeilijk kunnen bereiken en overal uit de boot valt. We breiden de werking uit en we respecteren te allen tijde hun beroepsgeheim en autonome positie.

161. Het beleid werkt niet enkel de symptomen van armoede weg. Het pakt de problemen bij de wortels aan en heeft als doel elk individu volwaardig te laten participeren aan de samenleving. Dit vraagt een integrale aanpak, waarbij de maatschappelijk werker het overzicht bewaart en het traject begeleidt.

162. Automatische rechtentoekenning in het kader van administratieve vereenvoudiging. We maken zelf de oefening of iemand in aanmerking komt voor leefloon, aanvullende steun, andere lokale premies… Dit wordt een kerntaak van het stadsbestuur en alle Oostendenaars.

163. We voeren een intensief activeringsbeleid met een traject op maat voor elke betrokkene. We zetten actief in op de ontwikkeling van arbeidsattitudes en arbeidsethos. Vrijwilligerswerk is geen taboe. Werk blijft de sleutel voor de toekomst en zorgt voor sociaal contact.

164. Tegenover het recht op sociale bijstand staat het engagement van de cliënt om maximaal mee te werken aan het traject dat de lokale overheid samen met hem of haar uitstippelt. Een belangrijk instrument is het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijk Welzijn, het zogenaamde GPMI. Dit is de afsprakennota tussen cliënt en OCMW. Dit is een contract dat de cliënt afsluit. We zien toe op de naleving.

165. Economie, tewerkstellingsbeleid en armoedebestrijding gaan samen gezien een job de beste garantie is voor de toekomst. Als lokale overheid hebben we de taak om jobcreatie in de stad te faciliteren. Economie en armoedebestrijding zijn sterk verweven. Ook sociale economie verdient ondersteuning.

166. Oostende heeft een belangrijke regierol in de aanpak van tewerkstelling van kansengroepen. We brengen dan ook alle actoren samen op het terrein van de (sociale) economie en zorgen voor deze gezamenlijke aanpak. De actoren werken binnen hun kerntaken complementair en versterkend.

167. Oostende zet actief in op het aantrekken van nieuwe bedrijven die onder meer de cluster rond de Oesterbank kunnen versterken.

168. We sporen mensen in sociaal isolement en vereenzaming actief op. De wijkagent, de stadsmarinier, de straathoekwerker, de werknemers van de dienstencentra, … zijn belangrijke actoren. We sporen mensen aan om deel te nemen aan culturele activiteiten, sportactiviteiten en wijkwerking. Burgers en verenigingen die mensen samenbrengen worden ondersteund.

169. Oostende@internet is een waardevol initiatief dat zowel de band met de overheid versterkt als senioren met hun kinderen en kleinkinderen én met de wereld verbindt.

170. Bij de inrichting van het openbaar domein hebben we oog voor infrastructuur dat mensen samenbrengt. Banken, sportinfrastructuur, speelpleintjes, … zijn ontmoetingsplekken voor iedere Oostendenaar.

171. Mensen die duidelijk misbruik maken van het systeem worden gesanctioneerd. Wanneer uit grondig onderzoek blijkt dat ze doelbewust misbruik maken van de diensten, dan schaden ze in de feiten diegenen die echt nood hebben aan ondersteuning. We richten hiertoe een fraudecel op om misbruiken op te sporen.

172. De banden met het onderwijs worden aangehaald. We zetten actief in op kleuterparticipatie en pakken schooluitval aan. Ook de spijbelproblematiek krijgt extra aandacht. Onderwijs is immers de basis voor de toekomst en de sleutel tot het doorbreken van generatiearmoede.

173. We evalueren de toekenning en de werking van het gezinsondersteunend budget en optimaliseren dit middel.

174. Eenoudergezinnen hebben het vaker moeilijk. We hebben oog voor hun noden en nemen waar mogelijk extra maatregelen voor deze groep.

175. Uit onderzoek blijkt dat kwetsbare ouders vaak geen vertrouwen hebben in kinderopvang. We zetten een campagne op om dat gevoel te doorbreken.

176. Ook zelfstandigen in nood hebben recht op ondersteuning. We onderzoeken de mogelijkheid om tijdelijk een leefloon toe te kennen.

177. De ontmoetingscentra worden een echte plek van ontmoeting. Ook jongeren, mensen met een migratieachtergrond, kortom iedereen met zijn weg kunnen vinden. Bovendien worden de centra als wijkantennes een belangrijke partner bij de detectie van armoede en eenzaamheid. Wijkwerking is belangrijk in de strijd tegen armoede.

178. De dienst schuldbemiddeling is een cruciale partner. De dienst is overbevraagd. We onderzoeken de haalbaarheid van een uitbreiding. We versterken de juridische expertise.

179. Een doorgroeihuis vangt mensen zonder domicilie in eerste lijn tijdelijk op, gedurende het ganse jaar door. We gaan onmiddellijk intensief aan de slag om hen een waardevolle plek in de samenleving te bieden.

180. België kent een goede gezondheidszorg. Niet iedereen is op de hoogte van de mogelijkheden die ons systeem te bieden heeft (oa. derdebetalerssysteem, …) . We informeren gericht. We informeren ook gericht over het belang van de rol huisarts om oneigenlijk gebruik van de spoeddienst tegen te gaan.

181. We investeren in gerichte preventiecampagnes rond onder andere ongewenste zwangerschap en SOA’s. Een ongewenste zwangerschap maakt de situatie van kansarme vrouwen nog moeilijker. We werken hier samen met huisartsen, ziekenhuizen, ….

182. Inzake preventieve zorg vertoont Oostende lage cijfers voor de gratis onderzoeken naar borstkanker, dikke darmkanker, baarmoederhalskanker enz… De stad moet deze gratis onderzoeken sterk promoten in samenwerking met de huisartsen en mutualiteiten.

183. Er komt een inloophuis voor mantelzorgers waar mantelzorgers terecht kunnen voor ondersteuning en praktische vragen en ook doorgedreven begeleiding krijgen. Hier wordt ook een woonzorgloket ondergebracht dat mensen begeleidt bij het aanpassen van hun woning naar hun noden. Het woonzorgloket zal ook outreachend werken.

184. Dagopvang en kortverblijf van oude en zorgbehoevende personen zullen we versterken.

185. Het armoederisico bij senioren ligt een stuk hoger als gemiddeld. Ouderen zijn dus een belangrijke groep. Het “meldpunt senioren in nood” bewijst zijn nut. De werking is goed en kan verder uitgebouwd worden. We promoten dit meldpunt actief. Hoe bekender het meldpunt wordt, hoe meer mensen moeilijke situaties kunnen aankaarten.

186. We monitoren de nood aan plaatsen in woonzorgcentra en serviceflats. Samen met de private partners bekijken we hoe we het aanbod op de vraag kunnen afstemmen.

187. Het ziekenhuislandschap is danig veranderd. We pleiten daarom voor één ziekenhuis in Oostende. De Oostendenaar heeft geen baat bij een versnipperd zorglandschap. Door een versmelting van de bestaande ziekenhuizen kan het zorgaanbod naar een hoger niveau worden getild. Grotere structuren trekken top- artsen aan en kunnen efficiënter georganiseerd worden. Op die manier zal het Oostendse ziekenhuis een belangrijke partner zijn in het dynamisch ziekenhuisnetwerk KOM (Noord-West-Vlaanderen).

188. Oostende wordt een hartveilige stad. Met meer publiek toegankelijke AED- toestellen en reanimatiecursussen.

189. Psychische kwetsbaarheid en kansarmoede gaan vaak hand in hand. De stad wil bestaande projecten structureel ondersteunen en waar mogelijk lacunes in het beleid rond geestelijke gezondheidszorg mee helpen opvangen.

 

Oostende: stad met een hart voor ouders

190. Het aanbod aan kinderopvang sluit niet volledig aan bij de noden. We stemmen beiden op elkaar af. Ten minste voor elk kind van ouders die werken of willen werken, is er een plek voorzien. Een job is namelijk de beste garantie tegen armoede. We brengen de nood aan flexibel aanbod waar nodig. Een vast opvangplan is namelijk niet voor iedereen haalbaar. We onderzoeken innovatieve mogelijkheden.

191. We zetten, in samenspraak met de sector, in op een betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang. Wij kiezen voor een systeem waar stedelijke tegemoetkomingen opvanginitiatief-neutraal zijn. Dit betekent dat de grote prijsverschillen tussen diverse kinderopvanginitiatieven worden weggewerkt. We mikken op een goede spreiding van de kinderopvang op het grondgebied van de stad.

192. We hervormen en breiden het automatisch kinderloket uit. Voor zowel ouders als opvanginitiatieven kan het kinderloket worden geoptimaliseerd en kiezen we voor digitalisering.

193. Kinderopvanginitiatieven zijn een belangrijke partner in de strijd tegen kinderkansarmoede. In het stedelijk beleid is er de nodige aandacht voor mogelijke middelen die hogere overheden voorzien. De stad informeert hierover ook maximaal alle kinderopvanginitiatieven.

194. We wenden alle mogelijkheden aan om moeilijk bereikbare ouders toe te leiden tot kinderopvang, in het belang van het kind.

195. We evalueren en optimaliseren het systeem van de buitenschoolse kinderopvang.

 

Oostende: toegankelijke stad

196. Elke Oostendenaar telt en we gaan de komende jaren voluit voor een inclusieve stad. Toegankelijkheid is een uitdaging. We streven dus maximale deelname aan de samenleving na en willen hierbij niemand achterlaten. Bij alle bouw-, verbouw- en openbare werken hanteert de stad systematisch een toegankelijkheidstoets bij zowel de opmaak van de plannen als bij de uitvoering ervan. De stadsmarinier onderzoekt zijn werkingsgebied en brengt alle fysieke drempels in kaart. Zo kunnen die systematisch en structureel opgelost worden. 

197. We kiezen voor een helder taalgebruik in zowel geschreven als mondelinge communicatie van de stad. We maken gebruik van visuele stappenplannen, sensorische kaarten, afsprakenfiches etc…

198. We zetten in op een toegankelijk strand. De strandbars en de surfclubs moeten toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers.

199. We stimuleren en ondersteunen sportclubs bij de aankoop van aangepast sportmateriaal en de inrichting van aangepaste sportinfrastructuur.

200. Bij de aankoop van nieuwe speeltoestellen in de stad speuren we de markt af naar speeltoestellen waar jonge rolstoelgebruikers plezier aan kunnen beleven.

201. We voorzien verzorgingsruimtes voor personen met een beperking.

202. Openbare toiletten worden stapsgewijs toegankelijk gemaakt. Zowel in de stad als op het strand.

203. We overleggen met de taxi-sector en streven naar minstens één taxi die toegankelijk is voor rolstoelgebruikers.

204. Zelfstandigen die inspanningen leveren om hun zaak toegankelijk te maken zetten we in de kijker. We bundelen de goede voorbeelden en communiceren hierover.

205. We ontwikkelen een app die het plannen van een bezoek aan de stad voor mensen met een beperking rimpelloos laat verlopen.

206. Alle stadsgebouwen moeten toegankelijk zijn. De diensten hebben aandacht voor omgaan met autisme en andere beperkingen. Dit verhoogt de toegankelijkheid en de klantvriendelijkheid van de stad.

 

Oostende: stad om in te wonen

207. Het nieuwe stadsbestuur streeft met zijn woonbeleid 5 centrale doelstellingen na: singles en jonge gezinnen voor de stad laten kiezen, zorgen dat wonen betaalbaar en kwaliteitsvol is (ook voor mensen met een bescheiden inkomen), middengroepen en tweeverdieners aantrekken, zonder schroom projecten met nieuwe woonvormen (zoals co-housing, eco-woonprojecten…) stimuleren en inspelen op de noden van de vergrijzing.

208. De oppervlakte van de stad Oostende is beperkt. We doen een nulmeting en maken een inventaris van de woonentiteiten naar type en aantal. Op basis hiervan worden er een woonplan en een bouwnota gemaakt om een antwoord te bieden op de huidige en de toekomstige woonbehoeften. Hierbij houden we rekening met het stijgend aantal inwoners dat nood heeft aan een kwalitatief woningaanbod.

209. Er zijn nagenoeg geen mogelijkheden meer om nieuwe grote projecten op te starten. De nieuwe bestaande projecten krijgen alle kansen om verder te ontwikkelen. Daarnaast komt er een focus op open ruimte, groen, speelruimte en autoluwe omgeving en veilige fietsinfrastructuur. We mikken vooral op een gediversifieerd woningaanbod met de nadruk op inbreiding en vernieuwende woonvormen voor gezinnen en singles in plaats van nieuwe grootschalige appartementsprojecten.

210. De dienst wonen en de dienst ruimtelijke ordening staan ten dienste van de burgers. Ze denken oplossingsgericht en ondersteunt de burger bij het zoeken naar oplossingen.

211. We evalueren alle stedelijke premies die verband houden met wonen en renovatie naar hoogte en doel. We hervormen waar nodig.

212. We maken de bewoners wegwijs in de vele premies en tussenkomsten die de verschillende overheden ter beschikking stellen.

213. De aanpak van leegstand en stadskankers is een prioriteit. Leegstaande gebouwen volgen we van zeer nabij op. Eigenaars van leegstaande panden worden snel aangeschreven en uitgenodigd om in dialoog mogelijkheden voor renovatie en bewoning te bespreken. Tegen eigenaars die manifest weigeren om hier aan mee te werken treden we streng op. De belasting op leegstand is hierin een belangrijk instrument. We herbekijken het reglement en gaan voluit voor een strengere handhaving.

214. We monitoren potentiële leegstand in oudere appartementen en onderzoeken welke preventieve maatregelen er genomen dienen te worden.

215. We controleren actief en treden hard op tegen huisjesmelkerij. Voor zij die zich hieraan bezondigen geldt geen pardon. Woningen die na controle niet conform zijn kunnen niet verhuurd worden. Eigenaars moeten zich onmiddellijk in regel stellen. Zo niet volgen er sancties.

216. Multibelacties zijn een goede zaak en zetten we intensief verder. We mogen niet blind zijn voor de perverse effecten van de acties. We evalueren de multibelacties en sturen bij waar nodig. Eigenaars begeleiden we om hun woning in regel te stellen.

217. Er wordt een rollend fonds in het leven geroepen dat op strategische plaatsen in functie van de stadsontwikkeling woningen verwerft, renoveert en terug op de markt brengt, en zo ook leegstand aanpakt. De verworven informatie bundelen we in een informatiebrochure zodat het andere stadsgenoten kan inspireren en overtuigen.

218. We onderzoeken de toepassing van creatieve oplossingen voor betaalbaar wonen, zoals community land trust waarbij woningen verkocht worden zonder de grond. Ook de mogelijkheid tot hamsterhuren (huren met optie tot kopen aan verminderde prijs) onderzoeken we.

219. Experimenten met groendaken zullen we stimuleren. Ook muurtuinen moedigen we aan. Hoewel in embryonale fase en voorlopig nog duur, ligt hier een toekomst voor een groenere en meer leefbare stad. Ook dat is een element van een slimme stad.

220. We brengen het landschap binnen in de stad door goede verwevenheid van de bebouwde omgeving met kwaliteitsvolle groene vingers. Open landschap hoort niet enkel aan de rand of aan de achterkant van bebouwing thuis.

221. Hoogbouw heeft zijn plaats in Oostende. Het moet synoniem zijn voor creativiteit, toparchitectuur en open ruimte. Deze woonvorm valt perfect te rijmen met een gezin wanneer je onder andere de openbare ruimte aangenaam inricht.

222. Om de woonomgeving te verbeteren en het bestaande stadsweefsel te versterken rekenen we stedelijke ontwikkelingskosten die voortvloeien uit grote stedenbouwkundige projecten, door in de lasten en voorwaarden van stedenbouwkundige vergunningen. Zo dragen ook grote privéprojecten bij aan de maatschappelijke noden die ze creëren in de stad.

223. Binnenblokken in woonwijken met rijhuizen bieden onbenut potentieel. Herinrichting kan leiden tot tuinuitbreiding of buurtparkje. De stad neemt een actieve rol op zich om bewoners die hiermee verder willen te informeren of bij te staan.

224. We informeren mensen over een mogelijke overstap van de sociale woningmarkt naar de private huurmarkt of koopmarkt. We bekijken welke mogelijkheden de evolutie in gezinssamenstelling en inkomens heeft op de keuzemogelijkheden van de mensen.

225. Het aantal sociale woningen wordt verhoogd om minstens het bindend sociaal objectief te behalen. We werken aan een goede spreiding van sociale woningen in Oostende.

226. Een leefbare woonomgeving is een omgeving waar buren in een goede verstandhouding kunnen samenleven. We verwachten van de sociale huisvestigingsmaatschappijen dat ze het nodige doen om de taalvoorwaarde voor sociale huur te doen respecteren. Kunnen communiceren met elkaar is essentieel voor sociale cohesie.

227. We zorgen voor een vroege detectie van betaalproblemen om uithuiszetting van huurders en het derven van huurinkomsten voor verhuurders te vermijden. We geven huurders en verhuurders de mogelijkheid om dit vlot te melden zodat gepaste begeleiding snel kan worden opgestart.

228. Het aanbod sociale woningen is kwalitatief en energiezuinig. Het energiezuinig maken zorgt voor lagere energiefacturen en dus meer financiële ruimte voor de bewoners.

229. We geven voorrang aan sociale huurders die al een binding hebben met de stad: wie er woont of werkt of van wie de kinderen in de stad school lopen. Lokale binding zorgt voor een snellere en betere integratie en versterkt het maatschappelijk weefsel. We passen het bestaande lokaal toewijzingsreglement aan zodat we sociale huurders die al een sterke band met de stad hebben, nog sneller voorrang geven. We evalueren ook de doelgroepenregeling die opgenomen is in het huidige toewijzingsreglement.

230. Het Sociaal Verhuur Kantoor (SVK) is een belangrijke partner om betaalbaar wonen mogelijk te maken. We evalueren de werking van het SVK met het oog op het verlagen van de leegstand, een flexibele en efficiënte werking om snel te kunnen toewijzen en in te spelen op precaire woonnoden. Tegelijk mikken we meer dan nu op een sociale mix van huurders, voor een gezonde groei van het SVK.

231. We zetten meer in op erfgoed en herbestemming, we behoeden erfgoed voor afbraak. We hebben de ambitie om de lokale erfgoedlijst op basis van een objectieve vaststelling om te zetten in een nieuw “RUP bouwkundig erfgoed”. Het gevolg zal zijn dat veel meer panden dan vandaag tegen afbraak worden beschermd. Een dergelijke heldere en consequente beleidskeuze biedt duidelijkheid aan alle betrokkenen. Een correcte communicatie hoort daarbij. Tot de inwerkingtreding van dit RUP houden we vast aan de bestaande lokale erfgoedlijst waar panden kunnen worden aan toegevoegd. Nadien wordt het RUP ons instrument.

232. We stellen vandaag vast dat heel wat erfgoedpanden staan te verkommeren. Dat krijgt een hoge prioriteit. We pleiten voor een strikte naleving van de regelgeving inzake leegstand en verkrotting. Er wordt kort op de bal gespeeld en snel opgetreden tegen verwaarlozing, zoals open vensters of een gat in het dak. We onderzoeken of we een verhoogde leegstandtaks kunnen en moeten heffen voor panden met locuswaarde. We kiezen echter niet alleen voor een sanctionerend beleid maar gaan in de eerste plaats samen met de eigenaars op zoek naar oplossingen.

233. We roepen een erfgoedfonds in het leven dat eigenaars van deze panden ondersteunt en hen meer ruimte geeft om te renoveren en te benoveren. Deze ondersteuning gaat steeds gepaard met een duurzaam plan van aanpak waarmee wordt gewerkt aan een structurele oplossing voor het pand. Het erfgoedfonds wordt ook gebruikt als rollend fonds om, indien nodig, erfgoedpanden op te kopen en te renoveren.

234. De erfgoedcommissie A.be stellen we samen op een transparante manier, met mensen met expertise in architectuur en stedenbouw. De leden zijn onafhankelijk van het stedelijk beleid.

235. De renovatie van erfgoedpanden moeten we zien in een functioneel kader. Erfgoed geven we een toekomst door toe te laten om het aan de huidige woonnormen te laten aanpassen.

236. Oostendenaars kunnen zelf waardevolle panden en verwaarlozing of leegstand signaleren aan het stadsbestuur.

237. Oostende telt enkele iconische café’s die tot het Oostendse patrimonium en collectief geheugen behoren Deze willen we behoeden voor afbraak. We maken daar een inventaris van en treden in contact met de eigenaars.

 

Oostende: milieu- en natuurvriendelijke stad

238. De strijd tegen sluikstorten en hondenpoep kan je niet voeren wanneer er een tekort is aan vuilnisbakken op het openbaar domein. We maken een afvalbakkenplan met aangepaste ophaling. We kiezen voluit voor sorteer-afvalkorven op het strand en waar mogelijk in het straatbeeld.

239. Voor sluikstorters geldt een nultolerantie. Hondenpoep, sigarettenpeuken, … vallen hier onder. We werken sensibiliserend en repressief. Er worden asdoofplaatjes voorzien op afvalkorven. Er komen afspraken met de organisatoren van evenementen om er rookvrije zones te voorzien. Met sportverenigingen spreken we af om roken in sportinfrastructuur te vermijden. Op het strand rollen we een proefproject “rookvrije zone” uit.

240. Het afvalstratenplan wordt uitgebreid en versneld ingevoerd; uiteindelijk zal de traditionele afvalophaling verdwijnen. Het spreekt voor zich dat er een overgangsperiode zal zijn. Dit biedt ook een deel van de oplossing voor de meeuwenproblematiek.

241. We lichten de afvalophaling door en passen de ophaling, waar mogelijk, aan de noden aan.

242. De meeuwenproblematiek pakken we aan onder andere met een performant afvalbeleid. We zoeken broedplaatsen buiten de bebouwde zone.

243. Het Europees Parlement nam op 24 oktober 2018 een belangrijke beslissing op weg naar een plasticvrije wereld. Oostende wacht niet op de inwerkingtreding van deze beslissing. We kiezen onmiddellijk het pad van een plasticvrij Oostende. We zetten proefprojecten op om binnen korte termijn plastic bestek, bekers, rietjes, ballonnen … tot het verleden te laten behoren. Ook evenementen moeten zich hieraan houden.

244. Waar mogelijk vergroenen we de binnenstad. Het bloemenuurwerk wordt in ere hersteld. Zowel in de binnenstad als in de wijken hebben we aandacht voor biodiversiteit: we zaaien inheemse bloemen, creëren biotopen voor bijen, vlinders en vogels, we voorzien insectenhotels.

245. Het stadsrandbos is een waardevol stuk groen in Oostende. Verhardingen horen niet thuis in een bos en kunnen slechts in uitzonderlijke omstandigheden worden aangebracht. Er wordt niet gekapt in het stadsrandbos, behalve in het kader van bos- en natuurbeheer. Ook het krekengebied en de andere natuurgebieden houden we in ere.

246. We hebben de ambitie om het stadsrandbos met minstens 50ha uit te breiden.

247. Er komen delen van verduining op delen van de Oosteroever en Raversijde.

248. Natuureducatie en -recreatie is een meerwaarde. Dichtbij het strand blijft Duin & Zee daarvoor de uitvalsbasis voor de betrokken organisaties, maar ook de kinderboerderij wordt verder omgebouwd van een passieve kijkboerderij naar een actieve doe-boerderij en proefplaats voor lokale voedselproducten.

249. Het natuurgebied rondom het Duinenkerkje wordt gerealiseerd.

250. Oostende wordt klimaatneutraal. We voeren het engagement, aangegaan in het burgermeestersconvenant onverkort, onverwijld en ambitieus uit.

251. De werking van het Energiehuis Oostende nemen we onder de loep. We evalueren de structuur en de werking. De doelstellingen van EOS dragen we wel hoog in het vaandel. We promoten actief deze doelen.

252. EOS zal als uniek loket optreden voor alle informatie rond energie. Zo hebben de Oostendenaars één aanspreekpunt en worden ze vakkundig geholpen bij al hun vragen rond hernieuwbare energie, energiepremies en investeringen in energie- efficientie.

253. EOS zal actief 0%-energieleningen aanbieden aan de kwetsbare doelgroep. Zu kunnen energiebesparende maatregelen (zoals isolatie, led-verlichting,…)door alle oostendenaarsgedaanwordenwantelkeKWh energiemennietverbruiktkomtniet op de energiefactuur.

254. Samen met EOS zullen we gerichte acties voeren naar huurders, verhuurders, en eigenaars van woningen over rationeel energiegebruik, energiebeheer en hernieuwbare energie.

255. Als stadsbestuur zullen we de Oostendse vereningingen en VZW’s aanmoedigen om in 2019 gebruik te maken van het tijdelijke interessante aanbod om energieleningen aan 1% af te sluiten voor energie-investeringen in hun gebouwen.

256. Bij bouwprojecten zal nauwgezet gekeken worden dat ze CO2-arm worden opgetrokken en dat er collectieve verwarming is. We hebben speciale aandacht voor het warmtenet dat in onze stad ontwikkeld wordt.

257. Als stad hebben we heel wat eigen daken in beheer. Deze daken worden onze eigen energieproducenten en zo ook onze eigen groene energie-ambassadeurs.

258. Er komt een zonne-actieplan om alle gebouwen met potentieel voor zonnepanelen in Oostende te identificeren. Daarvoor maken we gebruik van de zonnekaart. Samen met de Oostendse bedrijven installeren we ook cooperaties of andere samenwerkingsprojecten zodat alle Oostendenaars kunnen investeren en genieten van het rendement van zonne-energie.

259. Bedrijven die op het Oostends grondgebied aanwezig zijn zullen we aanmoedigen om eventueel samen met hun werknemers, omwonenden of Oostendenaars te investeren in hernieuwbare energie zoals zonnepanelen, kleine en middelgrote windmolens en warmtenetten,…

260. Alle openbare gebouwen zullen we aan een energiescan onderwerpen. Gerichte energie-efficiënte maatregelen zullen waar mogelijk via een ESCO-formule gerealiseerd worden.

261. Alle nieuwe openbare gebouwen worden CO2-neutraal opgetrokken en zullen zoveel mogelijk voorzien in eigen energie-bevoorrading of sluiten zich aan op het warmtenet.

262. De openbare verlichting is een kostenpost waar we op kunnen besparen door LED- verlichting te installerenen en deze ook slim aan te sturen. Zo pakken we ook de lichtvervuiling aan. Hier zullen we partners bij betrekken en ook participatieprojecten voor de Oostendaars opzetten.

263. Ons wagenpark wordt de eerste zes maanden onmiddellijk gescreend. Overtollige voertuigen worden onmiddellijk verkocht. Er wordt dan prioritair ingezet op verplaatsingen per (elektrische) fiets. Alle voertuigen op diesel of benzine worden versneld vervangen door elektrische voertuigen of voertuigen op waterstof. In een overgangsfase kan ook CNG de oplossing zijn voor sommige voertuigen waar geen andere milieuvriendelijke alternatieven op de markt zijn.

264. De stad neemt initiatieven om de luchtkwaliteit te bewaken en te verbeteren. De stad realiseert daartoe goede mobiliteitsoplossingen. Na de realisatie van een nieuwe randparking en het invoeren van elektrische bussen, voeren we een gefaseerde lage emissiezone voor Oostende in. De resultaten van Curieuzeneuze Vlaanderen tonen aan dat de luchtkwaliteit in het stadscentrum te wensen overlaat. De installatie van een cameraschild heeft een dubbel doel, zijnde mobiliteit en veiligheid.

265. We zorgen voor een slim elektrisch laadpuntenplan voor zowel elektrische fietsen, scooters als auto’s. In een toeristische stad als Oostende zijn meer laadpunten absoluut noodzakelijk.

266. We schakelen over naar milieuvriendelijke taxi’s. Tegen uiterlijk 2024 rijden alle taxi’s elektrisch of op waterstof.

267. In Oostende rijden alle stadsbussen uiterlijk tegen 2024 elektrisch of op waterstof.

268. Bouwpromotoren worden gestimuleerd om nieuwe woonprojecten zo energiezuinig mogelijk te realiseren.

269. Woningen en bedrijven die niet aangesloten zijn op het rioleringsstelsel moeten hun eigen zuiveringssysteem installeren. De stad kijkt toe op de naleving ervan.

 

Oostende: stad met een hart voor onderwijs

270. Ook na de overheveling van het stedelijk onderwijs naar het gemeenschapsonderwijs GO! blijft het stadsbestuur een belangrijke rol vervullen. De stad neemt een regierol op zich en stimuleert netoverschrijdende samenwerkingen rond thema’s als spijbelen, schoolmoeheid en kansarmoedebestrijding….

271. Het stadsbestuur en het Economisch Huis zijn bruggenbouwers tussen onderwijs en ondernemingen. We spelen een actieve rol in duaal leren en zijn ondersteunend op het vlak van infrastructuur, logistiek en begeleiding.

272. Kleuterparticipatie is een sleutel voor de toekomst. Dit is een must voor de sociale en de cognitieve ontwikkeling van een kind. Vooral voor de ontwikkeling van de taal is cruciaal. We moedigen ouders actief aan om hun kinderen school te laten lopen. Ouders worden gewezen op het belang van kleuteronderwijs. We zetten gerichte projecten op en werken hiervoor samen met Kind & Gezin, CLB en Sociaal Huis.

273. We bouwen een huiswerkbegeleiding uit op maat: in de school, in ontmoetingscentra en thuis, in samenwerking met bestaande initiatieven en schakelen organisaties met expertise in. We werken met een digitaal systeem van vraag en aanbod.

274. Er komt een concreet actieplan om schoolmoeheid en spijbelen aan te pakken. Dit vraagt een geïntegreerde aanpak dat vooral motiverend en stimulerend werkt. We brengen actoren samen per zorgniveau. Toch moeten we hier ook aanklampend werken. Maatschappelijk werkers, dokters, politie, spreken ouders aan wiens kinderen tijdens de schooluren op straat lopen aan. Het systeem van brugfiguren breiden we uit naar het secundair onderwijs.

275. We brengen de stroom leerlingen uit het secundair onderwijs die schoollopen buiten Oostende in kaart. De oorzaken van die stroom pakken we aan.

276. We stimuleren de uitbouw van maritieme onderzoekscentra en wetenschappelijk onderzoek.

277. We promoten Oostende als unieke stagestad. Zo trekken we ook jongeren aan die niet noodzakelijk schoollopen in onze stad. We bouwen onze troeven (haven, groene energie, visserij, luchtvaart, zorg, horeca, … ) om tot kennis- en ontwikkelingscentra. We stimuleren summerschools en zomeruniversiteiten. Oostende is een unieke locatie om workshops en seminaries te organiseren. Op die manier kunnen we hoger onderwijs opnieuw in Oostende aanbieden.

278. We promoten Oostende als stad om taalkampen te organiseren.

279. Ons kunstonderwijs is een troef. We verlagen de drempel door ondermeer het systeem van kunstkans. Hier vragen we wel engagement en betrokkenheid van de ouders. Wie een schooljaar start dient dit ook af te maken. We bieden ook kunstonderwijs aan in de scholen na schooltijd.

280. We pakken de ongekwalificeerde uitstroming aan in samenwerking met de VDAB en het Sociaal Huis.

281. We evalueren en versterken het flankerend onderwijsbeleid waar nodig in lijn met het nieuwe decreet Leerlingbegeleiding. Voor grotere projecten willen we samenwerken met de buurgemeenten om alle leerlingen te bereiken die in Oostende school lopen.

282. Onderwijscheques worden gedigitaliseerd.

Oostende: stad met een hart voor de jeugd

283. Oostende wordt een bruisende stad van en voor jongeren. Oostende trekt met een positief en ambitieus beleid jonge mensen aan. We geven hen ruimte in onze stad en we zorgen voor een uitgebreid aanbod.

284. Het openbaar domein richten we op een kindvriendelijke manier in. We zorgen voor goed onderhouden en vooral nette speelpleinen. We breiden uit waar nodig in de wijken om een aanbod te voorzien voor alle leeftijdscategorieën. Er komen meer speelpleintjes in de binnenstad.

285. Oostende krijgt een mascotte die in alle facetten van de stad terug te vinden is. Het wordt een vertrouwd gezicht voor kinderen in blije maar ook in moeilijke momenten. De figuur maakt de link met ons historisch verleden en verwijst naar James Ensor.

286. Jongerenparticipatie dragen we hoog in het vaandel. Er wordt, onder begeleiding van experten ingezet op participatie waarbij we ook werken met een burgerbudget. Inspraak van kinderen en jongeren komt er opnieuw in de vorm van een kindergemeenteraad. Kinderambassadeurs zullen een adviserende rol spelen bij belangrijke beslissingen in Oostende. We integreren de Entreepas in de UITpas.

287. Ook de jeugd heeft nood aan een plekje op het openbaar domein. Banken, sportvelden, … moeten een veilige ontmoetingsplek zijn voor jongeren waar ze in harmonie met de buurt kunnen samen komen.

288. We experimenteren met creatieve ruimtes, waaronder repetitieruimtes, waar jongeren hun eigen talenten kunnen ontdekken.

289. Ook jongeren moeten voortaan terecht kunnen in de ontmoetingscentra.

290. Jeugdverenigingen leveren schitterend werk. Ze verdienen maximale ondersteuning. We screenen alle gebouwen en zetten overleg op met alle verenigingen. We brengen de noden in kaart. Op het vlak van promotie en communicatie kan de stad een rol spelen. Alle jeugdlokalen van de stad willen we brandveilig, inbraakveilig en energiezuinig maken.

291. Uitgaan in Oostende zetten we in een positief daglicht. We benaderen het op een positieve manier. We integreren het aanbod in ons toeristisch programma en ook binnen het Economisch Huis komt er een sterke focus op uitgaan. We stellen alles in het werk om de bestaande uitgaansbuurten in Oostende te vrijwaren en te doen bloeien.

292. In samenspraak met de politie en de ondernemers gaan we op zoek naar een oplossing om het bestaande muziekstopuur af te schaffen.

293. Er komt een polyvalente multifunctionele ontmoetingsruimte met fuifzaal/concertzaal op de site van Hotel Terminus. We doen dit in overleg met de jeugd.

294. De werking van de Speelcompagnie lichten we door. We voorzien een laagdrempelige en kwaliteitsvolle werking, inclusief taalkampen Nederlands voor kinderen met een migratieachtergrond.

295. We waarderen de Jeugdraad als adviesorgaan en maken haar rol in het beleid belangrijker. Tegelijkertijd hebben we ook aandacht voor inspraak van de niet georganiseerde jeugd. We laten de Jeugdraad ook zelf keuzes maken via een participatietraject en een eigen toegewezen budget.

296. De jeugdhuizen worden actief begeleid om zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk te zijn voor alle Oostendse jongeren.

297. Psychische kwetsbaarheid is een aandachtspunt bij heel wat Oostendse jongeren. Het jeugdwelzijnswerk is een sterke partner van het jeugdbeleid en wordt als dusdanig verankerd.

 

Oostende: sportstad

298. We stimuleren elke Oostendenaar om aan sport te doen. Hetzij op competitief niveau hetzij op recreatief niveau.

299. We ondersteunen de werking van sportclubs, investeren in infrastructuur – ook in de buurten en wijken – en werken tekorten weg waar nodig. Hiertoe ontwikkelen we een masterplan sportinfrastructuur en investeren in goed onderhouden sportinfrastructuur.

300. Het stadsbestuur speelt een ondersteunende rol. In de eerste plaats zijn de sportverenigingen organisator van het sportaanbod. We werken ook aan administratieve vereenvoudiging in sport.

301. We staan in voor de toeleiding naar sportclubs door promotie in de scholen, de organisatie van sportmarkten en proeflessen. We richten ons op iedereen zonder onderscheid van leeftijd, geslacht, afkomst, … We zetten ook in op ‘samen’ sporten. Er komt een actieve promotiecampagne naar senioren toe. Hierbij betrekken we ook de huisartsen.

302. De sportdienst speelt een coördinerende rol in het verspreiden van info over en van de sportclubs in scholen.

303. Scholen die bewegen hoog in het vaandel dragen kunnen we een sportcertificaat toekennen. Dit zijn scholen die hoog scoren op een aantal criteria: gezondheid actief op de agenda plaatsen, motorische ontwikkeling, buitenspelen, aanpak signaleren overgewicht…

304. We stimuleren bedrijven en ondernemers om hun werknemers te motiveren om aan sport te doen.

305. De openingsuren van het zwembad worden beter afgestemd op alle Oostendenaars. Zo willen we het zwembad ’s morgens vroeger openstellen voor het publiek.

306. We organiseren een ‘Dag van de Sport’. Op die dag kunnen inwoners nieuwe sporten ontdekken. De dag valt binnen de week van de sportclubs.

307. De sportdienst richt in samenwerking met de Oostendse sportclubs een omnisportclub op voor kinderen. Je kan maximum 1 jaar lid worden van de club. Kinderen komen in aanraking met 10 verschillende sporten en kunnen nadien doorvloeien naar de reguliere clubs.

308. We besteden speciale aandacht aan sporten voor jongeren tussen 12 en 16 jaar. Wie niet over extreme talenten beschikt maar wil blijven sporten moet dit kunnen.

309. Binnen het sportbeleid is er meer aandacht voor minder mobiele personen. We ondersteunen sportclubs in de aankoop van aangepast materiaal zodat ook die mensen op een structurele manier aan sport kunnen doen in clubverband.

310. Via digitale weg moeten niet-georganiseerde sporters elkaar kunnen vinden om hen de kans te geven om samen te sporten.

311. We investeren in infrastructuur op het openbaar domein en dit met het oog op de organisatie van wijksport (voetbal, basket, petanque…). Ook de zichtbaarheid is belangrijk. We bekijken in de openbare ruimte plaats kunnen maken voor urban sport en publieke sportbeleving (urban dance, tai chi, pleintjesbasketbal, joggen, outdoor gym, ….)

312. Naar het succesvolle voorbeeld van skeeleren, roeien en blokart zoeken we hoe we met andere nichesporten Oostende als sportstad verder kunnen promoten. We optimaliseren de infrastructuur.

313. Oostende wordt een watersportparadijs. We ontwikkelen het sportstrand met respect voor de natuurwaarden. Watersporters moeten zich welkom voelen in de stad. Het beachhouse dat er nu staat is Oostende onwaardig. We voorzien in de aanleg van een slipway.

314. We willen alle twaalfjarigen via brandingssporten kennis laten maken met de gevaren van de zee (branding, stroming, getijden).

315. We streven naar sportieve uitmuntendheid en bieden topsporters alle kansen. We bespreken hun noden en kijken wat mogelijk is.

316. Voor bepaalde sporten worden ’s avonds ontmoetingscentra opengesteld.

317. Topsporters moeten een voorbeeld zijn voor de jeugd. Onze sporters het nodige respect tonen en promoten doet jongeren zin krijgen in sport. We promoten de stad als stagestad.

318. Zien sporten doet sporten. We moeten de ambitie hebben om topevenementen aan te trekken.

 

Oostende: cultuurstad

319. Oostende is een cultuurstad. We hebben de ambitie om uit te groeien tot de Culturele Hoofdstad van Europa in 2030 en geven elke kunstvorm alle kansen.

320. Het cultuurbeleid wordt vormgegeven door de cultuurdienst, de bib, cc De Grote Post en de andere cultuurpartners. We zetten in op een nauwe samenwerking op alle vlakken tussen de verschillende cultuurspelers. Alle actoren moeten bruggen bouwen om het aanbod nog meer op elkaar af te stemmen en dus de cultuurbeleving te vergroten.

321. De Grote Post is een paradepaardje waar Oostende trots op mag zijn. We ondersteunen de Grote Post verder in zijn groei. De Grote Post speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van lokale initiatieven. De Grote Post is meer dan de optelsom van de geprogrammeerde voorstellingen. Door een budgetvriendelijk verhuurbeleid moet deze cultuurtempel erin slagen om nog meer in te zetten op een open werking: met onder andere kleinschalige cultuurprojecten van individuen en verenigingen.

322. Oostende heeft een ruim aanbod aan evenementen en activiteiten. We kiezen voor een goede afstemming en spreiding van de evenementen over het gehele grondgebied.

323. Als de opportuniteit zich voordoet, kan de uitbating van het Kursaal door een private partner overgenomen worden.

324. Oostende is de stad van Ensor en Spilliaert. De stad moet beide grootmeesters uitademen.

325. Hedendaagse kunstenaars zetten we prominenter in de kijker, door onder meer pop up, extra tentoonstellings- , repetitie-, en atelierruimte.

326. We creëren een open incubatiecentrum waar beeldende kunstenaars kunnen creëren, co-creëren en anderen kunnen ontmoeten. Zo geven we onze creatieve toekomst concreet vorm en worden we nog meer een actieve kunst- en cultuurstad.

327. We geven meer zichtbaarheid aan lokaal Oostends talent door onder andere promotie in programmatie en we creëren eigen Oostendse cultuurprijzen.

328. We leggen een focus op literatuur en willen van Oostende de literatuurstad aan zee maken. We doen dit samen met alle relevante actoren zoals onze bib. Samen met particulieren en handelaars kunnen we literatuur in het straatbeeld brengen.

329. We stellen elk jaar een stadsfotograaf aan die onze stad op eigenzinnige wijze in beeld brengt.

330. We onderzoeken de bouw van een nieuw museum, samen met private investeerders. Oostende telt verschillende adembenemende collecties die vandaag niet gedeeld worden met het publiek. Iedereen moet mee kunnen genieten. Het nieuwe museum kan ook een maritieme vleugel onderbrengen.

331. We vinden kunst in de openbare ruimte een belangrijke deel van een lokaal laagdrempelig kunstenbeleid. Kwaliteit staat voorop. We streven hierbij altijd naar excellentie. We maken een beeldenparcours in de stad. Rotatie is daarbij een optie.

332. De stad neemt een regierol om het aanbod aan infrastructuur maximaal open te stellen. Sommige scholen beschikken over auditoria en zalen die geschikt zijn voor bijvoorbeeld toneelverenigingen. Dit aanbod inventariseren we. Er worden afspraken gemaakt voor verhuur en dit aanbod wordt langs één kanaal gecommuniceerd aan de verbruikers.

333. We verhogen de participatiegraad via de Uitpas, waar ook kunstkans is opgenomen. We laten jongeren proeven van cultuur in alle facetten. Kunstkans is een troef. We vragen wel engagement van zowel de leerling als de ouders. Betrokkenheid van de ouders vergroot het succes van de formule.

334. De stad legt de brug tussen cultuur en de scholen. Er worden projecten ontwikkeld en educatieve pakketten aangeboden. We gaan in dialoog met de scholen en zetten meer in op cultuurambassadeurs.

335. De bibliotheek is een voorbeeld voor velen. We gaan verder op de ingeslagen weg en hebben oog voor digitalisering en mediawijsheid. De openingsuren worden herbekeken.

336. De werking van vzw Mu-Zee-Um verdient extra aandacht. De cultuureducatieve werking moeten we verder kenbaar maken en ondersteunen. We zoeken ook extra ruimte in de nabijheid van Mu.Zee.

337. Er komt een Mu.Zee 2.0: we verhogen de zichtbaarheid met gevelvlaggen, verbeteren de bewegwijzering, we onderzoeken de inrichting van een verkeersvrij plein voor het museum, zorgen voor fietsenstallingen en streven naar een museumcafé.

338. We ontwikkelen een digitaal platform waarbij vrijwilligers en verenigingen elkaar kunnen vinden.

339. De Cultuurraad is een belangrijk orgaan. We gaan voluit voor een dynamische cultuurraad met oog voor actuele kunsten (zoals digitale kunst). We streven naar een goede samenwerking en communicatie met dit orgaan.

340. We onderzoeken de inplanting van een evenementenhal. We zoeken de meest geschikte locatie en dit in functie van ruimte en mobiliteit. We onderzoeken de mogelijkheid tot omvorming van het zwembadgebouw tot stadshal.

341. Bij de start van de legislatuur worden onmiddellijk alle nodige stappen gezet om de Thermen in ere te herstellen.

342. Alle Oostendse musea worden gratis toegankelijk iedere eerste zondag van de maand.

343. De Europaprijs voor Schilderkunst wordt opnieuw ingevoerd.

 

Oostende: internationale stad

344. Oostende is geen eiland, maar een stad in de wereld. Het beleid rond Internationale Samenwerking wordt verder uitgebouwd en brengen we dichter bij de Oostendenaar. We geven als Stad het goede voorbeeld door onze klimaatinitiatieven, de implementatie van de Sociale Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) in het beleid, en de titel van Fair Trade gemeente in de praktijk om te zetten.

345. Samen met de betrokken adviesraad en verenigingen, kiezen we jaarlijks één groot Zuidproject of een centraal thema waarrond gewerkt wordt. Dat thema krijgt de grootste zichtbaarheid en een substantieel deel van de middelen «Budget Internationale Samenwerking.

346. Fair Trade is een duurzame ontwikkelingsstrategie die kansen geeft aan ondernemers in het Zuiden. Oostende is dan wel Fair Trade gemeente, maar dit heeft nood aan opwaardering. Daarom zet Oostende in op een duurzaam aankoopbeleid, met duurzame ontwikkeling, eerlijke handel en waardig werk als pijlers. Dit wordt geïntegreerd in de overheidsaankopen en de toekenning van contracten en aanbestedingen.

347. De Stedenband met Banjul wordt geëvalueerd, we werken verder met een grote focus op ownership, structurele initiatieven, en versterking van de actoren ter plaatsen. We leggen in de samenwerking de klemtoon op het wederkerig respect voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

348. We sensibiliseren verder rond de kolonisatieperiode en de band met Oostende.

 

Oostende: diervriendelijke stad

349. Oostende wordt een stad met een hart voor dieren. We hebben respect voor élk dier. Huisdieren zijn meer dan dieren. Voor veel mensen zijn ze een deel van het gezin. Een schepen van dierenwelzijn waakt over de belangen. We voorzien in Oostende diervriendelijke faciliteiten.

350. Honden zijn welkom op het strand. Tijdens de zomermaanden zijn honden er welkom na 18.30 uur en voor 10.00 uur ’s ochtends (juli en augustus na 20u00). In de winter (1 oktober tot de paasvakantie) zijn honden overal toegelaten op het strand, behoudens het gebied tussen de Westlaan en Middelkerke, waar ze aan de leiband moeten. Op het sportstrand moeten de honden altijd kort aangelijnd. In de duinen zijn honden enkel toegelaten op de wandelpaden en kort aangelijnd.

351. We werken een informatie, educatie en sensibiliseringsbeleid uit omtrent het welzijn van dieren.

352. We experimenteren met geluidsarm vuurwerk.

353. We promoten de dierenstickers die ter beschikking zijn van de bewoners.

354. We zetten in op projecten die mens en dier verbinden bijvoorbeeld dierentherapie, dieren voor kinderen in de stad. We bekijken hoe we hierin een samenwerking kunnen doen ontstaan met de bestaande actoren in het veld.

355. We ondersteunen hittebrigades die in de zomer op pad gaan om dieren uit oververhitte wagens te redden.

356. We staan geen nieuwe attracties meer toe met levende dieren toe op de kermis. 

2 thoughts on “Bestuursakkoord Oostende 2019-2024: Allemaal Oostendenaar

  1. Allemaal goed en wel maar zoek een oplossing voor her kruispunt Elisabethlaan – Torhoutsestenweg het is er niet meer leefbaar het is een zwart punt met ellenlange filles en erge geluidsoverlast en ik kan het weten want ikwoon daar

Laat een reactie achter

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.