Artikel De Standaard

‘Blauw en groen kunnen elkaar vinden in 2019’

Posted on Posted in In de pers, Oostende

De Standaard – Simon Andries en Marjan Justaert | ‘Het was pure strategie: tellen, tellen, tellen. En eerlijk is eerlijk: de nederlaag van de socialisten was ook onvoorstelbaar groot, nietwaar Mathias?’ ‘Maar Bart, wíj zijn vooral vree sterk vooruitgegaan. De mensen snakken naar schwung!’

Terwijl in Brussel de ­federale regering dreigt te vallen – wat die dag uiteindelijk toch niet gebeurt – zitten in het centrum van Gent twee kersverse liberale burgemeesters te glunderen in een koffiebar. Ze kunnen hun ­kamerbrede smile niet verbergen. Bij De Clercq lijkt het zelfs alsof hij ermee slaapt en met Tommeleins enthousiasme valt gemakkelijk een halve badstad van elektriciteit te voorzien. Dat vraagt uiteraard een openingsvraag met een prikje.

We kwamen zonet voorbij de ­Ghelamco-arena, met de beroemde skyboxen. Hoe goed kenden ­jullie de gevallen Optima-baas ­Jeroen Piqueur en zijn jacht waarop lokale bestuurders graag vertoefden?

Tommelein: ‘ Kennen is een groot woord, hoor. Ik heb die man af en toe ontmoet op KV Oostende, maar ik ben nooit bij hem thuis geweest. Iemand bij wie je ooit aan tafel gezeten hebt, is daarom nog geen persoonlijke kennis.’

De Clercq: ‘Ik heb hem natuurlijk wel al een paar keer ontmoet.’

Worden jullie het soort burgemeester dat op die manier contact legt met vastgoedbonzen om mooie bouwprojecten te reali­seren?

De Clercq: ‘Met contacten leggen is niets mis, zolang het in de openbaarheid gebeurt. Met het huidige college hebben we op dat vlak grote stappen gezet (sinds de Optima-affaire, red.). Als er dienstreizen zijn, worden die toegelicht in de bevoegde commissie. De delegatie en de kosten worden geduid, alles gebeurt in samenspraak met de oppositie. Heel positief, typisch Gents. We willen die openbaarheid trouwens doortrekken, van passief naar actief. Alle verslagen komen automatisch op het internet, met één muisklik kun je alles zien. Dát is bestuurlijke vernieuwing.’

Tommelein: ‘Ik zal als burgemeester contact leggen met mi­lieuverenigingen, jeugdverenigingen, bedrijven en ja, soms ook met bouwpromotoren en projectontwikkelaars. De socialisten kondigden voor de verkiezingen een bouwstop aan, dat is het stomste wat je kunt doen. In onze stad moet net enorm veel gebouwd en verbouwd worden, want het patrimonium is totaal verouderd. Dus gaan lunchen met iemand om een nieuw project te bespreken, daar heb ik geen probleem mee. Ik heb niets te verstoppen. Alles mag geweten zijn, dat is een levensstijl.’

Uw bestuursakkoord in Oostende is behoorlijk voorzichtig, volgens de SP.A zelfs ‘vaag’. Ook de ‘veertien werven’ in Gent blinken niet uit in concreetheid.

Tommelein: ‘Ik ben het daar niet mee eens. In het vorige bestuursakkoord staat ook om de haverklap de uitdrukking “aandacht hebben voor”. Als wij een programma van 356 punten maken, en we gebruiken daarin een aantal keren de formulering dat we iets gaan “onderzoeken”, dan vind ik dat niet voorzichtig maar realistisch.’

De Clercq: ‘Die veertien werven zijn heel ambitieus en krachtig. Voor sommige dossiers zijn zelfs al budgetten uitgetrokken. Ik hoor en voel bij de Gentenaars dat het allemaal goed overkomt.’

Het staat vol van – excusez-nous le mot – dooddoeners als ‘krachtig’, ‘positief’, ‘toekomstgericht’. Professor Filip De Rynck (UGent) schreef: ‘De Clercq is burgemeester, bevoegd voor clichés’.

De Clercq: (protesteert) ‘Nee, dat klopt niet. Ik deel zijn mening dat we de uitdagingen voor deze stad moeten erkennen, benoemen en aanpakken. We hebben een breed gedragen akkoord, met een breed maatschappelijk draagvlak, dus ik zie dat heel positief.’

De Oostendse coalitie blijft dan weer vaag over een ‘daadkrachtige aanpak’ van racisme en discri­minatie.

Tommelein: ‘Daar is geen kant-en-klare oplossing voor. Je hebt de betrokkenheid van de burgers nodig, dat moet groeien van onderuit. Maar je moet natuurlijk wel radicaal optreden tegen racisme en onverdraagzaamheid, dat staat er wel in.’

De Clercq: ‘Wij hébben al een goeie aanpak. Mét praktijktesten die wetenschappelijk onderbouwd zijn, in dialoog met de sector en zonder dat we een heksenjacht voeren. We zullen dat beleid verderzetten en versterken, want als liberalen vinden we het belangrijk om de hakken in het zand te zetten tegen racisme.’

Waarom dan geen praktijktesten in Oostende?

Tommelein: ‘Dat is niet uitge­sloten, we zullen zien wat werkt en wat niet.’

Uw coalitiepartner N-VA liet alvast weten dat daar de komende zes jaar geen sprake van kan zijn.

Tommelein: ‘Ik geef toe dat we een aantal symbolisch geladen termen in de tekst vermeden hebben. Waarom? Omdat ik eerst een heel grote inspanning moest leveren om Groen en de N-VA met ­elkaar rond de tafel te krijgen. Met symbolen koop je niets, je loopt er toch maar mee vast. We hebben wél duidelijk een engagement ­geuit om samen discriminatie weg te werken omdat we weten dat respect voor andere culturen een groot probleem is in Oostende.’

Ook over hoofddoeken gaat het ­expliciet niét in uw akkoord.

Tommelein: ‘Ook dat klopt. Het leeft gewoon niet in Oostende. Waarom moeten we het dan in het bestuursakkoord opnemen? Toch niet om jullie een plezier te doen?’

Wat als volgende zomer de eerste boerkini opduikt op het strand van Oostende? Vreest u dan geen ­problemen tussen uw coalitie­partners Groen en N-VA?

Tommelein: (maakt wegwerp­gebaar van ongeloof) ‘Een boerkini! Allez, geloof mij, dat is nu écht niet het thema in Oostende.’

In Gent is de boerkini toegestaan in de zwembaden.

De Clercq (komt tussen): ‘Na een uitspraak van een rechter, waartegen we in beroep gegaan zijn.’

Tommelein: ‘Als er zich later problemen voordoen, zullen we die dán oplossen. Trouwens, jullie doen alsof de combinatie Groen-N-VA per definitie problemen ­oplevert, maar in Mechelen, en ­elders, hebben ze wel jaren samen bestuurd hé. Een lokaal bestuursakkoord maken gaat over vertrouwen in elkaar. Ik heb tijdens de onderhandelingen in Oostende Groen met open mond zien luisteren naar de uitleg van Björn ­Anseeuw (N-VA) over drugs­beleid: die man is verpleger geweest en volgt de materie in het Vlaams Parlement. Het water was helemaal niet zo diep.’

Wat opvalt: jullie verwijzen allebei vaak naar Mechelen. In het Oostendse bestuursakkoord staat het Mechelse model zelfs een aantal keren expliciet in de tekst.

De Clercq: ‘De kracht die Bart en ik hebben is dat we tegenstellingen kunnen overstijgen, dat we zoeken naar common ground. Bart Somers doet dat al 18 jaar in Mechelen. Het optimisme bindt ons.’

Tommelein: ‘Ik heb het Mechelse voorbeeld goed kunnen gebruiken om de groenen te overtuigen. Een voorbeeld: de taalvereisten voor nieuwkomers, een duidelijke eis van de N-VA. In het begin moest Groen daar niets van weten, maar na twee weken praten zat iedereen op dezelfde lijn. Als je niet met elkaar kunt praten in eenzelfde taal, hoe kun je dan vertrouwen en verbondenheid kweken? Ik heb alle gemeenteraads­leden van de Groen-fractie het boekje van Somers cadeau gedaan, tot de N-VA zei: “Geef ons dat boekje dan ook maar eens.” (lacht luid)’

Wíj horen nochtans dat de N-VA zei: “Nu is het gedaan met Mechelen in het bestuursakkoord te schrijven, of we willen er ook ­Antwerpen in.”

Tommelein (schatert) ‘Dat klopt. En daarop heb ik geantwoord: “Oké, dan zullen we Kortrijk ineens ook erbij nemen.” We moeten daar niet flauw over doen. Mechelen ís een goed voorbeeld, dus waarom zouden we dat model niet uitproberen in Oostende?’

Blufpoker

Beide liberalen reden in de campagne een gelijkaardig parcours. Met hun positivisme en de nadruk op hun naambekendheid haalden ze gigantisch veel voorkeurstemmen. Op de verkiezingsavond trokken ze beiden meteen voluntaristisch het laken naar zich toe en pakten ze de rest in snelheid met een grote dosis bluf.

Het leek alsof er een liberaal draaiboek klaarlag: geef de anderen geen kans, roep jezelf als eerste tot winnaar uit.

Tommelein: ‘Dat was veel meer dan communicatiestrategie, dat was pure strategie. Ik leer het altijd aan de nieuwe mensen in de partij: tellen, tellen, tellen, daar gaat het om. Je moet gewoon een meerderheid vinden. Toen ik de verkiezingsuitslag zag, wist ik dat ik 21 zetels achter mij kon krijgen en dat de socialisten dat getal nooit haalden zonder mij.’

‘Het was ook snel duidelijk dat ik de wind in de zeilen had, en belangrijker: dat de socialisten de wind tégen hadden. Eerlijk is eerlijk: de nederlaag van de socialisten was ook onvoorstelbaar groot, nietwaar Mathias?’

De Clercq: ‘Maar Bart, wíj zijn vooral vree sterk vooruitgegaan. Het is voor mij heel duidelijk: de mensen snakken naar schwung, positivisme en voluntarisme!’

Volgens ex-Open VLD’er Jean­Marie Dedecker doen jullie ­gewoon alles voor de sjerp.

Tommelein: (honend) ‘En Jean-Marie moest die sjerp in Middelkerke niet hebben, zeker? Wat is dat nu? Iederéén wil die sjerp, daarvoor zijn er verkiezingen. En Dedecker is maar wat blij met zijn sjerp. Ik heb hem bijna horen schreeuwen tot in Oostende, op 14 oktober.’

De Clercq: (komt niet meer bij van het lachen) ‘De wind zat mee.’

Tommelein: ‘De kiezer heeft in Gent en Oostende een duidelijk signaal gegeven. Ik had direct burgemeester kunnen worden van een paars-groene coalitie. Maar dat wilde ik niet, omdat de kiezer voor de tweede keer op rij de socialisten afgestraft had. Daarom heb ik de moeilijkste weg gekozen en de vier partijen, Open VLD, N-VA, Groen en CD&V rond de ­tafel gebracht.’

Ook Gent heeft nu een klavertjevier, met het kartel SP.A-Groen, Open VLD én CD&V. Welk argument heeft Filip Watteeuw overtuigd om toch Mieke Van Hecke (CD&V) erbij te nemen?

De Clercq: ‘Men voelde dat ik niet zou terugkomen op dat bondgenootschap.

Als ik mijn woord geef, dan hou ik mij daaraan. Jullie zoeken altijd de verschillen, maar wij hebben gekeken naar wat ons bindt. Dat is ook de as van de liberale burgemeesters. ­Belangrijk is dat we met die vier partijen een brede coalitie hebben. Dat is ook goed om centen van Brussel naar Gent te halen.’

Uw partijgenoot Christophe ­Peeters zei: ‘De reden waarom Tommelein toch al burgemeester wordt op 1 januari, is omdat hij de vier partijen zal moeten samenhouden’.

De Clercq: ‘De burgemeester moet altijd de boel samenhouden.’

Tommelein: ‘Dat is juist en ik geef dat ook toe. Een burgemeester is kapitein op zijn schip. Ik ­besef dat ik de leiding moet ­nemen. Ook al omdat ik een jong ­college heb, ik ben bijna de oudste.’

De Clercq (lacht): ‘Dat is dan de Kennedy van Oostende.’

Tommelein: ‘Ik ken mijn rol: ik zal Oostende weer op de kaart moeten zetten. Het moet een hippe en trendy stad worden waar mensen weer willen wonen. Ze werd te weinig aan de man gebracht, de voorbije jaren. Maar nu gaan we een serieus tandje bijsteken. Vermoedelijk hebben jullie gezien dat ik de bevoegdheden Toerisme en Citymarketing bij mij heb genomen? Heel bewust …’

Blauw-groene as

Steeds vaker wordt in liberale kringen, al dan niet hardop, gesproken over een blauw-groene as. Alweer naar Mechels model. ‘Voorbarig’, noemt Mathias De Clercq die alliantie, maar hij geeft wel toe dat het op stedelijk niveau goed kan werken.

Tommelein: ‘Over vijf maanden zouden er wel eens twee winnaars van de verkiezingen kunnen zijn: blauw en groen. En de kans dat die twee elkaar dan op een bepaald moment vinden, acht ik ­zeker niet uitgesloten.’

Is Groen volgens jullie volwassen genoeg om toe te treden tot een Vlaamse of federale regering?

Tommelein: ‘Wat Groen in ­Antwerpen heeft gedaan, was toch een flater. De andere partijen kleur doen bekennen, op het einde van de bestuursperiode in de oude gemeenteraad, vond ik niet de meest verstandige zet. Onkies zelfs. Iedereen weet dat je niet meer aan politiek doet in de ­gemeenteraad na de verkiezingen, alleen de lopende zaken worden afgehandeld. Maar op lokaal ­niveau heb ik alvast positieve ­ervaringen met Groen.’

De Clercq: ‘Ik ook. Groen heeft het hard gespeeld, maar dat is ook eerbaar en logisch. De knop is nu omgedraaid en we gaan samen verder.’

Wat wordt de inzet van de verkiezingen? N-VA doet er alles aan om van identiteit en migratie hét ­thema te maken, een debat waar Open VLD het moeilijker heeft.

De Clercq: ‘Waarom zouden verkiezingen niet over levenskwaliteit gaan? En over jobs, een veilige omgeving voor de kinderen, een bruisende economie, het bestrijden van armoede, …’

Tommelein: ‘Mensen zijn niet bezig met dat identitaire debat hoor, dat heb ik in Oostende ­gezien.’

Los daarvan, volgt iedereen ­binnen Open VLD nu de lijn van ­Somers? De tijd van ‘Doe normaal of rot op’ ligt al een tijdje achter ons, niet?

Tommelein: ‘Wij zijn humanisten, wij zien migranten als mensen. Tegelijk mag je hen zeker ­duidelijk maken dat hier normen en waarden heersen die gerespecteerd moeten worden, vooral de ­liberale waarden. Mensen die denken dat de problemen opgelost geraken door te doen alsof de problemen niet bestaan, dat is niet realistisch. Ook aan de gemakkelijkste en populistische ­oplossingen doen we niet mee.’

Weet ook Marc Vanden Bussche, de burgemeester van Koksijde, dat?

Tommelein: ‘Ja hoor. Niemand heeft daar een groot probleem mee, onze kiezers evenmin.’

Als u spreekt over ‘populistische oplossingen’, kijkt u dan naar de N-VA?

Tommelein: ‘Heel weinig mensen weten waar het echt over gaat. Wat de N-VA doet, is een manier van perceptie creëren die … (maakt zin niet af). Kijk, ik heb met Theo Francken een goed ­persoonlijk contact, maar ik zie ook zijn tweets die altijd opnieuw de controverse opzoeken, polariseren, beledigen, enzovoort. En ik moet toegeven dat ik het daar knap lastig mee heb. Gedraagt de N-VA zich onverantwoordelijk? Dat is moeilijk voor mij om te zeggen, maar ik ben niet gelukkig met hun houding. En een aantal mensen binnen de N-VA ook niet, daar ben ik zeker van.’

Wie?

Tommelein: ‘Haha, kom in ­januari maar eens terug, als ik geen minister meer ben.’

Laat een reactie achter

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.