foto van interview met Bart Tommelein in het Nieuwsblad

De energie van een minister

Posted on Posted in Energie, In de pers, Oostende, Vice kabinet
Het Nieuwsblad – Hannes Cattebeke en Tex Van Berlaer | De kandidatuur van Bart Tommelein (56) voor de Oostendse sjerp is meer dan blufpoker. Ook al moet hij twintig procent inhalen op zijn concurrent, de Vlaamse viceminister-president gelooft dat hij een grote kans maakt. Zelfs de lage score van zijn partij in de nationale peilingen kan daar niets aan veranderen. “Er is niets mis met Open VLD. We moeten het gewoon nog beter uitleggen aan de mensen.”

 

Bart Tommelein is de voorbije twee jaar al op heel veel daken geklauterd. Maar op dat van zijn eigen kabinet was hij tot vóór dit interview nog nooit geweest. Er liggen – zoals op zoveel grootstedelijke gebouwen – ook nog geen zonnepanelen. De eerste bewonersgroep of gemeente met een formule die het eenvoudiger maakt om op een appartementsgebouw met verschillende eigenaars zonnepanelen te plaatsen, mag een bezoek van de Energieminister verwachten. “Elke week sta ik wel ergens op een dak, maar ik kies er enkel de speciale projecten uit: deze die een beetje dash kunnen geven aan mijn boodschap, waar we een sterke communicatie rond kunnen voeren.”

Communicatie. Het woord is gevallen. Tommelein beschouwt het zelf als zijn grootste troef. En geeft er meteen een staaltje van. Want ondanks al zijn oproepen en stuntwerk bleek vorige week nog altijd maar 4,4 procent van alle geschikte daken in Vlaanderen met zonnepanelen te zijn uitgerust. “Alle doemdenkers hebben ongelijk. We kunnen dus de doelstellingen voor 2020 perfect halen”, is Tommeleins conclusie. “Als iedereen het zou doen zoals Limburg, waar al 6,6 procent van de daken bedekt is, dan waren we er al.”

Tommelein moet het erkennen: uitgerekend de provincie – het bestuursniveau dat volgens hem en zijn partij mag worden afgeschaft – trok in Limburg aan de kar. “Het is het bewijs dat je als bestuursniveau het verschil kan maken. We hebben de steun nodig van gemeentebesturen, coöperatieven, voetbalclubs, kerkgemeenschappen. Maar nog niet iedereen is doordrongen van de boodschap dat het vijf voor twaalf is. Daar waar er wel gemeenschappelijke initiatieven zijn, geraken die nochtans in een mum van tijd uitverkocht. Logisch, want ze brengen meer op dan het spaarboekje.”

Op welke bezwaren stuit u nog?

“Men zoekt altijd iets om het niet te moeten doen. Maar de onzekerheid over de opbrengst blijft nog altijd spelen. Na de oversubsidiëring met de groenestroomcertificaten werden alle geldkranen dichtgedraaid. Dat heeft veel mensen afgeschrikt. Nu heb ik veel werk om iedereen te overtuigen dat zonnepanelen rendabel zijn.”

Van de kernuitstap in 2025 is ook nog niet iedereen overtuigd. Had u de nieuwe ­torpedo van Bart De Wever (N-VA) zien ­komen?

“Ik begrijp niet wat hij daarmee wil bereiken. N-VA geeft de indruk dat ze enkel bezig is met veiligheid en de bevoegdheden van haar eigen ministers. Met de rest heeft ze zogezegd niets te maken. De partij zit al tien jaar in de Vlaamse regering, maar alles wat in de vorige regeringen is gebeurd, is de schuld van de socialisten. En alles van de huidige regering, is de verantwoordelijkheid van de liberalen. De kernuitstap staat in het regeerakkoord uit 2014, N-VA en Bart De Wever zelf hebben in de Kamer de wet meegestemd in 2015. Dat gebeurde allemaal zonder enig protest. Maar toen we het Energiepact moesten opstellen, bleek dat plots maar om te lachen. Nochtans hadden ze mij daar in 2016 via een resolutie in het Vlaams Parlement nogmaals de opdracht voor gegeven.”

Mits het betaalbaar, veilig en duurzaam is, en de bevoorrading verzekerd.

“Dat wil ik ook. Maar in het akkoord worden die vier voorwaarden voorafgegaan door nog een ander belangrijk woord: “engagement” om de kernuitstap te regelen tegen 2025. Ik heb dat engagement. N-VA blijkbaar niet.”

Door die vier voorwaarden kan een volgende regering er perfect weer van af.

“We weten toch dat het kan? Alle studies hebben dat uitgewezen: zowel die van Energyville, het Planbureau als van Elia. En omdat N-VA dat vroeg, is er nog eens een aparte studie besteld bij professor Johan Albrecht (UGent), die nog maar eens tot dezelfde conclusie kwam. Bovendien moeten die kerncentrales toch dicht. Er is altijd wel ergens een defect. Als we straks maar twee kerncentrales meer hebben, en er vallen er één of twee uit, is dat dan zekerheid? Wereldwijd maken we die omschakeling: China, Europa. Alleen in Antwerpen gaat het niet. Ik heb al een paar keer moeten slikken van de kracht van verandering.”

U vergeleek De Wever met Trump. Maakt u die vergelijking eens rond.

“Ik heb niet gezegd dat hij Trump was. Daarvoor heb ik Trump als mens te laag zitten. (lacht) Maar de president van de VS beschermt ook zijn oude industrie: hij wil de jobs behouden in de sectoren van het verleden, zoals de steelkoolmijnen.”

Heeft u het erover gehad met N-VA-­ minister-president Geert Bourgeois?

“Neen. Ik heb er ook niet willen over spreken. Een partijvoorzitter kan zeggen wat hij wil. Ik heb een afspraak met mijn collega’s in de regering en ik heb niet de indruk dat Bourgeois mijn energiebeleid in vraag stelt. Wij hebben een becijferd energieplan en we zullen onze doelstellingen halen.”

Bent u toch niet blij dat de sluiting van de kerncentrales en de bouw van gascentrales een federale bevoegdheid is?

“Dan kent u mij nog niet. Mochten ze mij morgen vragen om dat erbij te nemen, dan zou ik dat doen. Toen ik hier twee jaar geleden aankwam, stond ik ook voor een moeilijke opdracht. Iedereen waarschuwde mij dat het op Energie niet zou lukken. We hebben ook al moeilijke beslissingen moeten nemen. Alleen moet je die verstaanbaar kunnen uitleggen aan de mensen.”

Hoe is de sfeer in de coalitie?

“Goed. We moeten nog een aantal knopen doorhakken, maar ik vind wel dat deze regering mooie resultaten kan voorleggen. Kijk naar de begroting: de overheidsfinanciën zijn gezond en ik heb een mooi overschot in schuldafbouw kunnen steken.”

Gemakkelijk, als u de miljarden­investeringen voor Oosterweel niet in de begroting opneemt.

“Dit jaar ging het nog maar om 76 miljoen euro. Maar iedereen is het stilaan met mij eens dat je een investering van 3,5 miljard euro voor een project van Europese omvang niet in één keer in een regionale begroting van 42 miljard kan opnemen. Dat kan enkel als je zwaar zou snijden in de kern van ons beleid: onderwijs, welzijn en innovatie. Dat gaan we toch niet doen? Bovendien zullen de investeringen in Oosterweel door de tolheffing zichzelf terugbetalen.”

Komt het afvalplan er nog?

“Ja. Dat moet. Omdat we zware bedenkingen hebben bij statiegeld op blikjes en plastic flessen, worden we nu in de hoek gestoken van diegenen die niet bezig zijn met recyclage en de aanpak van zwerfvuil. Maar ook ik wil een krachtdadig afvalplan. Zolang het stimulerend en motiverend werkt voor de bevolking, doe ik mee. Wij zijn nu al de recyclagekampioen van Europa. Moeten diegenen die nu al plichtsbewust hun PMD-zak vullen ook nog eens opdraaien voor een kleine groep die alles aan zijn laars lapt en de gemeenten opzadelt met zwerfvuil? Over de inspanning, de organisatie en de kosten die het statiegeld zou meebrengen, bestaat ook nog veel te veel onduidelijkheid. Het is nu aan de sector om met een voorstel te komen.”

Met Bourgeois en Hilde Crevits (CD&V) zijn uw belangrijkste collega’s volgend jaar in West-Vlaanderen ook uw grootste concurrenten. Gunnen jullie elkaar nog iets?

“Dat is de enige manier om vlot de eindstreep te halen. Ik kan in elk geval nog dingen realiseren. De registratierechten zijn vereenvoudigd, de erfbelastingen gaan omlaag, de digitale meter wordt ingevoerd. En ik blijf bereid om mijn coalitiepartners een aantal dingen te gunnen. Volgend jaar zullen we strijd leveren, maar dat betekent nog niet dat we elkaar nu al onderuit moeten halen. Dan doen we een cadeau aan de oppositie.”

Eerst is er nog Oostende. U presenteert zich nadrukkelijk als kandidaat-burgemeester, maar uw partij haalde daar zes jaar geleden maar 13,4 procent.

“De mensen in mijn omgeving hebben mij ook al gezegd dat ik de lat wel heel hoog leg. Maar volgens mij was dit het moment om mijn ambitie heel duidelijk kenbaar te maken. Niet voor mezelf, maar voor de stad.”

Werkte de strategie van de underdog niet meer?

“Ben ik dan niet langer de underdog?”

Het is voor het eerst dat u zelf een functie ambieert. Tot nog toe zei u ­altijd dat u aannam wat op uw pad kwam.

“Dit is ook op mij afgekomen. Toen ik twee jaar geleden viceminister-president werd, was er geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om burgemeester te worden. Maar vrij snel kwam de vraag en de druk van onderen uit om er voor te gaan. Johan Vande Lanotte (SP.A) zag het al voor zich: hij was weg uit Brussel en zou burgemeester blijven, terwijl ik in Brussel mijn ding kon doen. Maar het is niet omdat ik minister ben, dat ik de stad in handen moeten laten van een so­cialist.”

Als u ernaast grijpt, zal dat als een ­nederlaag worden beschouwd.

“Ik zal niet ongelukkig worden mocht ik geen burgemeester van Oostende worden. Net zoals ik ook niet ongelukkig was toen ik geen minister was. Maar de kans is groot dat ik burgemeester van Oostende word.”

Wat doet u dat denken?

“Een grote groep Oostendenaars heeft mij heel duidelijk het signaal gegeven dat ze mij willen als burgemeester. Wij kunnen veel meer halen dan in 2012. En ik ben er van overtuigd dat Vande Lanotte met zijn stadslijst vol SP.A’ers veel minder zal halen dan de 32 procent van zes jaar geleden.”

Op een nationale bonus hoeft u niet te rekenen. Uw partij raakt niet uit het slop.

“Neen, maar ik ben Bart van Oostende, waar ik heel veel vrienden en familie heb. Niemand spreekt mij daar met “meneer” aan. En wat Open VLD betreft: wij weten dat ons potentieel veel hoger ligt dan wat we nu in de peilingen halen.”

Wat mankeert de partij dan?

“Het zal in elk geval niet aan onze voorzitster liggen. Ze is energiek en ze slaagt erin om onze partij al jaren op één lijn te zetten. Vroeger hadden we het imago een onderling verdeelde partij te zijn. Vandaag zijn er heel weinig interne discussies. We hebben ook het juiste programma en de doelstellingen. Dus moeten we het nog beter uitleggen aan de mensen. Communicatie is heel belangrijk.” (lacht)

Het valt op dat uw familie vaak in beeld komt. U vreest duidelijk niet voor hun ­privacy.

“Mijn familieleden doen niks tegen hun zin. Als ze ingaan op een interview, is dat omdat ze het zelf willen. Ik ben wie ik ben. Dat is een groot voordeel voor een politicus. Als mijn familie daar mee over wil getuigen, dan mogen ze dat zeker doen. Mijn vrienden hebben er trouwens ook geen enkel probleem mee om met mij op de foto te gaan.”

Sommige politici schermen hun gezin ­­toch liever af. Omdat ze de kracht van een ­mediastorm kennen.

“Mijn familie komt sowieso in de schijnwerpers. Als het niet in de media is, dan wel op school, hun werk of waar ze wonen. Ik begrijp ook niet waarom bepaalde politici hun eigen leven willen afschermen. Misschien leidt dat net tot vervreemding met de kiezer. Als je toont aan de buitenwereld dat je ook maar een van hen bent, niet meer of niet minder, dan schept dat een band.”

Uw vrouw coördineert nu zelfs de ­campagne in Oostende. Vroeger hielden jullie dat wel gescheiden.

“Dat klopt. Ze is al een paar keer aan de kant gegaan voor mij. Toen we trouwden heeft ze ontslag genomen als OCMW-raadslid. Maar zij heeft heel veel ervaring binnen Open VLD Oostende. Ze is ook kabinetschef van onze schepen Kurt Claeys. En ze weet hoe een campagne in elkaar zit. Ze doet dit zeker niet omdat ze mijn partner is. De rest van de kandidaten vindt het goed dat zij het doet. Ze staat alleen niet op onze lijst.”

Ze staat derde op de provincieraadslijst. Heeft ze zelf ambitie?

“Dat moet u aan haar vragen. Ik denk dat ze het voornamelijk doet om de partij te laten scoren.”

Mogen we nog een opmerking maken over de presentatie van uw lijst vorige week?

“Ja.”

Uw pak was te groot.

(lacht) “U bent niet de eerste die mij dat zegt. Ik ben dan ook 13 kilo vermagerd. Maar ik kan u geruststellen: ik ben op Pinkstermaandag twee nieuwe pakken gaan kopen. Blauwe. Ik zit nu net onder de honderd kilogram en er moeten er nog vijf af. Na mijn val en de zware operatie aan mijn hiel heb ik gemerkt dat de kilo’s er te veel aan waren. Ik begon me zorgen te maken over mijn gezondheid. Ik mag eind dit jaar dan al grootvader worden, ik ben ook nog een jonge vader (zijn jongste zoon is zes jaar, nvdr.). Mager wil ik niet zijn. Hoe ik eruitzie interesseert mij niet. Maar ik wil me fit voelen en energie hebben. En dat gaat beter met wat minder gewicht.”

One thought on “De energie van een minister

  1. Ik ben het zat met al die energiepolitiek. Mij kon men ook overhalen om zonnepanelen te plaatsen. Had ik dat maar nooit gedaan. Geen verdiensten! Vorige week kreeg ik een eindafrekening van Engie Electrabel (zogezegd de goedkoopste)…..wat was met dat! Ik moet 788 Euro bijbetalen!! Ik heb ocharme 18 paneeltjes liggen om 2/3 van mijn verbruik te dekken. Niets anders dan taksen! Zonder panelen was ik beter af geweest. Nooit heb ik zoveel moeten bijbetalen. Ik ben nu 60 jaar en de kinderen zijn het huis uit. Praktisch geen verbruik meer. Zelfs 96% van energiefonds gaat naar de CERTIFICATENPROBLEMATIEK! Wij kunnen de zotte stoten van Freya Vandenbossche en Steve Stevaert terug gaan betalen aan diegenen die nog recht hebben op de betaling van hun certificaten. Trouwens ze hebben er beiden goed aan verdiend. Maar denkt u nu werkelijk dat deze vrouw daar moet voor opdraaien? Geen denken aan. Onze politici mogen zoveel foute beslissingen nemen als ze maar willen……de kleine man zal die schulden wel inlossen. Freya geen probleem, uw collega’s lossen dit op. We beginnen met de BTW op energie op te trekken van 6% naar 21%. Oh ja, laten we de provisietaks uitvinden! Waar kunnen we ze nog meer pluimen? Beste burgers hoelang gaat dit nog doorgaan? 11 miljoen mensen……vijf regeringen….wat kost ons dat niet? Europa….wat kost ons dat niet? Ons land telt 56 ministers, dat is toch te gek om waar te zijn. En dan nog de mensen proberen te overtuigen om hun zuurverdiende centjes te investeren in zonnepanelen zodat die grote firma’s nog rijker worden en de nietsvermoedende burgers verder wordt uitgezogen. Hoelang gaat het nog duren om met brood en spelen de burger te sussen? Zoals binnenkort met de wereldbeker voetbal. Dan komt die lege doos van Belgische samenhorigheid weer naar boven. Euforie zolang als het duurt en komt de harde werkelijkheid weer terug. Lieve Belgen open uw ogen en laat u niet verblinden door al dat clichégedoe!

Laat een reactie achter

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.