Minister Tommelein

“Parochianen moeten kunnen investeren in zonnepanelen op dak van hun kerk” – Bart Tommelein

Posted on Posted in Energie, In de pers, Oostende

Het Belang van Limburg | Een snel akkoord over het Energiepact, nieuwe initiatieven om de omslag naar hernieuwbare energie te versnellen, de verlaging van de erfbelasting en de strijd om de burgemeesterssjerp in Oostende. Voor Vlaams minister van Begroting, Financiën en Energie Bart Tommelein (55) wordt het een druk jaar. Toch oogt de Kennedy van Oostende ontspannen. “Omdat ik een optimist en een voluntarist ben”, zegt de liberaal. “Het is zoals in de Tour de France: een coureur die al bezig is met de etappe van morgen, presteert slecht in de etappe van vandaag. De kiezer zal wel oordelen wat de toekomst mij brengt.” Dat hij tijdens het interview 18 keer het woord ‘Limburg’ laat vallen, toont aan dat hij de echte start van zijn politieke carrière, als woordvoerder van toenmalig Vlaams minister-president Patrick Dewael, blijft koesteren. 

Op federaal en Vlaams niveau was er de voorbije weken veel te doen over het interfederale Energiepact. Dat omvat de grote beleidslijnen van het Belgische energie- en klimaatbeleid tot 2050. N-VA wil de levensduur van minstens twee kerncentrales verlengen, de andere partijen houden vast aan een sluiting in 2025. In afwachting heeft federaal Energieminister Christine Marghem (MR) een studie besteld over de economische impact van dat Energiepact.

Hoever staat het daarmee?

“De studie is klaar, maar ik heb ze nog niet. Het enige wat ik van minister Marghem heb vernomen, is dat de studie momenteel wordt verfijnd. Maar eerlijk? Ik denk niet dat ze fundamenteel iets anders gaat uitwijzen dan wat we al weten.”

Waarom duurt het zo lang?

“Het Energiepact werd onderbelicht in zijn totaliteit, terwijl het aspect over de uitstap uit kernenergie in 2025 werd overbelicht. Maar ik vind niet dat ik daar nog grote discussies over moet voeren. Het regeerakkoord is duidelijk, de wet die in 2015 door de huidige meerderheid werd goedgekeurd, is dat ook: in 2025 moet de laatste kerncentrale dicht. Bovendien heeft het Vlaams Parlement in haar resolutie van 23 november 2016 gezegd dat de regering een Energiepact moet maken dat rekening houdt met de kernuitstap zoals die wettelijk is voorzien.”

En dus…

“… denk ik dat het Energiepact er snel zal komen. Maar we moeten wel een heel duidelijk, strak plan hebben. Niet alleen voor de nieuwe gascentrales die nodig zullen zijn, maar ook voor de hernieuwbare energie. Ook over zon, wind en warmte moeten er duidelijke cijfers en prognoses zijn, en die moeten heel sterk worden gemonitord.”

Maar die cijfers staan toch al in de visienota. Hoeveel studies zijn er nog nodig?

“Ik hoor het jullie graag zeggen. Ik meende ook dat de cijfers overduidelijk waren. Ik heb altijd en als eerste gezegd dat bijsturing nodig is als blijkt dat het allemaal niet haalbaar, niet betaalbaar en niet duurzaam is, en als de veiligheid niet verzekerd is.”

Zijn de huidige cijfers niet onrealistisch?

“Ik heb een Energieplan 2020. Sommigen schreven dat ik de doelstellingen daarin nooit zal halen, dat ik veel te optimistisch, te voluntaristisch ben. Ik stel vast dat we die wel kunnen halen. In het Energiepact 2030 staat bijvoorbeeld dat we inzake windenergie 4 gigawatt (gw) geïnstalleerd productievermogen op de Noordzee en 4,2 gw op land moeten halen. Vandaag is dat al respectievelijk 1,87 en 0,87 gw. Idem voor zonne-energie. Vandaag zitten we al op 3,2 gw productie, terwijl dat in 2030 zo’n 8 gw moet zijn. Aan dit tempo zullen we op het einde van de rit meer gerealiseerd hebben dan afgesproken.”

U lijkt wel heel erg zeker van uw stuk.

“Particulieren en bedrijven leggen volop zonnepanelen. Maar ook scholen, rustoorden en andere overheidsbedrijven zijn massaal projecten aan het voorbereiden. Wie wil nu niet investeren als een rendement van 4 of 5 procent wordt gegarandeerd, zeker als een spaarboekje niets opbrengt? Het grote probleem is dat men in het verleden heeft gemikt op twee grote biomassacentrales in Genk en Gent om de doelstellingen te halen. Die gaan niet door en maar goed ook, want dit betekende 4,4 miljard euro subsidies voor tien jaar.”

Die twee centrales waren nochtans nodig om de doelstellingen te halen?

“Neen. Hernieuwbare energie wordt goedkoper en rendabeler. Zonnepaneleninstallaties voor particulieren moeten daardoor al niet meer gesubsidieerd worden. En binnen afzienbare tijd zal dat ook niet langer nodig zijn voor windmolens op zee. Dus nogmaals: tegen 2020 kunnen wij de doelstellingen halen, ook al omdat er pijlsnel nieuwe, creatieve ontwikkelingen zijn. Ik pleit dan ook voor meer positivisme.”

Maar de N-VA blijft twijfelen?

“Nochtans zit die partij in de Vlaamse regering en heeft ze samen met mij het Energieplan 2020 gemaakt. N-VA weet perfect dat we vorig jaar bijna 200 megawatt zon en nog meer wind hebben gerealiseerd. En ze weet dat we dat ook de komende jaren zonder enige twijfel zullen blijven doen. Bovendien heb ik N-VA-energiespecialist Andries Gryffroy recent horen zeggen dat hij niet per se tegen de sluiting van kerncentrales in 2025 is. Het landschap verandert snel en dat vereist een goede monitoring. Op dat vlak sta ik op één lijn met de N-VA. Vergeet niet dat we, ongeacht het te volgen scenario, moeten starten met het installeren van nieuwe gascentrales en die ook bij Europa moeten melden. Dat kost tijd. Voor de centrale in Dilsen-Stokkem bijvoorbeeld liggen de vergunningen al klaar. Feit is dat iedereen dat Energiepact wil en dat het nu moet gebeuren.”

Nu betekent in de politiek vaak uitstel.

“Ik kan alleen maar zeggen dat nu, wat mij betreft, vandaag is. In feite had dat al gisteren moeten zijn. Dus ja, ik ben ontgoocheld dat het zo lang aansleept. In het voorbije jaar heb ik ongelooflijke inspanningen geleverd om mijn collega’s in Wallonië te overtuigen. Gemakkelijk was dat niet. Sinds ik op deze stoel zit ( sinds 4 mei 2016, nvdr) zit Wallonië al aan zijn derde Energieminister. Maar de sfeer zit momenteel goed. Ik verwacht dan ook dat mevrouw Marghem of de premier de komende dagen zullen aankondigen dat we verdergaan met dat Energiepact. We hebben geen tijd meer te verliezen.”

De energiebevoorrading zal dus nooit in het gedrang komen, zoals N-VA vreest?

“We gaan de mensen en de bedrijven niet zonder elektriciteit zetten. En we gaan de factuur betaalbaar houden.”

In Nederland zegt minister Wiebes dat de energietransitie jaarlijks 1 à 3 procent van het bbp gaat kosten. Durven politici dat hier nog zeggen na de heisa over de Turteltaks?

“Men stelt de zaken fout voor. Men zegt altijd dat we moeten investeren en dat het de elektriciteitsverbruiker is die dat zal betalen. Dat is niet zo, omdat investeringen ook rendement geven. Wie een huis koopt of bouwt, moet daar geld in stoppen maar is wel bevrijd van de maandelijkse huur. Met energie is dat net zo. In Duitsland is 40 procent van de hernieuwbare energie in handen van coöperaties die geld bij mensen ophalen. Ik geloof sterk in dat systeem, temeer omdat dit vrij stabiele, risicoloze investeringen zijn. Net zoals Limburg Wind dat in jullie provincie met windmolens doet, gaat men in mijn eigen Oostende via een coöperatie een warmtenet ontwikkelen. Daarvoor was 1.250.000 euro nodig. Wel, in twaalf uur tijd was dat bedrag volstort, enkel met geld van particulieren.”

Bent u zelf ook ingestapt?

“Ja, voor mijn twee jongste kinderen Camille (11) en Arthur (5). Zij hebben een spaarboekje met centjes die ze bij speciale gelegenheden krijgen. Als gewezen bankier zet ik die altijd netjes op de bank. Maar die spaarboekjes brengen niets op. Als je op de 250 euro die ik voor elk van hen in die coöperatie investeer, een jaarlijks rendement van 6 procent krijgt, moet je mij niet meer overtuigen over het model van burgercoöperaties.”

En toch zullen we meer moeten betalen?

“Ja, de stroomfactuur kan stijgen, maar met dit soort investeringen kan je die weer doen dalen. Zuinig energieverbruik, onder andere door isolatie, is de eerste opdracht voor iedereen. En de mensen die dat niet kunnen doen, helpen wij met (quasi) gratis energieleningen en premies. Prijzen vergelijken is een tweede, belangrijk aspect. En drie: als je zelf energie produceert door de plaatsing van zonnepanelen of door een investering in een energiecoöperatieve, geeft dat rendement. Ik vind dat je aan alle Vlamingen, maar ook aan jeugdbewegingen en sportclubs, de kans moet geven om dit te doen.”

Waarom doen mensen dat dan niet massaal?

“Ik denk dat de informatie ontbreekt. De energiehuizen, zeker in Limburg, doen op dit vlak schitterend werk. Daarnaast is de drempel voor veel mensen nog altijd te hoog om die stap te zetten, omwille van de rompslomp en tijd die daarbij komt kijken. De energiehuizen moeten die zorg overnemen. Daar ben ik nu volop mee bezig, omdat dit soort investeringen de energiefactuur van burgers, bedrijven, verenigingen en overheidsgebouwen kan doen halveren.”

Maar wat met die honderdduizenden flatbewoners die geen eigen dak hebben?

“Voor hen ben ik, onder andere samen met jullie nutsbedrijf Infrax, systemen aan het uitwerken zodat zij kunnen instappen in zonnepanelen op daken van andere gebouwen. Die energiewinst zal rechtstreeks verrekend worden in hun factuur. Dit systeem van ‘zonnedelen’ laat toe dat alle Vlamingen meedoen, ook mensen die al oud zijn en het niet meer zien zitten om zonnepanelen op hun dak te plaatsen. Dit systeem biedt veel kansen. Ik wil dat werknemers mee kunnen investeren in zonnepanelen op het dak van het bedrijf waar ze werken, en dat parochianen hetzelfde kunnen doen met zonnepanelen op het dak van hun kerk.”

In Nederland gaan ze zelfs zonnepanelen op zee leggen.

“In Nederland gaat het inderdaad hard. Tussen windmolens op zee mag er niet worden gevaren. Als je tussen die molens zonnepanelen als drijvende eilanden plaatst, gebruik je zowel de plaats als de infrastructuur optimaal. Ik heb dat mijn goede vriend, staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer, al meteen laten weten (lacht).”

De ontbrekende schakel in het hele systeem blijft een efficiënte en betaalbare energieopslag?

“Voor particuliere installaties denk ik dat dit snel zal komen. Zo’n batterij bestaat al, maar is nog iets te duur om rendabel te zijn. Dit jaar heb ik alvast een project in de begroting voorzien om de aankoop van thuisbatterijen met een premie te ondersteunen. Als koploper inzake onderzoek en ontwikkeling moet Vlaanderen deze nieuwe technologieën ondersteunen.”

U doet hard uw best, maar ondertussen zitten de bedrijfsleiders in het kamp van N-VA?

“Maar zij weten goed genoeg dat wij, liberalen, achter hen staan. Wat de N-VA doet, doen wij ook, want we zitten in dezelfde regeringen. En inzake economie en jobs hebben wij van niemand lessen te krijgen. Anderzijds zal ik nooit een politiek voeren op kap van de gewone mensen om de bedrijven te ontzien. Ik ben en blijf minister van en voor iedereen.”

Toch zeggen de Voka-peilingen iets anders.

“Och, de enige uitslag die telt, is die op de dag van de verkiezingen. Bovendien zijn er heel veel mensen die geen bedrijfsleider zijn en ook moeten gaan stemmen. Ik heb daar dus alle vertrouwen in, temeer omdat ik als politicus verder wil kijken dan de volgende peiling of verkiezing.”

U klinkt haast als uw Kamerfractieleider Patrick Dewael. Toen die Vlaams minister-president was, was u (in 2000-2003) zijn woordvoerder.

“Ik heb fantastische herinneringen aan die periode. Omdat ik toen jonger en fitter was, en omdat die paarsgroene regering iets nieuws was. Als mens heb ik het altijd al zeer goed kunnen vinden met Patrick.”

Is de job van woordvoerder niet erg veranderd?

“Ja. Ik ben dan ook heel trots op mijn woordvoerder ( Margot Neyskens werd vorig jaar door de pers als beste woordvoerder verkozen, nvdr).”

We zitten hier dus met een toekomstig minister?

“( Lacht hard). Dat is bijna een traditie geworden. Kijk naar Ben Weyts, Bart Somers, Marino Keulen, Guy Vanhengel, Annemie Neyts, mezelf… allemaal woordvoerders die later minister zijn geworden. De job is echt ook een goede leerschool. Maar je moet ook een beetje geluk hebben en in een provincie wonen waar er op een bepaald moment gaten vallen. Mij is dat in 2003 overkomen.”

Op 14 oktober bent u kandidaat-burgemeester in Oostende. Hoe liggen u kansen?

“Die zijn groter dan ooit ( lacht). Ik heb wel een grote achterstand in te halen. Open Vld zit daar op 14 procent tegenover 32 procent voor de sp.a van Johan Vande Lanotte. Mijn grote voordeel is dat mijnheer Vande Lanotte vooral het verleden belichaamt, terwijl ik een mooi toekomstplan voor mijn stad heb. Het is aan de kiezer om te oordelen. Och, het is zoals in de Tour De France: een coureur die bezig is met de etappe van morgen, presteert slecht in de etappe van vandaag. In afwachting werk ik hard verder en blijf ik optimistisch.”

Optimistisch! Optimistisch! Straks gaat u nog beweren dat u het zonnetje in huis bent?

“Dat klopt. In huis… maar ook buitenshuis” ( lacht hard).

Ook in de Vlaamse regering?

“De sfeer is daar goed. Ik heb een zeer goede relatie met al mijn collega’s. Bel ze één voor één op. Voor mij is politiek een ploegsport. Net daarom zou men in de federale en Vlaamse regering mekaar wat meer moeten gunnen. Dat leidt tot betere beslissingen. Ik geloof daarin. Mijn ervaring bij de scouts – mijn totemnaam was Roekeloze Buizerd, al denk ik dat ik geëvolueerd ben tot Assertieve Buizerd – en bij Patrick Dewael helpen me daarbij.”

Na de registratiebelasting wil u als Vlaams minister ook de erfbelasting hervormen?

“Ik wil die hervorming op 1 september zien ingaan. Dat vereist dat de eerste versie van dat hervormingsplan over enkele weken rond moet zijn. Dat moet lukken, want N-VA, CD&V en Open Vld zitten grotendeels op één lijn. We willen allemaal dat de langstlevende partner wat meer overhoudt en dat die erfbelasting wordt aangepast aan de veranderende samenlevingsvormen. Een goed evenwicht met oplossingen voor iedereen is momenteel de inzet van de discussie. Net zoals bij Sinterklaas staat ook hier meer op het verlanglijstje dan Sinterklaas kan geven. Als minister van Begroting zal ik niet toelaten dat het budget ontspoort. Maar we raken hier zeker uit. Geloof me vrij.”

Laat een reactie achter