Dubbelinterview Bart Tommelein en Jean-Marie Dedecker

Wij kunnen door één deur. Als het maar een brede is.

Posted on Posted in In de pers

Krant van West-Vlaanderen – Hannes Hosten | Ooit waren ze twee hanen op een Oostendse mesthoop. Na ‘een liquidatie’ werden ze zelfs gezworen vijanden. Vandaag zijn Bart Tommelein en Jean-Marie Dedecker als burgemeester van Oostende en Middelkerke buren. Zal dat vonken geven, daar aan de kust? En zouden we ‘het schootzeehondje’ en ‘de brulboei’ samen rond de tafel krijgen? Het antwoord op die laatste vraag is alvast ja. Meteen goed voor een primeur, want het is voor het eerst dat Tommelein en Dedecker een dubbelinterview geven. “We kunnen nog door één deur, maar het moet een redelijk brede deur zijn.”

Wat vooraf ging… Jean-Marie Dedecker (66) werd in 1999 parlementslid voor de toenmalige VLD en in 2001 gemeenteraadslid van Oostende. Bart Tommelein (56) startte in 2000 als woordvoerder van Vlaams minister-president Patrick Dewael en kwam in 2001 – net als Dedecker – voor VLD in de Oostendse gemeenteraad.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 kreeg de VLD in de nieuwe Oostendse coalitie met SP.A en CD&V maar één schepenzetel en niet de afgesproken drie. Jean-Marie Dedecker was het daar niet mee eens, maar werd door zijn partij aan de deur gezet. Bart Tommelein speelde daarbij een cruciale rol. Dedecker voelde zich diep gekwetst.

De ex-judocoach stichtte Lijst Dedecker en voerde tot eind 2012 oppositie tegen – onder meer – Tommelein als onafhankelijk gemeenteraadslid in Oostende. In 2012 verhuisde hij naar Middelkerke, sinds 2013 is hij er gemeenteraadslid en sinds 1 januari 2019 burgemeester.

Bart Tommelein werd in 2007 voorzitter van de Oostendse gemeenteraad, in 2013 eerste schepen, in 2014 federaal

staatssecretaris en in 2016 viceminister-president van de Vlaamse regering. Sinds 1 januari 2019 is hij burgemeester van Oostende.

“Tommy!” Met dit koosnaampje en een stevige handdruk begroet Jean-Marie Dedecker zijn oude strijdmakker, latere tegenstrever en nu collega-burgervader. “Sjiek volk komt te laat, hé”, lacht Bart Tommelein, die al even op Dedecker zit te wachten. “Burgemeester zijn, ’t is geen leven”, verontschuldigt de Middelkerkse burgemeester zich. Maar Tommelein weet ook al dat de eerste dagen aan het hoofd van een stad niet van de poes zijn. “’t Is de moeite, hé! Hallo zeg!” Plaats van afspraak is het Thermae Palace, het iconische hotelcomplex in Oostende waarvan het nochtans dringende restauratiedossier hopeloos in het slop raakte. “We zitten binnenkort samen met de Vlaamse regering. In de eerste maanden komt er een doorbraak”, sust Tommelein. “De enige reden daarvoor is dat Vande Lanotte weg is”, zegt Dedecker stellig. “Er is van alles gedaan om het de Oostendse concessionaris (Mark Vanmoerkerke, red.) toch maar niet te moeten gunnen”, erkent zijn Oostendse evenknie. “Maar eerlijk: ik wou ook niet dat de Saoedi’s baas werden op één van de mooiste plaatsen van Oostende.”

Het gaat er vriendschappelijk aan toe tussen jullie. Hoe is de verstandhouding nu?

Bart Tommelein: “We hebben wel eens een stevige discussies gehad en minder leuke uitspraken over elkaar gedaan in de pers. Maar ik van mijn kant heb alles altijd gerelativeerd.”

Jean-Marie Dedecker: “Bij mij heeft het wat langer geduurd. Ik kan daar moeilijker over en neem het allemaal wat persoonlijker. Als columnist in Knack en in de pers heb ik me ook wel afgereageerd op Bart. Ik noemde hem het schootzeehondje van Vande Lanotte enzo.” Ik ken er nog enkele hoor: ‘heeft de ruggengraat van een saucis’ of ‘woont in de kont van Vande Lanotte’. (algemene hilariteit) Dedecker: “Dat is heel lang geleden. Maar ik neem daar geen woord van terug, hé. Maar op menselijk vlak heeft het altijd wel geklikt tussen ons. Het is ook daarom dat ik er zo van gemaakt heb dat hij meewerkte aan mijn liquidatie bij Open VLD. Ik voelde dat aan als verraad. Het was ook allemaal zo georchestreerd: ik werd een brulboei genoemd, iemand met wie geen land te bezeilen valt…”

Tommelein: “Ik neem daar ook geen woord van terug hoor. (lacht) Ik moet wel eerlijk toegeven: twee hanen op één mesthoop in Oostende, dat ging moeilijk.”

Dedecker: “Ik ben wel nog altijd een donkerblauwe. Jij bent meer een afgebleekte appelblauwzeegroene.”

Tommelein: “Sowieso kunnen we op persoonlijk vlak goed met elkaar overweg. En op ideologisch vlak denk ik niet dat wij zo verschrikkelijk ver van elkaar staan. Maar onze stijl is anders. We zijn allebei open mensen die ons gedacht zeggen, maar Jean-Marie zoekt heel graag de confrontatie op. Ik kies meer voor verbinding.”

Dedecker: (schamper)“Zoals met Vande Lanotte. Maar het heeft wel geloond voor jou. De geschiedenis heeft je gelijk gegeven.” Daar lag de basis van jullie conflict, toch? De Oostendse coalitievorming in 2006, toen Open VLD maar één schepen kreeg in plaats van de afgesproken drie, maar toch in een coalitie met de SP.A stapte.

Tommelein: “Ik geef eerlijk toe dat Vande Lanotte daar zijn woord niet gehouden heeft. Maar persoonlijk kan ik het wel met hem vinden. Ik heb met Johan geen zware conflicten gehad en zelfs nu is de overdracht redelijk goed verlopen. Finaal haalde ik mijn slag wel thuis.”

Wat heeft jullie toch weer doen overeenkomen?

Dedecker: “Die hele historie heeft me ontzettend veel pijn gedaan. Ik had maar twee redelijk goede vrienden in de politiek, Vincent Van Quickenborne en Bart Tommelein. Maar het leven is kort, hé. En wraak slorpt veel negatieve energie op. Je blijft elkaar ook tegenkomen en we zitten nu in dezelfde functie. Ik moet eerlijk zeggen: de eerste die me belde de maandagmorgen na de jongste verkiezingen, om 7.30 uur, was Bart Tommelein.”

Tommelein: “Dat is mijn stijl. Ik weet nog goed: het heeft destijds een jaar geduurd voor Jean-Marie weer goeiedag zei tegen mij. Maar in het bureau van de Kamer gaven we elkaar dan voor het eerst weer een hand en hebben we gezegd: we moeten elkaar toch nog spreken, we kunnen niet anders dan samenwerken. En sindsdien bestaat er een verstandshuwelijk tussen ons. Met die quotes van Jean-Marie over mij kan ik hartelijk lachen. Op dat vlak is hij onnavolgbaar. In de politiek moet je af en toe kunnen relativeren en dat heeft Jean-Marie iets minder dan ik. Sommige dingen kwetsen hem veel dieper en persoonlijker en kan hij langer op sjieken dan ik.”

Dedecker: “Ik ben niet rancuneus. Maar wel een iets grotere steenezel. Als mijn vrouw en ik ’s avonds een meningsverschil hebben en we staan ’s morgens op, is zij dat al vergeten. Ik minder.”

Tommelein: “Ik zou dus beter overeenkomen met je vrouw. (lacht) Maar zo zit ik in elkaar. Ik weet perfect wanneer Jean-Marie verjaart. Elk jaar, zelfs in de moeilijke periode, stuurde ik hem een berichtje. Jij weet niet wanneer ik jarig ben, hé? Het kwam nochtans in de pers toen ik mijn eed als Vlaams minister aflegde op mijn verjaardag. Jij hebt geen oog voor details, Jean-Marie.”

Dedecker: “Flauwekul in de pers volg ik niet. Ik lees nochtans elke dag vijf kranten.”

Hoe dan ook, vandaag kan je toch niet meer zeggen dat Bart de kont van Vande Lanotte likt?

Dedecker: “Nu niet meer. Maar hij heeft het beleid toch twaalf jaar zoniet mee bepaald, dan toch zeker gedoogd en grotendeels mee uitgevoerd.”

Tommelein: “In de politiek moet je leren rekenen en tellen, Jean-Marie. We zijn allebei gewezen bankier. Ik heb in 2006 in Oostende gekozen voor een verhaal waarin ik mathematisch niet nodig was, maar waarin ik ook geen andere optie had. Of het was de oppositie. Zes jaar later was de absolute meerderheid van de socialisten gebroken, maar waren ze nog te groot om een coalitie zonder hen te vormen. En de laatste keer heeft de kiezer het wel mogelijk gemaakt en hebben we het gedaan.”

Dedecker: “Het klinkt misschien pretentieus, maar jij hebt voor een stuk geprofiteerd van mijn oppositie tegen Vande Lanotte. Ik heb aangetoond dat de keizer geen kleren aan had. Jouw succes is ook te danken aan het feit dat de mensen Vande Lanotte beu zijn geraakt. Van die rode burcht heb ik nogal veel kantelen afgeschoten.”

Wat vind je ervan, Bart, dat het jouw Open VLD-partijgenoten zijn die Jean-Marie in Middelkerke in de pan heeft gehakt?

Tommelein: “Ik vind het erg jammer dat het zo gegaan is, maar ik voelde het aankomen. Toen ik zag dat burgemeester Janna Rommel-Opstaele in volle kiesstrijd niet deelnam aan een debat… Niet verstandig. Op een bepaald moment hadden ze beter raad gevraagd aan de partij, maar ik heb nooit een vraag gekregen. Ik vind dat spijtig, want ik had altijd een heel goede relatie met Janna en dit verdient ze niet. Zij is in de politiek gegaan met de beste bedoelingen, maar op het einde van de rit is het fout gelopen.”

Dedecker: “Ze verdient dat wel. Kijk naar het gesjoemel in het casinodossier! Zeker de Pano-uitzending daarover eind 2017 op Eén was dodelijk. Dat zet je als politicus niet meer recht.”

De machtsoverdracht in Oostende verliep ordentelijker dan in Middelkerke, waar de burgemeester haar hele bureau leegmaakte. Of lijkt dat maar zo?

Tommelein: “Mijn bureau was leger dan het jouwe hoor. En het was zelfs nog vuiler.”

Dedecker: “Vande Lanotte legt altijd zijn voeten op het bureau, hé.”

Tommelein: (onverstoorbaar) “Wij waren tot het einde on speaking terms. Maar ik wil het aantal kilo’s papier dat versnipperd is op het stadhuis van Oostende niet weten hoor. Het grote verschil is wel dat wij bij de overdracht kunnen rekenen op de stadsadministratie.”

Dedecker: “Ach, ook op dat vlak is er zo lang een wanbeleid geweest bij ons. Na 18 jaar aan de macht heeft het vorige bestuur de administratie volledig naar zijn hand gezet. En administratie, dat zijn ook politieke benoemingen, wat er ook van gezegd wordt.”

Hoe kijk jij naar de moeilijke machtsoverdracht in Middelkerke, Bart?

Tommelein: “Kijk, om zo’n situaties mee te maken, moet je altijd met twee zijn. Je kan geen ruzie maken met jezelf. De sfeer tussen jou en je voorgangster was niet goed en ze is ook zwaar vernederd door jou.” Dedecker: “Door de kiezer!”

Tommelein: “Bij mij is dat ook zo. De socialisten kregen ook zware klappen van de kiezer. Maar de vraag is of het nog nodig is om te schieten op de ambulance. In Oostende zullen er ook wel nog zaken naar boven komen. De zo geroemde dossiers die Vande Lanotte heeft overgedragen, waren eerder bij de pers dan bij mij. En bovendien dekte hij er ook zichzelf mee in. Ik zou nu ook een lijstje kunnen rondsturen met wat er allemaal niet klopt in die dossiers, maar zo zit ik niet in elkaar. Kijk naar de ferrylijn naar Ramsgate, waar zoveel over gezegd is, maar waarvan ik nu vaststel dat we helemaal nog niet klaar zijn. En dat is niet de eerste keer. Hoe harder Vande Lanotte riep dat het in orde was, hoe meer ik zei: het is niet in orde.”

Zie je het lukken in Oostende, Jean-Marie, met de veelkleurige vierpartijencoalitie van Bart?

Dedecker: (schamper)“Bart slaat zich door alles, hé. Ik zou het niet doen, met vier partijen besturen, maar anderzijds: ik kon alleen besturen met mijn volstrekte meerderheid en heb er ook de CD&V bij genomen. Ik begrijp dat Bart geen andere keuze had. In zijn plaats zou ik het ook gedaan hebben, want alles was goed om onze rode kameraden aan de kant te zetten. Ze waren uitgeregeerd, maar de enige die het niet begreep was Vande Lanotte zelf.” Moeten jullie goed overeenkomen als burgemeesters van Oostende en Middelkerke?

Dedecker: “Wij hebben dezelfde belangen. De hele kustregio, dat is dezelfde socio-economische sector. En we kennen ook allemaal dezelfde problematieken, zoals de verouderde bevolking. We moeten samenwerken.”

Tommelein: (knikt)“We zijn complementair aan elkaar. We moeten elkaar geen concurrentie aandoen. Maar ik begrijp wel dat de kleinere gemeenten niet altijd willen samengaan met grote broer Oostende.”

Dedecker: “Hij is alweer pretentieus bezig. Neenee Bart, Oostende is de parking van Middelkerke! Nee, serieus. Je mag niet vergeten: de financiële last van een stad als Oostende is enorm. En ik ben niet voor fusies. Al zou die tussen Nieuwpoort en Middelkerke er wel een hele goeie zijn.”

Tommelein: “Ik ben ook niet voor verplichte fusies, maar ik geloof wel in stadsregio’s, als die van onderen uit komen. Je kan niet in elke gemeente een zwembad bouwen. Ook voor het crematorium dat we aan het bouwen zijn, werken we samen met de buurgemeenten.”

Jullie willen samenwerken als burgemeester, maar voeren in mei misschien wel nog eens een verkiezingsstrijd tegen elkaar?

Tommelein: “Bijna uitgesloten, want ik weet nog dat Jean-Marie eens gezegd heeft dat hij nooit van zijn leven nog kandidaat zal zijn voor het Vlaams Parlement.”

Dedecker: “Ik vind dat een veredeld Antwerps schepencollege. Je kan het ook met Oostende vergelijken.”

Tommelein: “Ik vind dat dus niet, maar goed.”

Trek je nu zeker de West-Vlaamse Open VLD-lijst voor het Vlaams Parlement?

Tommelein: “Ik ben daar inderdaad kandidaat voor en mijn voorzitter zal mij wellicht een van de komende dagen voordragen. Maar het partijbestuur moet beslissen.”

Dedecker: “Je bent me toch een pater hoor! Het partijbestuur…”

Tommelein: “Formeel is dat wel zo. Maar de kans is inderdaad heel groot.” Jean-Marie, jij zei afgelopen weekend op je nieuwjaarsreceptie in Middelkerke dat je nog niets beslist hebt, maar dat je enkel als onafhankelijke van Lijst Dedecker wil opkomen. Dat kan dus ook op een N-VA-lijst zijn?

Dedecker: “Het zal zeker niet op de Open VLD-lijst zijn! Alles is mogelijk, er is nog niets beslist. Ik heb een titanenwerk in Middelkerke, ben ook tien jaar ouder dan Bart. Ik mis het parlement niet voor de ellenlange vergaderingen, wel voor de preekstoel op donderdagnamiddag. Als ik had kunnen deelnemen aan de debatten over het Marrakesh-pact, ik was klaargekomen op de pupiter! En het heeft ook wel voordelen om nationaal actief te zijn. Maar mijn vrouw is tegen.”

Tommelein: “Maar zij is nooit lang kwaad hé, Jean-Marie.” (lacht)

Laat een reactie achter

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.