Bedrijven drie jaar lang vrijgesteld van belastingen op nieuwe machines

Posted on Posted in Financiën & Begroting 2016 - 2018, In de pers

De Tijd – Pieter Gordts I De ’turbomaatregel’ die bedrijven toelaat investeringen in efficiëntere en milieuvriendelijker machines af te trekken van hun belastbaar inkomen blijft gelden tot 2020.

De Vlaamse regering inde normaal onroerende voorheffing op de machines van een bedrijf. Die belasting op materieel en outillage werd in 1998 opgeschort voor nieuwe investeringen in machinerie. De bedoeling was de bedrijven aan te zetten meer te investeren in moderne machines. Machines die voor die datum waren gebouwd bleven wel belast.

Minister van Werk en Economie Philippe Muyters (N-VA) besliste in de vorige Vlaamse regering nog een stap verder te gaan. Via een tijdelijke maatregel konden bedrijven het vrijgestelde bedrag op nieuwe investeringen in mindering brengen van hun belastbaar kadastraal inkomen. Het komt er dus op neer dat bedrijven niet alleen vrijgesteld worden van belastingen op nieuwe installaties, maar die investeringen ook nog eens kunnen aftrekken van de rest van hun belastingen op oude, voor 1998 gebouwde, machines. Op voorstel van minister van Financiën Bart Tommelein (Open VLD) verlengt de Vlaamse regering die maatregel nu tot 2020.

‘Dit is een belangrijke fiscale aanmoediging voor nieuwe bedrijfsinvesteringen’, zegt Tommelein. Investeringen die volgens de minister ‘vaak efficiënter, energiezuiniger en milieuvriendelijker zijn’. Hans Maertens, de topman van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka spreekt van een ‘economisch gezien heel gezond principe’. ‘We gaan investeringen toch niet bestraffen?’

De door Muyters ingevoerde aftrek gold voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2017. De Vlaamse regering verlengt de ’turbomaatregel’ nu ook voor investeringen in 2017, 2018 en 2019. Dat besliste de ministerraad vrijdag. Het kabinet van Tommelein kon geen cijfers geven over hoeveel de maatregel zou kosten. Voka schat dat de kostprijs de afgelopen drie jaar 20 tot 30 miljoen euro per jaar bedroeg. De verlenging zou jaarlijks 15 tot 20 miljoen euro kosten.

De maatregel heeft ook gevolgen voor de inkomsten van de gemeenten. De opbrengst van de onroerende voorheffing gaat grotendeels naar de gemeenten, via de opcentiemen. Doordat bedrijven vrijgesteld worden van die onroerende voorheffing zullen gemeenten inkomsten mislopen. De overgangsmaatregel die dat compenseert blijft gelden. Dat betekent dat een kwart van de gemeenten een compensatie blijven krijgen, goed voor een totaalbedrag van 13 miljoen euro per jaar.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.