4 op 10 keer is het prijs

Bouw“This is a hell of a job”, fluit Bart Tommelein (Open Vld) nadat hij aan de zijde van zo’n 40 controleurs een sociale inspectie van een bouwwerf heeft meegemaakt. “But we’ve got to do it.” Sociale dumping is alomtegenwoordig en overtreders worden steeds listiger. “Bij 4 op de 10 invallen is het prijs. Maar de stugge Europese regels maken het toch zo verdomd lastig om op te treden.”

Bron: Het Laatste Nieuws – Dieter Dujardin

Havengebied Gent, gistermorgen. Medewerkers van de Sociale Inspectie, RSZ-inspectie, RVA, Arbeidsinspectie, Toezicht Welzijn, Vreemdelingenzaken, justitie en politie blazen verzamelen voor een grootschalige actie tegen sociale dumping in de bouw. Actieterrein: een grote werf waar appartementen neergepoot worden. Overtredingen waarnaar wordt gespeurd: onrechtmatige tewerkstelling van Oost- en Zuid-Europese arbeiders tegen dumpinglonen, valse detachering, schijnzelfstandigheid, zwartwerk, enzovoort. Onder de aanwezigen: Bart Tommelein. De staatssecretaris tegen Sociale Fraude begeeft zich op het terrein om te tonen dat het deze regering menens is, en dat er niet enkel op kleine zondaars wordt gejaagd, maar ook op de grote vissen in binnen- en buitenland. Want die gaan schuil achter de internationale carrousels van spotgoedkope arbeid die onze economie aantasten, en in de bouwsector alleen al 17.000 reguliere Belgische jobs vernietigden.

Schijnzelfstandigen

Zo’n inspectie blijkt een georganiseerde chaos. Van overal vallen controleurs de werf binnen, die door de politie hermetisch wordt afgesloten. Arbeiders wordt vriendelijk gevraagd het werk stil te leggen en zich met identiteitskaart en werfbadge naar een verzamelpunt te begeven. Wie in orde is, krijgt een polsbandje, de anderen worden onderworpen aan verhoor. Daarvoor zijn ook enkele tolken Pools, Bulgaars, Roemeens, Portugees en Russisch ter plaatse. “Dat mag een succes genoemd worden”, fluistert een inspecteur. “Soms komen die niet opdagen omdat Justitie zo’n slechte betaler is.” Aannemers en arbeiders reageren kalm. Niemand die het hazenpad kiest, geen opstootjes. Deze mensen hebben duidelijk ervaring met dit soort controles. Of ze maken zich weinig zorgen.

De strijd tegen sociale dumping blijkt dan ook aartsmoeilijk. De inspecteurs worden geconfronteerd met een kluwen aan onderaannemers, én een kluwen aan wetten en regels, die voor de ene wel en de andere niet gelden. “De tijd dat je zwartwerkers of illegalen bij hopen kon betrappen, is wat voorbij”, zegt een inspecteur. “Het misbruik is erg verfijnd geworden. Vroeger vond je Portugezen die per definitie 60 uur per week werkten. Nu werken ze op papier 40 uur, maar klussen ze in het weekend bij als zelfstandigen. Schijnzelfstandigheid is het meest voorkomende probleem in de bouw. Arbeiders die vroeger als werknemer waren ingeschreven, blijken nu massaal als eenmansbedrijfjes te fungeren. Of als vennoten van een coöperatieve. Gevolg: ze kunnen meer uren kloppen, ze hoeven niet in regel te zijn met de minimumlonen, ze betalen hun eigen sociale bijdragen en zijn dus goedkoper. Maar de relatie met de aannemer waarvoor ze actief zijn, is nog steeds die van baas-werknemer.”

3,5 euro per uur

Op de werf in Gent blijken arbeiders uit alle windstreken aan de slag. In een kelderruimte zitten 90 Portugese bonken hun boterhammetjes op te eten. Vier inspecteurs, bijgestaan door ocharme twee tolken, doen wat ze moeten doen: pasjes opvragen en de mannen uithoren over hun werkgever, arbeidsomstandigheden, loon, enzovoort. “This is a hell of a job”, fluit Tommelein, terwijl hij toekijkt. Voor hoeveel euro per uur de Portugezen echt werken, zullen de controleurs niet te weten komen. Een inspecteur: “Af en toe stoot je nog eens op excessen. Zoals onlangs een Oekraïener die 3,5 euro per uur kreeg. Maar tegenwoordig verdienen de meesten netjes het minimumloon. Op papier tenminste, want onkostenvergoedingen voor kost en inwoon mogen in Portugal in het loon meegerekend worden, terwijl dat bij ons absoluut gescheiden is. Optreden is moeilijk, Europa laat betijen.”

De buit op de Gentse werf is mager: een vijftal pv’s, waarvan één voor een Braziliaan die zonder arbeidskaart aan de slag is. Het echte werk begint pas ná de inspectie: het achterhalen van de ware aard van de buitenlandse bedrijven die de buitenlandse arbeiders afvaardigen. Het detacheren van goedkoop personeel uit een ander EU-land is immers perfect in lijn met het vrij verkeer van diensten, als er in het thuisland tenminste ook een echt bedrijf achter zit. Maar vaak is dat niet het geval. Het uitpluizen van die constructies is maar succesvol als de landen van herkomst meewerken. Al te vaak loopt een onderzoek echter vast op gebrekkige informatieuitwisseling.

Tommelein: “Ik sta daarover geregeld in contact met ambassadeurs. Er zit beterschap in, maar de stugge Europese regels maken het niet gemakkelijk. België had een antimisbruikbepaling om schijndetachering aan te pakken, maar het Europees Hof voor Justitie heeft die op de helling gezet. Dat is tergend.”

Prioriteit

Maar niet alleen de EU blijkt een bron van frustratie op het terrein. Ook het gebrek aan manschappen en goeie informatica om financiële onderzoeken te doen. “Enkel met dat soort onderzoek raak je tot bij de echte spinnen in het web, maar bij politie en sociale inspectie is er simpelweg onvoldoende capaciteit”, zegt Koen Nevens van het Arbeidsauditoraat Gent. Ook de inning van penale boetes blijft problematisch. “Van de 53 vonnissen van meer dan 10.000 euro boete die vorig jaar zijn uitgesproken in West- en Oost-Vlaanderen, is nog niet één euro geïnd. De fiscus is er nog mee bezig”, klaagt strafuitvoeringsmagistraat Isabelle Croene. “Dat kan echt niet door de beugel, dit moet ik aankaarten bij mijn collega van Financiën”, reageert Tommelein. “Na inspectie moet absoluut bestraffing volgen. Dat is essentieel. Deze strijd is echt niet gestreden. De eerste maanden van dit jaar waren er al 300 gerichte controles tegen sociale dumping. In 42% van de gevallen werden er overtredingen vastgesteld. We moeten doorzetten en tonen dat we overtreders niet met rust laten. Sociale dumping gaat over uitbuiting en oneerlijke concurrentie. Daartegen blijven strijden, is een absolute prioriteit van deze regering.”

2 thoughts on “4 op 10 keer is het prijs

  1. wat de bouw doodt zijn de hoge prijzen en de opeenstapeling van verplichte normen – berekening isolatienorm, veiligheidscoördinator, verluchting etc- die ic geen enkele meerwaarde bieden maar wel een hoop kosten en waardoor privé woningbouw meer en meer gebeurt door Belgische arbeiders die voor en na klussen, of stempelen en klussen, ofwel oude gebouwen opkopen, als eigenaar renoveren en dan weer verkopen terwijl ze zelfs niet zelfstandig zijn.

  2. Het is inderdaad correct dat deze bijkomende verplichtingen de prijzen in de bouwsector doen stijgen, maar het gaat stuk voor stuk om Europese regels die enerzijds moeten bijdragen tot de veiligheid van de arbeiders op de werven en anderzijds tot het reduceren van het energieverbruik in nieuwbouwwoningen. Het niet kunnen voorleggen van een post-interventiedossier stelt de koper bloot aan grote aansprakelijkheidsrisico’s en maakt de woning quasi onverkoopbaar. Ook voor het niet-naleven indien de geldende EPB/EPC vereisten bestaan er zware sancties en rijzen er problemen bij latere verkoop.

Laat een reactie achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.