Bart Tommelein vs. Egbert Lachaert

Posted on Posted in In de pers, Kandidaat voorzitter, Open Vld

Het Nieuwsblad – Arnout Gyssels en Matthias Vanderaspoilden // Bart Tommelein – “de Kennedy van Oostende” – tegen Egbert Lachaert – intussen “de Macron van Merelbeke”. Je moet ze bij Open VLD niet leren om de twee grote kanshebbers voor het voorzitterschap in de kijker te zetten. Al lijkt hun strijd er vooral een van details. “Mensen willen iemand jonger. Sorry, Bart.” Tommelein: “We vragen aan mensen om tot hun 67ste te werken. Ik ben er maar 57.”

Ze kennen elkaars argumenten intussen vanbinnen en vanbuiten. Dat heb je als je zoals Bart Tommelein (57) en Egbert Lachaert (42) elkaar constant tegenkomt op voorzitters- debatten. Zij zijn de twee grote favorieten om eind deze maand Gwendolyn Rutten op te volgen als Open VLD-voorzitter. Maar eigenlijk zitten ze inhoudelijk zo goed als op dezelfde lijn. Het verschil zit elders.

Tommelein: “Ik vind dat we het moeten hebben over de zaken waarmee we onze partij kunnen uitbreiden in plaats van over de zaken waarover iedereen het met elkaar eens is. Ik merk dat daar nogal wat verschillen op zitten.”

Lachaert: “Er is vooral één duidelijk verschil. Bart wil héél breed gaan. Ik ben bang dat je dan op den duur geen profiel meer hebt en een grijze partij wordt. Een aantal kernthema’s moet je eerst heel hard uitdiepen. Dat moet in de mensen hun hoofd zitten: dáár staat Open VLD voor. Als we alles proberen te zijn, dreigen we te verdwijnen.”

Tommelein: “Dat vind ik toch een zwaktebod. Als je een liberaal verhaal vertelt, maak je een onderscheid met de rest. Als we daar echt in geloven, dan zijn we niet grijs. Maar als je eerst ons liberale verhaal verengt tot het sociaal-economische waar iedereen het intern over eens is … De uitdagingen die op ons afkomen op het vlak van armoedebestrijding, klimaat, energie … kunnen we toch niet even aan de kant zetten om eerst ons DNA te bepalen? Neen toch? We moeten niet preken voor de eigen parochie, maar iedereen aanspreken die liberaal denkt, leeft en handelt. Hen moeten we opnieuw overtuigen om voor Open VLD te stemmen. Dat gebeurt vandaag niet. We hebben het allemaal gedaan, maar we hebben het te weinig gezegd.”

Kijkt u te veel naar de cijfertjes alleen, mijnheer Lachaert?

Lachaert: “Niemand zegt toch dat het alleen daarover moet gaan? Ik ben het op dat vlak niet eens met Bart: communicatie is niet voldoende. Je moet je lijn weer scherp zetten. Voor alle duidelijkheid: we moeten ons als Open VLD niet beperken tot economie. Het moet ook gaan over veiligheid, kerntaken, justitie, integratie en migratie. We moeten ook op die thema’s weer een duidelijke smoel hebben. Laat ons wel wezen: er is de voorbije tien jaar een partij geweest die voor een stuk met ons programma gaan lopen is. Denken dat die zaken aan ons kleven, klopt gewoon niet. We moeten daarvoor vechten.”

Tommelein: “Ik vind het wel straf dat je tegen mij zegt dat het meer moet zijn dan communicatie. Hallo? Ik heb wel de belastingen verlaagd, hé. Ik heb wel de flexi-jobs ingevoerd, hé.”

Lachaert: “Da’s positief, hé, Bart.”

Tommelein: “Ik communiceer over de dingen die ik doe. Politicoloog Carl Devos heeft me ooit nog eens nen doenderik genoemd. Met andere woorden: ik ben degene die dingen doet.”

Lachaert: “Ik vond Bart een goede minister, hé. En een goed burgemeester.”

Tommelein: “Ik vind u ook een goed fractieleider! Ge zoudt dat beter blijven.” (hilariteit)

Veel grote verschillen moeten we dus niet zoeken ­tussen jullie?

Tommelein: “Ge kunt grote verhalen vertellen over hoe we het moeten doen, maar ik doe het gewoon. Dat is het verschil. Ik heb uw manifest, uw boekske, gelezen. (Het boek telt 58 pagina’s, nvdr.) Ik ben het daar voor … ( denkt even) 95 procent mee eens. En dan overdrijf ik niet eens. Maar 5 procent zou ik anders doen. Dat gaat ver hoor, ik ben het zelfs met u eens als het gaat over kernenergie.”

Lachaert: “Een bocht!”

Tommelein: “Ik ben de eerste die gezegd heeft: Als we de kerncentrales langer moeten openhouden, dan doen we dat. Drie jaar geleden zei ik dat al. Maar toon me nu eens de noodzaak aan om die kerncentrales langer open te houden. Nu is het één voor twaalf. Neem dus die beslissing om die flexibele gasinstallaties te plaatsen. Dat geeft ons weer voorsprong. Discussieer dan of je die twee kerncentrales nog langer moet openhouden.”

Gooit u de handdoek nu niet gewoon te vlug in de ring, mijnheer Lachaert?

Lachaert: “Over de kernuitstap stel ik alleen vast dat ik een week geleden alleen stond met dat standpunt en we intussen opgeschoven zijn. Een week geleden klonk het nog dat ik N-VA achternaliep, intussen is er een commissievergadering geweest in het parlement waar zowel PS, SP.A als CD&V zeggen: Dit gaat niet meer werken.”

Dan draaien die kerncentrales over twintig jaar nog?

Tommelein: “Voor mij gaan economie en ecologie samen. Energie is een blauw verhaal. Mensen moeten zelf kunnen beslissen om te investeren in energie, om die te produceren, te verhandelen of op te sparen. Het is toch bijzonder spijtig dat wij begin deze eeuw beslissen om de omschakeling te maken, maar bijna twintig jaar later nog altijd nergens staan. We staan met onze rug tegen de muur. We schuiven het vooruit naar de volgende generaties. Dat getuigt toch van bijzonder weinig volharding?”

Lachaert: “We kunnen toch niet anders? Zelfs mensen uit de milieubewegingen zeggen me vandaag dat die twee reactoren openhouden niet te vermijden is. Het heeft niets met een gebrek aan ambitie te maken, maar alles met de wil om te vermijden dat het licht uitgaat in 2025 of onze elektriciteitsfactuur door het plafond gaat.”

Tommelein: “Als we onze factuur naar beneden willen halen, moeten we competitief investeren om een voorsprong te halen. Met een oude auto blijven rijden zal je kosten opleveren, maar daarmee heb je nog geen nieuwe auto, hé? Je koopt dus beter een nieuwe auto vóór je oude stilvalt.”

Dat lijkt voer voor een nieuwe regering. Op dat vlak valt jullie voorzittersverkiezing wel op een vervelend moment.

Lachaert: “Ongelegen, maar statutair konden we niet anders. We hadden gehoopt dat we al veel verder zouden staan in de formatie.”

Tommelein: “Het is niet alleen ambetant voor Open VLD, maar voor de hele samenleving. Deze campagne is een beetje onwezenlijk: corona slaat toe, de economie slabakt, de formatie sleept aan en we blijven bezig met onszelf. Ik heb het daar wel moeilijk mee. Volgens de adviezen moeten we menigtes vermijden en geen handen meer schudden. Tegen alle adviezen in moeten we overal opduiken en handen schudden.”

Jullie krijgen misschien wel een erfenis waar jullie niet op zaten te wachten. De koers staat op Vivaldi.

Tommelein: “Ik heb het grote voordeel dat ik me nog nooit officieel heb uitgesproken voor een van de mogelijkheden, of veto’s heb uitgesproken. In tegenstelling tot Egbert.”

Lachaert: “Ik zal het nog één keer herhalen: in de tijd van de heisa met de Kamerfractie was er nog geen sprake van Vivaldi. Toen had een meerderheid van de Kamerfractie moeite met de ­manier waarop we naar paars-groen gingen. Op basis van die linkse nota en in dat tempo. We hebben nooit gezegd dat het gewoon niet kon. Ik heb de indruk dat Vivaldi niet alleen vier seizoenen is, maar ook vier interpretaties over wat het zou kunnen zijn. Eerlijk, ik weet nu ook niet waar het exact voor staat. Ik ga er dus ook geen uitspraken over doen.”

Tommelein: “Ik heb het wel wat moeilijk gehad met alle commentaren over de nota’s. We zitten in een informatieronde. Een coalitie maken ­betekent vooral je eigen ­accenten kunnen leggen en waar nodig toegevingen doen. In de eerste plaats moet je bereid zijn om aan tafel te gaan om een gesprek te hebben. En dat is nog altijd niet gebeurd. Ik zie geen alternatieven. Nieuwe verkiezingen gaan echt niks oplossen.”

Maar laten betijen zoals het nu is, is toch geen optie?

Tommelein: “De realiteit is wat ze is. Moeten we daar in de toekomst iets aan doen? Ja, we moeten streven naar een staatshervorming die efficiëntie vooropstelt. De klemtoon ligt bij mij lokaal, bij de steden en gemeenten. Zowat alles van wat de mensen als onrechtvaardig en onevenredig beschouwen, wordt hen van bovenaf opgelegd. Europa, de staat, de regering …”

Lachaert: “Zo’n staatshervorming is voor mij ook een manier om ons voor een stukje te onderscheiden van pakweg N-VA. Veel mensen denken dat N-VA een liberale partij is, maar dat klopt niet. Het einddoel van N-VA is een onafhankelijk Vlaanderen, wij willen dat het land opnieuw functioneert. Dat is een groot verschil, ook al hebben zij een stuk van ons programma geko­pieerd. Vandaag zijn de bevoegdheden veel te veel verdeeld over de verschillende niveaus. Voor ons moet het over de efficiëntiewinst gaan. Als we naar de klimaattop in Madrid moeten met vier ministers en niemand durft de knoop door te hakken, dan heb je een serieus probleem.”

Is dat de grote kwestie van deze voorzittersverkiezingen: hoe Open VLD zich moet onderscheiden van N-VA?

Tommelein: “Ik merk dat steeds meer mensen beginnen af te stemmen op wat N-VA en mijnheer De Wever zegt. Ik weet ook wel dat we so­ciaal-economisch dicht bij N-VA staan. Maar er zijn zo veel zaken waar we niet op hen lijken. De manier waarop zij dingen willen opleggen, waarop zij willen bepamperen en reguleren, dat staat haaks op het liberalisme. Als het om het Belgische staatsbedrijf gaat, is N-VA tegen. Maar als het gaat om het Vlaamse staatsbedrijf? Dan kan het niet op. De Vlaamse staat gaat voor op alles. 8 december 2018, toen de regering viel, ik vond dat een verschrikkelijke dag. We hadden een Zweedse coalitie, we hadden engagementen ­genomen, we hadden onze Franstalige vrienden overtuigd om met een minderheid aan Waalse kant in een regering te stappen. En op het einde laten ze dat ontploffen. Ik vind dat een gebrek aan loyaliteit.”

Lachaert: “We moeten onze koers niet afstemmen op andere partijen, maar ik heb ook geen zin om hele interviews te praten over een andere partij. Ik ben kandidaat-voorzitter voor Open VLD.”

U bent wel de chouchou van N-VA. Is dat een nadeel?

Lachaert: “Dat is een stuk strategie van hen, hé. Ik laat mij daar niet door afleiden. Het is geen optie om te zeggen: Er is een andere partij die hetzelfde is beginnen te zeggen als wij, dus dan nemen we maar afstand van onze standpunten. Dan zijn we ver afgedreven. De regering-Michel was onze droomcoalitie om ons sociaal-economisch programma waar te maken, maar wie trekt de stekker uit dat verhaal? Net N-VA, de partij die met veel van onze kiezers is gaan lopen. Er ligt daar een unieke opportuniteit om hen opnieuw te claimen.”

Jullie hebben elk de steun gekregen van partijtoppers. Deze week vergeleek Alexander De Croo u met Macron.

Lachaert: (lacht) “De ene noemde me al Obama, nu noemt Alexander me Macron. Het zijn altijd anderen die mij die bijnamen geven. Ik zal het maar als een compliment opvatten.”

Maar zo bent u ook een kandidaat van het establishment geworden.

Tommelein: (pikt in) “Toen ik deze verkiezingen begon, werd ik neergezet als de man van het establishment, omdat Maggie De Block en Bart ­Somers mij steunen. En nu zijn we twee weken voor de verkiezingen en ik stel vast dat de vicepremiers van de liberalen van de voorbije tien jaar (Vincent Van Quickenborne en Alexander de Croo, nvdr.) campagneleider zijn voor Egbert. Het kan verkeren.”

Lachaert: “Gelukkig is Team Egbert wel oneindig veel groter dan die twee mensen. Maar goed, ik vind niet dat we een debat moeten voeren van top tegen basis. Dat is wat steriel. Zo heb ik de campagne niet opgevat.”

Tommelein: (onderbreekt) “Maar je bent wel zo begonnen, hé.”

Lachaert: “Maar neen.”

Tommelein: “Allez, Egbert, het verhaal was Tommelein, de man van de continuïteit en het establishment, en we zijn nog niet aan het einde van de campagne …”

Lachaert: (onderbreekt) “Ik kan er niet aan doen dat die mensen mij steunen, hé.”

Tommelein: (onverstoorbaar) … en de mannen die de afgelopen tien jaar federaal Open VLD hebben geleid, staan allebei achter u. Zo’n grote trendbreuk met het verleden ben je precies ook niet.”

De partijtop is één ding. Jullie zijn het er wel over eens dat de achterban te weinig gehoord wordt?

Lachaert: “Mijn voorstel is daarom om tien keer per jaar met de burgemeesters en eerste mandatarissen samen te zitten om feedback te geven en te krijgen. Ik vind die raadpleging van CD&V – alhoewel technisch heel onvolkomen – wel interessant. Dat moet je kunnen doen. We zijn nu al maanden met die regeringsvorming bezig, iedereen rijdt zich kapot. Raadpleeg eens je mensen. Eigenlijk moet je achter gesloten deuren aan je leden kunnen uitleggen wat er aan de hand is en zo de communicatie met de top verbeteren.”

Tommelein: “De manier waarop CD&V het gedaan heeft, was niet ideaal. Je moet op een bepaald moment ook moed hebben om tegen een aantal zaken in te gaan. Je moet durven de dingen te gaan uitleggen. Maar goed, de macht van de partijtop mag wat afgekalfd worden. Die moet terug naar de basis. Weer naar de lokale besturen. Ik wil werken met een orgaan met burgemeesters en schepenen die opbouwen, en vanuit de basis een aantal zaken naar boven brengen.”

Voorzittersverkiezingen zijn ook altijd riskant voor een partij. Kunnen jullie straks nog door dezelfde deur?

Lachaert: “Wij zijn twee mensen die in de clinch kunnen gaan en achteraf weer verder kunnen. Op zich is het niet ongezond dat een partij deze oefening doet. Laat het nu maar clashen, maar over een paar weken moeten we de rangen sluiten en moeten we vooruit met de partij. Ik wil in alles op hem stemmen, maar voor voorzitter vind ik mijzelf net iets beter geschikt. Wat veel mensen nu willen, is – ik kan er niet aan doen – een iets jonger profiel. Dat kan misschien een nieuw elan geven.”

Tommelein: (onderbreekt) “We vragen aan mensen dat ze tot hun 67ste werken. Ik ben er 57. Dan ben ik toch niet te oud? Wat ik niet begrijp, Egbert, is dat de partij met Alexander De Croo en Gwendolyn Rutten al elf jaar geleid wordt door iemand van jouw generatie. En nu zeg jij: Nu moeten we vernieuwen en een nieuwe generatie aan de macht brengen. En dan die etiketten. Het blijft nog altijd zoeken, zelfs na al die weken over puur blauw en donkerblauw, wat dat precies is.”

Lachaert: “Die etiketten moeten eraf. Maar kijk, ik heb daar een boek over geschreven.”

Tommelein: (met nadruk) “Boekje!” (lacht)