Met ideologie win je geen stemmen

Posted on Posted in In de pers, Kandidaat voorzitter, Open Vld

HBVL – Yves Lambrix en Timmie van Diepen // “Mijn grootste concurrent Egbert Lachaert is ideologischer, rationeler en meer berekend. Maar ik ben een betere coach, bruggenbouw er en communicator. En dat heeft Open Vld nodig.” Dat zegt Bart Tommelein, die de eindsprint inzet van de voorzittersverkiezingen bij Open Vld.

Vanaf volgende week zaterdag kunnen 55.000 leden van Open Vld kiezen wie hun nieuwe voorzitter wordt. Naast de onbekende Stefaan Nuytten (56) uit Koksijde en gewezen Brussels schepen Els Ampe (41), belooft het vooral een strijd te worden tussen Kamerfractieleider Egbert Lachaert (42) uit Oost-Vlaanderen en burgemeester Bart Tommelein (57) van Oostende. Deze laatste was de voorbije vijf jaar achtereenvolgens factieleider, staatssecretaris voor fraudebestrijding en Vlaams viceminister-president. Lachaert kwam vorige maand in deze krant aan bod, vandaag is het de beurt aan de Kennedy van Oostende. “Het wordt alles of niets. Als ik geen voorzitter word, zal ik me concentreren op mijn geliefde Oostende en mijn werk in het Vlaams Parlement, en stel ik mijn zitje in het partijbureau ter beschikking”, zegt Tommelein. De toon is gezet.

Hoeveel kans op slagen geeft u zichzelf?

“Ik ben een ex-bankbediende, en zoals je weet mag die niet in een casino komen om te gokken. Het zal een gevecht worden voor elke stem…”

… en voor een plaats in de nationale spotlights, want iets zegt ons dat u die mist?

“Neen hoor. Er zijn heel wat parlementairen en ministers in dit land, maar er is maar één burgemeester van Oostende.” (glimlacht)

Eind 2018 ruilde u het Vlaams viceminister- presidentschap voor de burgemeesterssjerp in Oostende. Wist u toen al dat u kandidaat- partijvoorzitter zou worden?

“Ik hield daar rekening mee. ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik ook nationaal actief wilde blijven. Heel wat mensen hebben me gevraagd om mijn kandidatuur te stellen. Tegelijk heb ik ook heel wat vertrouwelingen geraadpleegd.”

Uw politieke vader Patrick Dewael bijvoorbeeld, die u in 2001 als woordvoerder aantrok en voor wie u recent nog getuige was op zijn huwelijk?

“Ik zou liegen als ik daar met hem niet over gesproken heb. Patrick en ik zijn goede vrienden. Als hij me had gezegd dat mijn kandidatuur geen goed idee was, zou ik vandaag nooit kandidaat zijn.”

Terwijl Egbert Lachaert het etiket van donkerblauwe liberaal krijgt, wordt u in het lichtblauwe kamp weggezet?

“Al weken probeer ik te weten te komen wat lichtblauw of donkerblauw precies betekenen. Donkerblauw zou inhouden dat je als liberaal wordt geboren. Maar net als veel van onze leden kom ook ik niet uit een blauw nest. Pas in 1999 ben ik lid geworden van Open Vld.”

Egbert Lachaert vindt dat Open Vld haar economische kernthema te fel heeft losgelaten?

“Ik ben het daar ab-so-luut niet mee eens. Als er nu één thema is waarover in de partij eensgezindheid bestaat, is het wel ons sociaaleconomisch programma. Alle liberalen willen minder belastingen, minder overheid en meer werkenden. De enige manier om dat te realiseren is opnieuw een partij van 20 procent worden.”

Voor een partij van amper 13 procent is dat wel heel ambitieus?

“We moeten die ambitie hebben. Trouwens, tot 2009 was Open Vld een partij van 20 procent. De voorbije tien jaar leidden Vincent Van Quickenborne en Alexander De Croo de partij in de federale regering. De eerste was in 2011-2012 vicepremier, de andere is dat al sinds 2012. Dat uitgerekend zij nu openlijk Egbert Lachaert steunen als kandidaat van de verandering, stoort me. Dat ik de kandidaat van het establishment zou zijn, omdat ik de voorbije vijf jaar ministeriële verantwoordelijkheid heb gedragen, evenzeer. En met leeftijd heeft dit totaal niets te maken. Lachaert, De Croo en Van Quickenborne zijn generatiegenoten van Gwendolyn Rutten.”

Met Francesco Vanderjeugd (32) heeft u wél een jonge running mate?

“Ik presenteer onze leden de ervaring van Bart met de verjonging van Francesco. Veel meer dan slogans over verandering door leeftijdsgenoten van de huidige voorzitter, sta ik voor vernieuwing en verjonging. En neen, het moeten niet altijd advocaten of dokters zijn. Als kapper is Francesco een man van het volk. Hij is een jongen met ongelooflijk veel talent. En of het nu in Brussel of in Oostende is, ik heb me altijd omringd met jonge, beloftevolle mensen. Ik investeer in de volgende generatie, omdat het nodig is, omdat we jonge kiezers moeten aantrekken.”

Wat maakt u een betere voorzitter dan Egbert Lachaert?

“Inhoudelijk hebben we nooit zware discussies gehad. Het verschil zit hem vooral in de stijl. Net als ikzelf, is Egbert een sterk debater. Maar hij is rationeler, sluwer en meer berekend. Ik ben veel opener, ben een betere communicator en coach. Kijk naar mijn beroepsloopbaan. Ik ben begonnen als loketbediende en groeide door tot verkoopleider bij de Anhyp-bank voor het hele land. Ik ben gestart als woordvoerder, maar ben snel en zonder veel discussie doorgegroeid tot fractieleider.”

U hebt meer natuurlijk leiderschap?

(Lacht) “Je mag jezelf niet te veel bestoefen. Maar ‘Plan Bart‘, met de b van bruggenbouwer, is niet toevallig mijn verkiezingsprogramma.”

Als we de sociale media mogen geloven, slaat Plan Bart zeker in Limburg aan?

“Oost-Vlaanderen is de thuisprovincie van Egbert Lachaert. West-Vlaanderen is mijn terrein, ook al worden liberalen daar door Vincent van Quickenborne benaderd om voor Egbert te stemmen. Dat voelt raar, doet zelfs pijn. De drie andere provincies zijn verdeeld. Limburg is een echte swing state, ook al scharen veel liberalen zich daar achter mij. En ja, dat doet deugd.”

Waarom voert Van Quickenborne campagne tegen u?

“Ik heb er het raden naar. Ik heb nooit een conflict met hem gehad. Misschien wil hij niet dat de volgende partijvoorzitter uit zijn eigen provincie komt. Misschien wil hij terug naar de situatie van tien jaar geleden, toen hij samen met Alexander De Croo de feitelijke leiding over de partij had. Vincent wil van Kortrijk terugkeren naar het nationale niveau. En waarschijnlijk zit ik in de weg.”

Of hij neemt het u kwalijk dat u in december in het kamp van de Vivaldi-believers zat?

“Opnieuw pure framing. Op 29 mei zei ik al openlijk dat ik het liefst een Vlaamse meerderheid in de federale regering wou, dus een regering mét N-VA. Maar gaan we negen maanden later de N-VA nog altijd blijven achternalopen? Wat mij betreft kan er met die partij nog altijd een federale regering worden gevormd. Maar laten we alstublieft niet vergeten dat

N-VA een andere partij is, dat wij liberalen en zij nationalisten zijn. Als het bijvoorbeeld gaat over de Vlaamse staat, is de N-VA voor staatsbedrijven, voor een sterke overheidscontrole en massa’s verplichtingen en verboden. Dat is niet mijn lijn. Een van de opdrachten van de nieuwe Open Vld-voorzitter is om de verschillen met N-VA heel erg duidelijk te maken. Ik denk dat ik daar de geknipte persoon voor ben, zeker als ik zie dat Egbert op sociale media door heel wat N-VA’ers wordt gesteund. Ze zijn precies de Russen die zich moeien met de Amerikaanse verkiezingen, alleen doen zij dat veel opzichtiger.”

U suggereert haast dat Egbert Lachaert van Open Vld een N-VA-light wil maken?

“Dat is ook zo. Egbert pakt het programma van N-VA over en wil zo die kiezers terughalen. Maar dat zal op die manier nooit lukken. Hij begint dit te beseffen. In debatten merk ik dat hij zijn focus op economie en veiligheid verlaat, en ook veel meer inzet op een breder verhaal. Hij lijkt eindelijk te beseffen dat ook mobiliteit, wonen en armoede de mensen bezighoudt. Idem voor energie. En dan heb ik het niet alleen over het langer openhouden van de kerncentrales. De Croo en Lachaert, maar ook Bart De Wever, hebben destijds mee goedgekeurd dat de kerncentrales in 2025 zouden dichtgaan. Nu zeggen ze plots dat dit niet kan. Dan zeg ik: jongens, hou jullie aan jullie lijn en toon wat meer ambitie.”

Met een tekort van 12 miljard euro zal dat nodig zijn?

“Net daarom voel ik schroom. Schroom dat sommigen deze voorzittersverkiezingen het summum van de liberale democratie noemen. Dat beweren in tijden waarin corona onze maatschappij ontwricht, een federale regering veraf lijkt en de begroting ontspoort, wijst op navelstaarderij. Laat dat nu net zijn waar de mensen vandaag lak aan hebben.”

Maar u kunt er toch niet omheen dat heel wat militanten vinden dat Open Vld opnieuw meer liberaal moet worden. Wat houdt dat voor u in?

“Liberalisme gaat over de keuzevrijheid van de mensen, over het wegwerken van drempels die dit in de weg staan. Ik heb dat al op heel wat terreinen toegepast. Ik geloof dat mensen zelf kunnen kiezen of ze zonnepanelen leggen of niet. Ze moeten dat niet van mij, maar ze hebben er alle baat bij om dat te doen. Ik heb hen dat duidelijk gemaakt door te zeggen dat een spaarboekje slechts 1 procent rendement opbrengt en zonnepanelen 6 procent. Hetzelfde geldt voor participaties in windmolenparken en warmtenetten. Hernieuwbare energie zal van de mensen, bedrijven en lokale overheden zijn, of niet zijn. Ons energiebeleid herfederaliseren, zoals Egbert of Alexander bepleiten, heeft dus geen enkele zin.”

Die Tommelein-aanpak van ‘gewoon doen’ wil u ook in uw eigen partij doorvoeren?

“Klopt. Ik wil de mensen niet verplichten om elke maand naar grote vergaderingen in Brussel te komen. Ik wil werken met onze burgemeesters en schepenen, met de liberale vakbond en mutualiteit, met het Willemsfonds, met de liberale vrouwen en Jong Vld, met professoren en experten. Of het nu over migratie, armoede of energie gaat, het zijn stuk voor stuk liberale thema’s waar we het verschil kunnen maken door de problemen concreet aan te pakken.”

Dat klinkt sympathiek, maar hoe gaat u dat organiseren?

“Daarvoor heb ik samen met Francesco een app ontwikkeld. Hij zal ervoor moeten zorgen dat we al die mensen veel meer in ons verhaal betrekken. Praten is één zaak, dingen realiseren een andere. Ik heb dat als minister gedaan. Kijk naar de zonnepanelen en windmolens, de Turteltaks, of de verlaging van de erfbelastingen en registratierechten. Terwijl Egbert de liberale ideologie wil heruitvinden, wil ik de problemen aanpakken. Of gelooft u nu echt dat ik in café De Vlasschaard in Stene Dorp ooit over ideologie heb moeten discussiëren? Neen, daar discussiëren de mensen over de energieprijzen of het tekort aan parkeerplaatsen. En dat zal in de cafés in Hasselt en Tongeren net zo zijn. Ik zeg u: met ideologie win je geen stemmen. Bovendien hebben we er al een. We moeten die alleen meer tastbaar maken voor de mensen.”

U was in een vroeger leven even voorzitter van de Volksunie-jongeren. Hoezeer speelt dat mee in uw visie over waar dit land naartoe moet?

“Dat speelt zeker mee. Ik ben een regionalist, niet om sentimentele of romantische redenen, maar omdat ik geloof in het subsidiariteitsprincipe: het niveau dat het dichtst bij de bevolking staat, geven we de meeste slagkracht en middelen, en zo bouwen we op. Ik geloof dat de deelstaten, naast de lokale overheden, het verschil kunnen maken. Maar ik ben geen anti-Belgicist. Ik blijf ervan overtuigd dat sociale zekerheid en justitie federale bevoegdheden moeten blijven. Laat net dat de reden zijn waarom ik geen angst heb voor een nieuwe staatshervorming.”

Maandag moet uw goede vriend Patrick Dewael naar de koning om verslag uit te brengen over zijn formatieopdracht. Welke raad heeft u hem gegeven?

“Zet niet te veel op papier en breng niets naar buiten. Hij volgt deze raad nu al drie weken op. (lacht) Ik heb hem zelfs gevraagd om niets tegen mij te zeggen over het verloop van zijn opdracht. Zo kan ik me tijdens die vele debatten en interviews ook niet verspreken. (lacht hard) Maar ik ken Patrick door en door, en ik weet dat hij heus geen week extra heeft aanvaard om maandag met lege handen op het paleis aan te komen. Och, na negen maanden hoop ik echt dat er eindelijk eens mensen rechtstaan die hun nek willen uitsteken om de problemen van dit land aan te pakken. Of dat nu met of zonder de N-VA of PS is, daar heb ik nu eens lak aan.”