Minister Tommelein

“Bouwsector speelt cruciale rol in energiebeleid”

Posted on Posted in Energie, In de pers

PMG – Bart Denys | Vlaams Minister van Begroting, Financiën en Energie Bart Tommelein trad sinds zijn aanstelling in mei 2016 nadrukkelijk op het voorplan. Hij ziet voor de bouwsector een belangrijke rol weggelegd in het behalen van de vooropgestelde energiedoelstellingen. We peilden naar zijn visie op de bouwen renovatiemarkt en hoe hij het energielandschap verder wil hertekenen.

BOUWSECTOR IS KATALYSATOR

Draagt u de bouwsector een warm hart toe?

Bart Tommelein: “Absoluut, de bouwsector is een uitermate belangrijke sector in ons land. Als voormalig staatssecretaris voor Bestrijding van de Sociale Fraude heb ik overigens hard gestreden tegen de sociale dumping om onze bouwbedrijven te beschermen. Ik zie de bouw dan ook als een katalysator voor onze economie: als het goed gaat in de bouw, straalt dit af op heel wat andere sectoren. Ook om de vooropgestelde energiedoelstellingen te halen, hebben we de bouwsector hard nodig. Naast de industrie is ons verouderd woningpatrimonium immers een grote energievreter en net daar liggen nog grote uitdagingen om de energie-efficiëntie te verhogen, het aandeel hernieuwbare energie te doen stijgen, deze groene energie op te slaan en tot slot slim toe te passen. Om die uitdagingen waar te maken, hebben we de kennis en expertise van architecten en vakmannen nodig. Zij kunnen ervoor zorgen dat ons verouderd, niet energieefficiënt woningpatrimonium beter gerenoveerd of ‘gebenoveerd’ wordt en zo klaar is voor de doelstellingen in 2050. Hierbij is kennis van nieuwe isolatietechnieken, hernieuwbare energie-installaties en tal van andere innovaties bij diverse bouwactoren cruciaal. Hiertoe is samenwerking belangrijk om de kennis van energiesystemen in gebouwen bij alle partijen te vergroten. Een goed geïnstalleerd en afgesteld
toestel kan heel grote efficiëntiewinsten opleveren.”

Voor welke stimuli kan de overheid zorgen om de bouwsector te ondersteunen? 

“We zetten in op een administratieve vereenvoudiging van de regels. Zo waren er voorheen zes premies voor dakisolatie, nu zijn er dat nog twee. We zijn er ons van bewust dat de huidige energieregelgeving vaak te ingewikkeld is en nog verder moet vereenvoudigd worden, maar een doorgedreven vereenvoudiging is niet altijd gemakkelijk, want de hele energieregelgeving vindt zijn origine in Europese richtlijnen. Daarnaast bieden we ondersteuning in de fiscaliteit, bijvoorbeeld met de vergroening van de schenkingsrechten. Tot slot willen we totaalrenovaties stimuleren met nieuwe premies als de totaalrenovatiebonus en burenpremie (zie verder). De verplichting tot permanente vorming, scherpe controles en het inspectieprotocol moeten het kwaliteitskader hiervoor blijven bewaken.”

RUIMTE VOOR NIEUWBOUW

Vanaf 2021 geldt E30 voor nieuwbouw; is dit realistisch? 

“Zonder twijfel, we hebben hiervoor op verschillende momenten berekend welk niveau kostenoptimaal is. Omdat de kost van verschillende vormen van isolatie bleef zakken, konden we het strengere pad dus aanhouden. Het aantal BEN-projecten zit overigens in stijgende lijn, meer dan 20% van de bouwaanvragen voor eengezinswoningen heeft op vandaag al een E-peil van E30 of lager, dus ik denk niet dat we het onmogelijke vragen. Lager dan E30 worden de terugverdientijden langer, wat betekent dat passiefbouw zich mogelijks wel voorbij het economisch optimum situeert. ”

Blijft nieuwbouw in de toekomst nog betaalbaar?

“De kostprijs van een nieuwbouwwoning blijft inderdaad hoog, maar niet onbetaalbaar, want ook de kostprijs van energie-investeringen blijft dalen. Door van bij het eerste ontwerp isolatie, ventilatie en hernieuwbare energiesystemen te integreren, wordt een hogere energiefactuur vermeden wat op langere termijn een besparing betekent. Zelf ben ik ervan overtuigd dat oudere woningen die in slechte staat zijn en eigenlijk niet meer kunnen worden gerenoveerd, beter worden vervangen door nieuwe, energiezuinige woningen. Ik ben dan ook voorstander om het
verlaagde btw-tarief van 6% voor sloop- en heropbouw dat nu enkel geldt in stedelijke centra en in enkele provinciesteden uit te breiden naar heel Vlaanderen, maar btw-regelgeving is een federale bevoegdheid. Ik heb daaromtrent een brief gestuurd naar federale collega Van Overtveldt bij wie de eindbeslissing ligt.”

Onderschrijft u de visie van Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck die pleit voor een duurzamer gebruik van de ruimte? 

“Méér doen op dezelfde of op minder ruimte is één van de basisprincipes van het BRV (Beleidsplan Ruimte Vlaanderen) dat we recent hebben goedgekeurd. Hier zal het zaak zijn om voldoende instrumenten te ontwikkelen die mensen en besturen stimuleren dit te doen. Je moet mensen geen dingen verbieden of bestraffen, maar je moet ze een realistisch alternatief bieden. Zo moeten we in de afweging tussen renoveren of slopen en heropbouwen meerdere criteria meenemen, maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling half Vlaanderen af te breken. Ook door hernieuwbare energie
bestemmingsneutraal te maken, kunnen we ruimte winnen. Ruimte is overigens de bevoegdheid van mijn collega Joke Schauvliege. Waar mogelijk kan ruimtelijke ordening wel meehelpen energieefficiënt te bouwen en wonen. We moeten hierbij out-of-the-box durven denken en met creatieve oplossingen komen. Bij het renoveren van verschillende alleenstaande woningen kan je
bijvoorbeeld de tuin gemeenschappelijk maken, verschillende generaties laten samenwonen, … Het is duidelijk dat we met z’n allen zo efficiënt mogelijk met ruimte moeten omspringen.”

Zal er volgens u anno 2020/2030… in Vlaanderen überhaupt nog ruimte zijn voor nieuwbouw?

“Ja, natuurlijk! Het BRV zegt niet dat je geen nieuwe dingen meer mag bouwen, maar wel dat we moeten proberen netto geen nieuwe open ruimte aan te snijden. Nieuwbouw zal in toekomst energie-efficiënt zijn, er misschien wat anders uitzien en wellicht verschillende functies combineren. Ik ben ervan overtuigd dat technologische evoluties ons idee over bouwen nog
grondig zullen veranderen. Uitdaging zal zijn om de regelgeving flexibeler te maken waardoor deze sneller en beter een antwoord biedt op deze uitdagingen.”

STIMULEREN VAN (COLLECTIEVE) (TOTAAL)RENOVATIES

Hoe kan het tempo waarmee het Vlaams woningpatrimonium wordt gerenoveerd worden opgedreven?

“Richting 2020 is het absoluut nodig dat we nu sneller én meer renoveren. De individuele premies worden daarom verder afgebouwd. Zo zullen er vanaf 2020, wanneer dakisolatie verplicht wordt, hiervoor geen premies meer zijn. In de plaats daarvan willen we totaalrenovaties stimuleren waarvoor we enkele nieuwe premies creëerden. Het totaalplaatje is bij renovaties immers van groot belang. Enkel het dak isoleren is wel nuttig, maar het is veel efficiënter om ook muren, vloeren én glas aan te pakken. Deze totaalrenovaties kunnen ook gefaseerd verlopen: wie binnen een periode van 5 jaar drie verschillende energierenovaties laat uitvoeren, ontvangt een totaalrenovatiebonus die schommelt tussen 1.250 en 4.750 €. Bij dergelijke energetische totaalrenovaties is overigens
een sleutelrol weggelegd voor architecten, want (toezicht op) een kwalitatieve en kostenefficiënte uitvoering is heel belangrijk. De burenpremie voorziet dan weer tot 400 € per woning voor het aanstellen van een onafhankelijke projectbegeleider die de renovatie van begin tot einde bij minstens 10 renovatiewerken in één gemeente begeleidt. Woningen in één straat of wijk hebben vaak dezelfde kenmerken doordat ze in dezelfde periode gebouwd zijn, en hebben dus vaak ook dezelfde renovatiewerken nodig. Studies wijzen bovendien uit dat het samen renoveren van meerdere woningen gemiddeld 15% goedkoper is dankzij schaalvoordelen op vlak van prijs, organisatie en begeleiding. Premies moeten vlot toegankelijk en eenvoudig te verkrijgen zijn. Eventuele extra regels moeten steeds gericht zijn op een kwalitatieve uitvoering door een deskundig aannemer of installateur.”

Gelooft u eerder in een politiek van verplichten (en beboeten) of stimuleren (en belonen)?  

“Ik hou niet van verplichten – ik ben een liberaal – maar wil vooral stimuleren. Daarom zijn wij ook niet gelukkig met de huidige regelgeving rond ventilatie; de slinger slaat daar helemaal
door. We willen vooral dat innovatieve producten snel op deze markt komen. De normen hiervoor worden echter federaal vastgelegd en ook de uitwerking ervan verloopt federaal door het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf).”

Hoe kan de woonfiscaliteit in de toekomst afgestemd worden op de energie-efficiëntie van een woning?

“Wie ingrijpende energetische renovaties laat uitvoeren, wordt beloond met een halvering of zelfs volledige vrijstelling van onroerende voorheffing, gedurende 5 jaar – tot voor kort gold deze stimulans enkel voor nieuwbouw. Ook de vergroening van de schenkingsrechten draagt hiertoe bij. De administratieve formaliteiten voor het bekomen van terugbetaling hiervoor zijn beperkt; een attest van de aannemer volstaat. De termijn waarbinnen de werken moeten worden uitgevoerd is voldoende ruim (5 jaar) en het bedrag van de uit te voeren werken is realistisch. Met de korting (bij E90) of volledige kwijtschelding (bij E60) van de onroerende voorheffing willen we ingrijpende energetische renovaties aanmoedigen. Want ons verouderd woningpatrimonium ‘benoveren’ is goed voor het klimaat, geeft een boost aan de bouwsector én creëert een waardevermeerdering van de woning, meer comfort en een lagere energiefactuur voor de bewoners. Wanneer gemeenten
hierdoor opcentiemen verliezen, worden zij daarvoor door de Vlaamse overheid gecompenseerd. Tot slot wordt ook het bevriezen van het Kadastraal Inkomen overwogen (= denkpiste die eerder al werd gesuggereerd door Mercedes Van Volcem in ontwerp van resolutie), maar dit is vooralsnog een federale materie, in tegenstelling tot de halvering of zelfs volledige vrijstelling van onroerende voorheffing bij renovaties.”

WIJZIGEND ENERGIELANDSCHAP

Hoe ziet u de energiemarkt en -prijzen de komende jaren verder evolueren?

“Het Vlaamse energielandschap staat voor een grote omwenteling. We evolueren van louter centrale productie naar een model waarin de productie en opslag lokaal of decentraal zal gebeuren. Consumenten worden in de toekomst meer en meer producenten. Door dichter bij de verbruiker te produceren, zal het net efficiënter worden. Ook in de energiefactuur zullen de komende jaren nog veranderingen moeten gebeuren. De hoge energiekost is echter een aandachtspunt dat steeds wordt meegenomen, ook om de concurrentiekracht van onze internationaal opererende bedrijven te vrijwaren. Het regeerakkoord stelt ook dat we een energienorm voor energie-intensieve bedrijven zullen invoeren die moet voorkomen dat energieprijzen bij ons hoger liggen t.o.v. buurlanden. Ook in de ons omringende landen stijgt de energiefactuur door kosten voor hernieuwbare energie (bv. Energiewende in Duitsland). De energiemarkt stopt vandaag al niet meer aan onze landsgrenzen. Samenwerking op Europees niveau is van groot belang, o.a. om te streven naar een optimale interconnectie.”

Welke gevolgen heeft een lokale, decentrale energieproductie?

“Tegen 2050 streven we naar een energiesysteem dat geen beroep meer hoeft te doen op fossiele brandstoffen en kernenergie. Ik ben ervan overtuigd dat dit een realistische doelstelling is. Vandaag zijn subsidies nog nodig, maar de ondersteuning voor hernieuwbare energie zal op termijn worden afgebouwd, wanneer zij klaar is te concurreren met andere vormen. Zelf geloof ik vooral in zon, wind en warmte, maar ook nieuwe innovatieve technologieën (zoals diepe geothermie) zijn veelbelovend. Tot slot zullen ook batterijen als opslagsysteem zeer belangrijk worden als buffer voor de niet-constante productie! We moeten nu vooral werken aan het draagvlak en de regelgeving. Iedereen moet deel zijn van het verhaal en onnodige regelgeving moet verdwijnen. We moeten ook openstaan voor nieuwe marktprocessen en innovatie.”

Welke kansen biedt dit voor de bouwsector?

“Decentrale productie betekent de nodige aanpassingen aan woningen (PV-panelen, zonneboilers, batterijen, …) en dus veel opportuniteiten voor de bouwsector. Om de PV-markt verder te laten groeien, zetten we met het Zonneplan volop in op participatie met de focus op meer en grotere PV-projecten. Omdat niet iedereen zonnepanelen kan plaatsen (bv. appartement, schaduwrijk dak, onvoldoende budget, … maken we het gemakkelijker te participeren in hernieuwbare energieprojecten: burgers, bedrijven en overheden zullen via crowdfunding of zonnedelen kunnen investeren in zonnepanelen op het dak van een ander. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid te salderen op afstand, m.a.w. het rendement van de investering wordt afgetrokken van de eigen elektriciteitsfactuur. Door verder het aandeel hernieuwbare energie in nieuwbouw te verhogen zullen bouwheren wellicht ook vooral voor zonnepanelen kiezen, want dit bleek de voorgaande jaren al de populairste vorm van hernieuwbare energie in woningbouw. We verruimen ook de goedkope energielening zodat burgers en voortaan ook vzw’s makkelijker kunnen investeren in zonnepanelen en warmtepompen. Omdat de prijs de afgelopen jaren flink is gezakt, verwachten we dat ook zonneboilers – zeker voor nieuwe woningen – steeds meer tot het standaardpakket van hernieuwbare energietechnieken gaan behoren.”

Welk effect wordt beoogd met de verhoogde premies voor warmtepompen?

“De premies voor warmtepompen bleken te laag t.o.v. hun aankoopprijs. Warmtepompen bieden een zeer milieuvriendelijke manier van verwarmen; meer warmtepompen moeten de prijs doen dalen en het aandeel van groene warmte in Vlaanderen doen stijgen.” Geothermie is op vandaag nog zeer duur: hoe wil u deze technologieën een duwtje in de rug geven? “De Call Groene warmte, die elk jaar minstens één keer wordt opengesteld, voorziet sinds 2015 ook in budget voor diepegeothermieprojecten. We bekijken momenteel of we de capaciteitsvoorwaarde kunnen verlagen, om zo meer projecten de kans te geven mee te doen. Daarnaast onderzoeken we of en hoe een garantieregeling eruit zou kunnen zien. In onze buurlanden bestaan er verschillende systemen om o.a. het boorrisico te verzekeren; hoe we dit kunnen toepassen in Vlaanderen wordt verder onderzocht door PMV (Participatiemaatschappij Vlaanderen).”

Welke concrete doelstellingen op vlak van energieproductie via windmolens? 

“Sinds ik minister van energie in de Vlaamse regering ben en niet langer staatssecretaris van de Noordzee in de federale regering, ben ik bevoegd voor onshore windmolens en dus niet langer voor offshore windmolens. We hebben onlangs ‘Windkracht 2020’ gelanceerd waarmee we de vergunningsprocedure willen versnellen, een absolute noodzaak want tussen 2016 en 2020 willen we 280 extra windmolens plaatsen. Het vergunnen van windmolens willen we vereenvoudigen via de omgevingsvergunning: we herbekijken de omzendbrief grote windmolens en schaffen de omzendbrief kleine- en middelgrote windmolens af. Wat betreft de subsidiëring via groenestroomcertificaten, gaan we wel nog enkele optimalisaties uitvoeren (bv. windfactor, verlengingsregeling).”

Hoe ziet u de toekomst van (micro)warmtekrachtkoppeling?

“WKK heeft zeker zijn voordelen: je hebt minder energie nodig om elektriciteit en warmte samen op te wekken dan apart. Je springt dus efficiënter om met energie en stoot minder CO2
uit. In de industrie en in grote gebouwen met een grote warmtevraag is een dergelijke toepassing logisch. Microwarmtekrachtkoppeling voor particulier gebruik kan interessant zijn, maar hiervoor moet de warmtevraag wel voldoende groot zijn. Met WKK kom je in aanmerking voor warmtekrachtcertificaten; WKK-installaties met vermogen tot 10 kW kunnen gekoppeld worden aan een
terugdraaiende teller, waarmee er op elektriciteitsfactuur bespaard wordt.”

Zijn er stimulansen voor collectieve warmtenetten?

“Projecten die een warmtenet willen aanleggen, kunnen meedoen aan de Call Groene warmte. Onder de rubriek ‘restwarmte’ is budget voorzien dat voornamelijk naar de aanleg van
warmtenetten gaat.”

Welke verwarmingsoplossing is volgens u het meest toekomstbestendig?

“Hiervoor moet je steeds kijken naar de situatie in de specifieke omgeving waar men woont, bouwt en leeft. Sowieso moet men altijd eerst investeren in isolatie; goedkoopste en groenste kWh is die die je niet verbruikt! Daarnaast moet bekeken worden welke mogelijkheden de omgeving en specifieke situatie te bieden hebben: bestaat de mogelijkheid huis/appartement aan te sluiten op een bestaand warmtenet, of heb je bv. zuidgericht dak waar je pv- of thermische panelen voor zonneboiler op kan leggen?”

Op welke technieken moeten installateurs volgens u hun pijlen richten?

“In het kader van de energietransitie moeten zij prioritair inzetten op zon, wind en warmte. De opslag van energie wordt dé uitdaging voor de komende jaren. De technologie voor kleine en middelgrote batterijen is op vandaag het verst gevorderd. Centrale vormen van opslag zijn in Vlaanderen niet zo evident. Verder biedt de opslag via waterstof of power to gas ook een mogelijkheid. Overigens kunnen ook elektrische voertuigen slim gebruikt worden om piekvragen op te vangen en het distributienet te ontlasten. We gaan nu snel een kader creëren rond energieopslag, momenteel zijn hiervoor nog geen ondersteuningsmaatregelen uitgewerkt, maar ik sluit niets uit. Batterijen zijn de toekomst, maar voor een échte doorbraak zijn toch nog enkele evoluties nodig; de digitale meter is er daar één van. Ook hiervoor zijn we het kader aan het uitwerken, dit zal er zeer snel zijn. De uitrol zal dan volgen hopelijk tegen het einde van deze legislatuur.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.