Heel wat inbreuken bij controles muziekfestivals

VTM nieuws 2015-07-27 muziekfestivalsDe RVA stelde in 2014 heel wat inbreuken vast bij controles op muziekfestivals. Zowel werknemers, vrijwilligers als werkgevers liepen tegen de lamp. Dat blijkt uit het antwoord van staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude Bart Tommelein op een schriftelijke vraag van Wouter Raskin (N-VA).

Sinds midden 2011 voert de RVA controles uit in de sector van de grote evenementen. In 2014 werden controles uitgevoerd op 16 muziekfestivals. 84 van de 2.168 gecontroleerde werknemers en 75 van de 644 vrijwilligers gingen in de fout. Bij de 343 gecontroleerde werkgevers werden 132 inbreuken vastgesteld. De controle op grote evenementen is een belangrijk aandachtspunt in de strijd tegen sociale fraude, het staat ook in het actieplan 2015.

Bart Tommelein: ‘De sociale inspectie zal blijven controleren op grote evenementen om zwartwerk tegen te gaan. De cijfers tonen aan dat controles noodzakelijk zijn. Vrijwilligerswerk is een belangrijk instrument voor festivals en het is zeker niet de bedoeling een heksenjacht te ontketenen. Maar het statuut moet wel correct gebruikt worden. We moeten oneigenlijk gebruik van werkloosheids- of ziekte-uitkeringen vermijden. En zoveel mogelijk mensen regulier aan de slag helpen.’

Bekijk het fragment uit het VTM-nieuws hier.

Woonstcontrole bij domiciliefraude opnieuw mogelijk

BELGIUM POLITICS SOCIAL PARTNERS MEET EMPLOYMENT OFFICEVrijdag 24 juli keurde de Kamer in de plenaire vergadering de programmawet goed. Met die programmawet worden woonstcontroles door de RVA, die in 2000 werden afgeschaft door Laurette Onkelinx (PS), opnieuw mogelijk. Staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude Bart Tommelein reageert tevreden: ‘Het is niet meer dan logisch dat sociale inspecteurs bij ernstige vermoedens van domiciliefraude kunnen controleren of iemand effectief woont op zijn of haar opgegeven adres.’

Wie een foutief adres opgeeft om hogere uitkeringen te krijgen, kan voortaan controle verwachten. Net zoals vóór 2000, zullen sociale inspecteurs van de RVA huisbezoeken mogen afleggen bij ernstige vermoedens van domiciliefraude. De werkloze moet de inspecteur eerst toestemming geven om binnen te komen. Indien hij/zij dat weigert kan de RVA een visitatiebevel aanvragen bij de onderzoeksrechter.

Bart Tommelein: ‘Het vorige systeem, waarbij een werkloze tien dagen op voorhand uitgenodigd werd voor een hoorzitting, werkte fraude in de hand. Het is niet meer dan logisch dat sociale inspecteurs bij ernstige vermoedens van domiciliefraude kunnen controleren of iemand effectief woont op zijn of haar opgegeven adres.’

De strijd tegen sociale fraude is een prioriteit voor deze regering. In 2014 stelde de RVA voor 36 miljoen euro inbreuken vast wat domiciliefraude betreft. ‘Wie onrechtmatig een (hogere) uitkering ontvangt zet onze sociale zekerheid onder druk. Door de fraudeurs eruit te halen, komt er meer geld vrij voor wie het echt nodig heeft’, aldus Bart Tommelein. De staatssecretaris wijst ten slotte ook op het preventief, ontradend effect van de controles.

Groen licht voor federale open data-strategie: overheidsdata voortaan vrij beschikbaar

PrivacyDe federale ministerraad heeft op voorstel van vicepremier en minister van Digitale Agenda en Telecom Alexander De Croo, staatssecretaris voor Adminstratieve Vereenvoudiging Theo Francken en staatssecretaris voor Privacy Bart Tommelein het licht op groen gezet voor een ambitieuze federale open data-strategie. Openheid van overheidsdata is voortaan de regel. De goedkeuring van de open data-strategie is een belangrijke stap om het digitaal ecosysteem in ons land te versterken en te evolueren naar een slanke, efficiënte en moderne overheid.
Concreet heeft de federale Ministerraad het licht op groen gezet voor:

  • Een federale open data-strategie die een ambitieuze visie op open data en een aantal concrete actiepunten tegen 2020 omvat.
  • Een wetsontwerp dat deze strategie ondersteunt en het hergebruik van overheidsinformatie regelt. De wet is tegelijk de omzetting van de Europese PSI-Richtlijn van 2013, een belangrijk onderdeel van de Europese Open Data Strategie en Digitale Agenda.

Het wetsontwerp is door de Federale Ministerraad goedgekeurd in eerste lezing en wordt nu naar de Raad van State en de Privacycommissie gezonden voor advies. Met de uitvoering van de strategie kan meteen van start worden gegaan.

Alexander De Croo, vicepremier en minister van Digitale Agenda: “Overheden zitten op een berg gegevens. Het openstellen van al deze overheidsdata is de logica zelf: overheidsdata zijn geen eigendom van de overheid, wel van de samenleving. Met deze data kunnen creatievelingen volop aan de slag om nieuwe toepassingen te ontwikkelingen voor burgers en bedrijven. Door volop de kaart te trekken van open data stimuleren we innovatie en versterken we het digitaal ecosysteem in ons land. Op die manier zetten we een nieuwe stap in de uitvoering van Digital Belgium, het plan dat van ons land een digitale topper moet maken.”

Theo Francken, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging: “We volgen met deze open data strategie de internationale trend. Naast de innovatieve en economische voordelen levert het ook voor de overheid zelf iets op. Het levert een besparing op omdat de overheidsdiensten niet meer bij elkaar de data moeten opvragen. De datakwaliteit verhoogt omdat ze meer hergebruikt wordt en het standaardiseren van data – wat zo belangrijk is – loopt vlotter. Ik hoop dat dit initiatief voor een ommekeer zorgt bij onze overheidsdiensten, wij gaan ze daarin ook volop ondersteunen. Voor mij is open data een welgekomen eindproduct van een goed functionerende, moderne overheid.”

Bart Tommelein, staatssecretaris voor Privacy: “Als regering willen we de ontwikkeling van nieuwe technologieën maximaal ondersteunen, maar tegelijk ook zorgen voor een optimale bescherming van de privacy. Om de privacy-uitdagingen op vlak van open data aan te gaan, richten we binnen de Privacycommissie een open data-comité op. Deze experten zullen overheidsdiensten ondersteunen in hun omgang met de veelheid aan data van burgers en klanten. Ook bedrijven zullen een stimulans krijgen om beter en veiliger met open data te werken. Het is belangrijk dat overheid en bedrijven een houvast hebben op het vlak van privacy bij het gebruik van open data.”

 

Wat verandert er concreet?

1. Nieuwe wet: openheid de regel, overstap naar ‘open by default’

Alle gegevens die door overheden verzameld worden in het kader van hun taken zijn voortaan vrij beschikbaar en herbruikbaar. Enkel bij uitzondering, bijvoorbeeld om privacy- of veiligheidsredenen, is dat niet het geval. Hiermee draait de federale overheid de huidige logica om waar openheid eerder de uitzondering is.

Concreet betekent dit dat iedereen publieke overheidsinformatie voortaan mag hergebruiken voor eender welk doel, commercieel of niet. Ook overheidsbedrijven vallen voor hun taken van openbare dienst onder de nieuwe regels. Zo zullen app-ontwikkelaars veel vlotter toegang hebben tot overheidsdata, bijvoorbeeld tot de dienstregeling van de NMBS, de uitgavenbegroting van de federale overheid of de weersvoorspellingen van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI).
Overheden zullen de data gratis ter beschikking moeten stellen. Enkel een vergoeding van de kosten van terbeschikkingstelling, bijvoorbeeld voor de opslag op elektronische dragers, mag nog aangerekend worden. Alleen overheden die inkomsten moeten halen uit de beschikbaarstelling van hun documenten, alsook bibliotheken, archieven en musea, mogen nog hogere tarieven aanrekenen.

2. Federale open data-strategie: pakket maatregelen die hergebruik stimuleren en drempels wegwerken

Open data heeft een enorm economisch potentieel. Agoria, de sectorfederatie voor de technologische industrie, berekende dat het openstellen van overheidsdata een mogelijke nettowinst oplevert van zo’n 900 miljoen euro. Concreet omvat de open data-strategie een 15-tal krachtlijnen die het economisch potentieel van open data ten volle benutten:

  • Streefdoel is gratis hergebruik zonder bronvermelding. Dit vergemakkelijkt het combineren van datasets om innovatieve toepassingen te ontwikkelen.
  • Data worden zoveel mogelijk in technische formaten aangeboden die hergebruik makkelijk maken (bijv. excel ipv PDF, CSV ipv Excel, etc.).
  • Tegen 2020 stelt de federale overheid haar data proactief ter beschikking en niet louter op verzoek: burgers en bedrijven weten immers niet altijd over welke gegevens de overheid beschikt. Pas als data beschikbaar zijn, worden toepassingsmogelijkheden duidelijk. Daarbij wordt wel vraaggestuurd gewerkt: de overheid geeft data waar veel vraag naar is prioritair vrij.
  • Er komt één unieke federale dataportaal met alle beschikbare en bruikbare overheidsdata.
  • Er is maximale continuïteit: hergebruikers moeten erop kunnen rekenen dat de data ook in de toekomst beschikbaar blijven.
  • Elke overheidsdienst ontwikkelt een open data-strategie en duidt een verantwoordelijke Open Data-champion aan. De logica van openheid wordt zo ingebed in het beleid van elke overheidsdienst.

3. Speciale aandacht voor bescherming van de privacy

In de huidige big data-omgeving waar enorme hoeveelheden gegevens gekruist en gecombineerd kunnen worden, is de bescherming van privacy een belangrijk aandachtspunt. Overheidsdocumenten- en gegevens die persoonsgegevens bevatten, komen niet in aanmerking voor open data, tenzij ze volledig anoniem gemaakt zijn. Bovendien zijn er maatregelen voorzien om de privacy maximaal te waarborgen. Zo komen er onder meer binnen de Privacycommissie een aantal experten die overheidsdiensten zullen adviseren over hun open data-strategie en anonimiseringstechnieken.

Overuren aan bruto is netto maakt weekendwerk in horeca goedkoper

image

Vrijdag 17 juli keurde de ministerraad in tweede lezing enkele maatregelen goed voor de horeca. Flexi-jobs zullen het makkelijker maken om extra personeel in te zetten. Vast voltijds personeel zal meer overuren mogen maken, en voor die overuren geldt dat bruto gelijk is aan netto. Werknemers houden zo meer over en werkgevers moeten op die overuren geen toeslagen voor overwerk of voor zon- en feestdagen meer betalen. Staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude Bart Tommelein: ‘Met deze maatregelen steunt de regering de horeca bij de verwitting van de sector.’

De horeca is een zeer arbeidsintensieve sector met nood aan een grote flexibiliteit. Bij mooi weer of een extra reservatie beslist men soms pas op de dag zelf dat er nood is aan extra personeel. De flexi-jobs die Open Vld in 2014 tijdens de verkiezingen op tafel legden, worden nu gerealiseerd. Bart Tommelein, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale fraude: ‘Als je minstens vier vijfde werkt bij een andere werkgever, zal je makkelijk kunnen bijverdienen in de horeca. Werkgevers kunnen een eenvoudig systeem gebruiken: het nettoloon (minimum 9,5€ per uur) plus 25% RSZ-bijdragen op dat loon. Zo blijft een verdere opbouw van sociale rechten ook voor flexijobs gegarandeerd.’

Meer en goedkopere overuren voor vast personeel

Bart Tommelein pleitte daarnaast reeds van bij zijn aantreden voor extra maatregelen voor het vast personeel, en ook die komen er nu. Voltijdse horeca-werknemers zullen meer goedkope overuren mogen maken: 360 overuren in zaken met een geregistreerde kassa, 300 in alle andere. Voor die overuren geldt bovendien dat bruto gelijk is aan netto. Ook de toeslagen voor zon- en feestdagen vallen dus weg. ‘Het nieuwe systeem is een win-win voor iedereen. Vast personeel zal aan overuren meer overhouden dan vandaag. En werkgevers zullen op die overuren geen patronale bijdragen én geen toeslagen meer moeten betalen. Het wordt zo rendabeler voor onze horeca om hun zaak te openen op zon- en feestdagen. Een wit overuur zal voortaan 10 à 15 euro kosten in plaats van 20 à 30 euro vandaag’ aldus Tommelein. Ook voor flexi-jobs en gelegenheidsarbeid geldt er één tarief voor week- en weekenddagen.

Zwart werk wit maken

Met deze maatregelen steunt de regering de horeca bij de verwitting van de sector. ‘Als je in het zwart werkt kan je geen uitkering krijgen als je je job verliest, je hebt geen vangnet als je ziek wordt, en je bouwt ook geen pensioen op. Met deze maatregelen ondersteunen we de sector om zoveel mogelijk werknemers officieel aan de slag te krijgen, zodat ze sociaal verzekerd zijn. Dat is in eenieders belang’, besluit Bart Tommelein.

Elektriciteitsverbinding tussen UK en België

Nemo 2015-07-15

Vlnr: Geert Versnick, Alison Rose, Marie-Christine Marghem en Bart Tommelein

Op dinsdag 14 juli kwamen vertegenwoordigers van de UK en België bij elkaar om de aanleg van een elektriciteitsverbinding tussen beide landen te vieren. Deze interconnector, beter gekend als de NEMO-link, zal worden aangelegd door de respectievelijke netbeheerders ELIA en National Grid. De eerste werken starten eind dit jaar.

De NEMO-link zal een capaciteit hebben van 1.000MW, loopt van Richborough naar Zeebrugge over een afstand van 140 km en zal voldoende elektriciteit leveren voor een half miljoen huishoudens. Het gaat om contracten ter waarde van 500 miljoen euro. Voor de aanleg van de kabels worden speciale technologieën gebruikt die een efficiënt transport van elektriciteit over lange afstanden, in het bijzonder onder zee, mogelijk moeten maken. Het is de bedoeling om de interconnector operationeel te krijgen in 2019. De eerste werken starten eind dit jaar.

Staatssecretaris voor Noordzee Bart Tommelein reageert verheugd: ‘Het gaat om de eerste elektriciteitsverbinding tussen de UK en België. Interconnectie tussen landen wordt, net als opslag, steeds belangrijker. Op die manier houden we het elektriciteitsnet beter in evenwicht en maken we optimaal gebruik van productie- en verbruikspieken. Het uurverschil met de UK kan daarbij interessant zijn. Het is ook een grote stap vooruit in de realisatie van een geïntegreerde Europese energiemarkt.’

Belgica inzetten voor onderzoek naar aquacultuur op de Noordzee

Belgica 074Op vrijdag 10 juli 2015 heeft Staatssecretaris voor de Noordzee Bart Tommelein een rondvaart gedaan met het onderzoeksschip de Belgica. Het schip speelt een grote rol in het Noordzeebeleid dat de Staatsecretaris wil voeren: ‘De komende jaren zet ik sterk in op ‘blue growth’. Nieuwe economische activiteiten zoals duurzame aquacultuur zijn daarbij cruciaal. Aquacultuur wordt wereldwijd steeds belangrijker. Met de Belgica wil ik wetenschappelijk onderzoek doen naar de mogelijkheden van aquacultuur op onze Noordzee.’

De Belgica is een varend laboratorium van 51 meter, vaart meer dan 200 dagen per jaar op zee en heeft in meer dan dertig jaar 900.000 km afgelegd. Het schip wordt gebruikt door onderzoekers van de Belgische universiteiten en wetenschappelijke instituten om de kennis van de zeeën te vergroten en toezicht te houden op de kwaliteit van de Noordzee. Zo test men nieuwe visserijtechnieken uit, doet men onderzoek naar de invloed van zandextractie op de bodem en onderzoekt men het effect van windturbineparken op het leven in de Noordzee. Regelmatig zijn er ook buitenlandse teams die met het schip meevaren in het kader van Europese onderzoekprogramma’s.